Toneel

ACT Kris Verdonck / Johan Leysen / Jean Paul Van Bendeghem

Beckett: meer dan muziek?

In ‘ACT’ klinkt de tekst van Beckett’s ‘Texts for nothing’ in de mond van Johan Leysen als muziek. Doet dat wel recht aan de breedte van de tekst? 

Uitgelicht door Johan Thielemans
ACT
Johan Thielemans Kaaitheaterstudio's Brussel meer info
16 februari 2020

Het is wel wat vreemd  dat ik de première van ACT wil beschrijven als een muzikale gebeurtenis.  Vanuit dit standpunt valt de voorstelling uiteen in drie bewegingen. Ze draaien alle rond dezelfde thema’s. Het gaat over een oude man die zijn plaats in de wereld niet meer vindt. De motieven die het vaakst voorkomen zijn : de onzekerheid over de eigen status. Wat is zijn en bestaan? Waar bevindt zich een ‘Ik’ : die is er niet meer, en is er toch. Het is een voorbeeld van de paradoxen waaruit de tekst opgebouwd is.

Daar sluit dan de twijfel bij aan over de kracht of de zwakte van woorden. Die zijn onontkoombaar, zijn zwakke tekens van leven en verhinderen de dood. De oude man heeft het over verhalen vertellen, maar die komen niet van de grond. Beckett vat het pakkend samen met : er zijn geen verhalen, er is alleen het bestaan. Dat is een zin die waar en niet waar is (paradox) maar die tot nadenken aanleiding geeft. Beckett roept een wereld op die nog net bestaat maar voert naar het radicale einde, wat de dood is. Ik vat het even samen als : nog net enig twijfelachtig leven, maar zeker de absolute afloop van de dood.

Bij Kris Verdonck krijgen de drie teksten een muzikaal karakter. Zo vangt de voorstelling aan in de rustig tempo, quasi vertellend. Maar de derde en laatste beweging is een spetterend presto – een uitdaging voor de acteur én voor de toeschouwer.

De voorstelling is in het Engels, en dat is niet de beste keuze. Johan Leysen is een stradivarius onder onze acteurs. Nu wisselt hij van instrument en het blijkt dat hij in het Engels net niet de nuances of de speelsheid vindt, die hij in het Nederlands vanzelf zou treffen. Hij zet in op één  toonaard : ernst en gewicht. Dat wordt een lange muzikale frase waarbij het aan kleur en grilligheid ontbreekt. Het komt bij mij over alsof de gekozen toon nog vast zit in jaren vijftig, toen me verteld werd dat Beckett ernstig, zwaar en pessimistisch was. Maar van die drie adjectieven is alleen het laatste nog waar.

Als ik  de tekst lees , dan zie ik zeker drie lagen : er is een vage aanwezigheid van een verhaal (toch)  soms met verrassende concrete details,  een abstracte laag over zin en onzin van het bestaan, over de status van de taal, over de dreiging van het niets  - de teksten komen trouwens uit de bundel Stories and Texts for Nothing. Al kan je dit ironisch lezen als ‘voor niets’, gratis, toch roept Beckett het begrip ‘Niets’ op, en bij hem is dat een belangrijk filosofisch punt.

Tenslotte is er de grilligheid van de tekst : zinnen gaan alle kanten op. Voor een stap vooruit is er onmiddellijk een stap achteruit. Of zijwaarts. Alles wordt op de helling gezet en elk mogelijk ankerpunt wordt weggegomd. Om het op zijn Becketts te zeggen :zo zullen we beginnen, en toch niet , en waarom en tenslotte dan toch. Dit speelse carnaval doorkruist de hele tekst, en de verschillende lagen botsen op elkaar, versterken elkaar of vernietigen elkaar (tot er  krachteloze  woorden overblijven, kan je zeggen: met hun realiteit die geen realiteit is). Precies de constante afwisseling van de verschillende gebieden creëert een veld vol karakteristieke humor ( en wellicht irritatie).

Nu blijf ik tijdens de première op mij  honger zitten. Ik voel dat Leysen zich opgesloten heeft in één toonaard. Het is alsof het Engels hem in de weg zit. De typische muziek van de Engelse intonatie -patronen wordt net niet getroffen, de verschillende toonaarden zijn  afwezig zodat het resultaat onnodig vlak blijft. Het is alsof de tekst niet  springlevend wordt. Het is geen abstract weefsel, er zit achter al de ontkenningen van de het personage  toch een mens die spreekt. Je kan je zelfs vragen stellen over de psychologische toestand van deze oude man. En dit is niet abstract maar concreet. De tekst beweegt op een smalle lijn, maar die lijn is grillig, kronkelend, wanhopig , twijfelend en vol herhalingen. Maar als de tekst onvoldoende in een lichaam geplaatst wordt , verliest hij zowel zijn levenskracht als zijn zeggingskracht.

Vandaar dat deze voorstelling mij ontevreden achterlaat. Ik heb nog twee opmerkingen : als Johan Leysen dit nu in het Nederlands had gedaan, dan ben ik er zeker van dat hij op de vele tegenstrijdige impulsen in de tekst alert had kunnen reageren. Dat de voorstelling zo muzikaal overkomt is haar sterkte maar ook haar zwakte.

Een tweede opmerking : het is natuurlijk een hele opgave om de tekst te beheersen – een woordenvloed ‘zonder logica’. De voordracht leek wat gespannen en wat risicoloos. Ik zag de ernstige, stroeve Beckett uit het verleden. Maar ik heb wel het gevoel dat eens de druk van de première voorbij is, Johan Leysen zich vrijer zal voelen. Met andere woorden : de voorstelling moet en zal nog bloeien.