Toneel

Bovary Carme Portaceli / Michaël De Cock / Jaco van Dormael / KVS

Bovary: genieten in close-up!

De geslaagde toneelbewerking van de roman ‘Madame Bovary’, het meesterwerk van Gustave Flaubert, leidt bij de KVS tot een boeiende ervaring van de hybride vorm die een theaterfilm is. Jaco van Dormael levert als regisseur puik werk af, met dank aan het uitstekende spel van Maaike Neuville en Koen De Sutter. Genieten in close-up!

Uitgelicht door Johan Thielemans
Bovary
Johan Thielemans KVS / Streaming meer info
03 mei 2021

De toneelbewerking die Michael De Cock van het Frans meesterwerk: Madame Bovary van Gustave Flaubert gemaakt heeft,  is een huzarenstuk. Hij heeft de roman gereduceerd tot twee monologen: vrouw en man, over de andere personages wordt er alleen gesproken. De tekst is in grote mate een innerlijke monoloog, met hier en daar flitsen van verteltheater. De Cock slaagt erin om met deze reductie de essentie van de roman te vatten.

We vernemen hoe mevrouw Bovary in het huwelijk treedt, snel ontgoocheld raakt. Gedreven door een gevoel van onvervuld verlangen vindt ze een minnaar. Die laat haar tenslotte echter in de steek. Ze neemt dan vergif in. Ondanks dat alles blijft haar echtgenoot van haar houden. Na haar dood komt hij tot het inzicht dat mensen een raadsel zijn: ze leven naast en met elkaar, maar kennen elkaar toch niet.

De Spaanse Carme Portaceli regisseert deze voorstelling. Omdat een schouwburgpremière onmogelijk was, werd van de nood een deugd gemaakt. Filmregisseur Jaco van Dormael, een oude bekende van de KVS, kreeg de vraag om de voorstelling om te zetten in een theaterfilm. Het resultaat was op 30 april te zien op Canvas en maakte op mij een diepe indruk.

Van Dormael herwerkte de voorstelling tot een filmisch gebeuren met een subtiele beeldregie – net zoals we dat van hem konden verwachten. Sommige scenes zijn op het plateau gefilmd, een lege witte ruimte. Enkele kapitale momenten spelen zich, dankzij een green key, af in een auto af. Het grootste deel van de film bestaat uit close-ups van gezichten, soms zelfs enkel de lippen of ogen. Terwijl Madame Bovary vertelt, tekent een uitgekiende belichting de sfeer, of suggereert ze het tijdstip.

Die scherpe keuzes leverden een indrukwekkend werkstuk op. Het is een schitterend voorbeeld van de hybride vorm die een theaterfilm is, en die door de coronacrisis tot een een heel aparte creatieve ruimte uitgroeide. Deze ‘Bovary’ is zeker één van de meesterwerken in dit nieuwe genre. Wat een noodoplossing leek blijkt stilaan een nieuwe artistieke uitdaging te zijn met een eigen toekomst.

Een schitterend voorbeeld van de hybride vorm die een theaterfilm is

De voorstelling steunt op het talent van twee spelers. Maaike Neuville vindt onmiddellijk de juiste toon. Ze acteert met een grote natuurlijkheid. Haar zinnen treffen steeds de juiste toon: nu eens objectief, dan weer geladen met onvrede, zelfs wanhoop, en misprijzen voor de echtgenoot die niet aan haar ideaal voldoet.

Dankzij de close-ups van Jaco Van Dormael gaan de blikken die ze vanuit het koele echtelijk bed naar de camera richt door hart en nieren. Als ze in de auto ‘ontsnapt’ naar haar minnaar, lees je op haar gelaat de grote verwachtingen, maar vermoed je al dat haar kansen op geluk miniem zijn.

Het is fascinerend om zien dat Neuville hier een register bespeelt dat noch helemaal bij film acteren past noch uit het theater komt: een tussenweg die past bij de vorm van deze theaterfilm. De Bovary van Neuville is op die manier totaal geloofwaardig.

Naast haar staat Koen De Sutter als haar echtgenoot. In het eerste deel blijft zijn personage op de achtergrond, vaak slechts als een vage schaduw. Een enkele keer komt hij op de voorgrond als het paar naar de opera ‘Lucia di Lammermoor’ gaat. Bovary vindt het maar niets, en de manier waarop Koen De Sutter het drama samenvat is een komisch hoogtepunt. De aria wordt ondertussen gezongen door sopraan Ana Naqe.   

Na de dood van Madame Bovary krijgt De Sutter echter een grote monoloog die het evenwicht tussen de spelers herstelt. Ook hier krijgen we een lange close-up. Emoties als radeloosheid en onbegrip volgen elkaar snel op, maar de echtgenoot verdedigt en rechtvaardigt zich ook. Hij bestrijdt dat hij blind en naïef was. Hij beweert dat hij alles wist van het dubbelleven van zijn vrouw.

De Sutter zegt dat zo’ n manier dat je niet weet of je hem moet geloven. De monoloog eindigt met een zekere filosofische berusting. We zijn allemaal vreemden voor elkaar. De voorstelling verruilt hier de anekdotiek van een ongelukkig huwelijk voor een ruimer inzicht. Niet dat de berusting vreugde brengt. Ook in deze monoloog zit elke zin zo juist dat De Sutter totaal geloofwaardig is.

In deze theaterfilm grijpen twee sterke elementen perfect in elkaar. Enerzijds is er de toneelbewerking van het boek: op geen enkel ogenblik heb je het ongemakkelijke gevoel dat de romantekst de bewerking in de weg loopt. Anderzijds is er de subtiele, inventieve manier waarop de registratie van de actie op het podium -de toneelverfilming dus- uitgroeit tot een echte filmvertelling. Deze mengeling, met een weelde aan juiste camera-instellingen levert een schitterende hybride vorm op . Je bent geen getuige van iets wat zich hoort in een theater af te spelen, integendeel: je geniet van een volwaardig, overtuigend artistiek product. Dat alles wordt bekroond door twee mooie vertolkingen. Deze 'Bovary' is een parel.