Toneel

Antigone National Theater London / Polly Findlay

Hoe actueel kan Sofokles' 'Antigone' zijn?

De beperkingen van de coronoacrisis doen theaters anders kijken naar hun ‘erfgoed’. The National Theatre in London stoft zijn ‘golden oldies’ af voor het streaming programma ‘Theatre at home’. Zo staat ‘Antigone’ van Sofokles, een regie van Polly Findlay uit 2012, weer op de affiche. Ze actualiseert -tot op zekere hoogte- de tragedie van Sofokles door het groeiend inzicht van Kreoon naar voor te halen. Toch eist de reactionaire moraal van Sofokles op het einde zijn rechten weer op. Hoe dan ook zie je hier een schitterende cast, met Jodie Whittacker als een gepassioneerde Antigone en een verpletterende Christopher Eccleston in de rol van Kreoon. Deze confrontatie tussen emotie en rede had SofoKles (bijna) vandaag kunnen schrijven. 

Uitgelicht door Johan Thielemans
Antigone
Johan Thielemans National Theatre London streaming 'Theatre at home' meer info
13 april 2021

Findlay verplaatste de actie van ‘Antigone’ naar het heden. Ze situeert die, naar eigen zeggen, in een ondergrondse bunker. Wat je ziet lijkt nochtans eerder op een landschapskantoor. Het bureau van Kreoon staat daarin centraal. Hij wordt ook hier nog steeds aangesproken als koning, al doet zijn verschijning - man in witte hemdsmouwen - denken aan een ceo.

Die actualisering verrast nauwelijks: ze werd in het hedendaags theater haast vanzelfsprekend. Maar als je acties uit hun historische context losweekt levert dat vaak toch ietwat absurde toestanden op. Als de regie de concrete situatie overhoop haalt, maar tegelijk, uit respect, de originele tekst op de voet volgt, kan dat wringen.

Dat is zeker het geval in deze enscenering. De scenografie en handeling zijn hedendaags en functioneel. Het koor bestaat nu uit kantoorklerken zonder duidelijke functie. Een figuur als de blinde ziener Tiresias ‘past’ echter niet in zo’n context. Toch schrapt Findlay die rol niet. Dat is voor haar niet aan de orde. Ze laat hem dus toch verschijnen zoals dat in een historiserende regie zou gebeuren: blind en met een vreselijk geschonden gelaat - een iets te theatrale toets in het realistische geheel.

 De jonge acteur Jamie Ballard vertolkt dat wel indrukwekkend. Hoe hij met zijn innerlijk oog de toekomst schouwt en een vervloeking ziet is retorisch bijzonder overtuigend. Dat verandert echter niets aan de kwestie dat zijn verschijning niet klopt met de context waarin het stuk zich afspeelt. Boet de hele voorstelling zo niet aan waarschijnlijkheid in? De keuze om de tragedie in het heden te plaatsen schuurt hier zeker tegen zijn limieten aan.

Toen en nu op één noemer plaatsen verschraalt de verbeelding

Dit roept enkele wezenlijke vragen op. De geschiedenis wordt hier ontkend. Toen en nu op één noemer plaatsen verschraalt de verbeelding vanuit een visie op de mens als een onveranderlijk gegeven. Als toeschouwer word je niet in de geschiedenis teruggeplaatst, want alles blijft toch hetzelfde. De keuze voor een hedendaags moment is hier daardoor ook geen kritische daad. Er schuift zelfs geen ironische laag in het discours. Die keuze is in wezen een toegeving aan het publiek, dat zonder verleden leeft (of dat heel ongemakkelijk vindt). Het gaat daarom nog niet om gemakzucht (‘weg met die al die boeken van de dramaturg’), maar smaakt eerder naar behaagzucht.

Waar er verlies is, is er echter ook winst. Bij deze opvoering ligt die in de vertolking van de ‘concrete’ personages. Christopher Eccleston schonk Findlay een sterke Kreoon. Hij brengt realisme en psychologische finesse in zijn rol. Dat idioom beheerst hij schitterend. Hij straalt een marmeren autoriteit uit. Niets of niemand kan hem doen wankelen. Hij is diep van zijn gelijk overtuigd. Zijn daden zijn politiek verantwoord.  Hij laat prachtig zien hoe Sofokles, in het eerste deel van de tragedie, alle argumenten aangeeft, waarom Kreoon de controversiële beslissing neemt om de gesneuvelde opstandeling Polyneikes geen begrafenis te gunnen. Zijn argumenten klinken zelfs verrassend hedendaags. Ze krijgen hun gewicht net omdat Eccleston een ceo is.

Die overtuigende inleving is een deel van de winst van de hedendaagse aankleding. De houding van zijn onderdanen is een tweede. Ze zijn, als jaknikkers volledig in Kreoons greep. Dat is een aanvaardbare manier om het koor uit de tragedie vorm te geven.

Tegenover Kreoon staat Antigone, de nicht die zijn gezag ontkent. Zij wil haar broer begraven, en beroept zich daartoe op een goddelijke wet, die boven de wereldlijke staat. Ook zij klinkt overtuigend, ondanks haar zwakke positie. Jodie Whittacker verdedigt haar standpunt gepassioneerd. Zij twijfelt evenmin aan haar gelijk.

Deze confrontatie van twee vormen van ‘gelijk’ raken de kern van de Griekse tragedie. Standpunten botsen, terwijl beide partijen even sterke argumenten hebben. Je luistert als het ware naar een discussie in een rechtszaal, waar het gaat om schuld en onschuld. Als toeschouwer krijg je ruim de tijd om de standpunten te evalueren. Je wisselt ook van kamp: Kreoon analyseert met koele blik de bedreigingen voor zijn status quo. Antigone plaatst daar een alternatieve waarheid tegenover, met een door emoties gedragen verdediging.

Regisseur Polly Findlay tekent deze tegenstelling heel mooi en gedetailleerd uit. Haar Kreoon, in de vertolking van Eccleston, biedt inzicht in de mechanismen van de macht. Je begrijpt als burger zijn situatie. Hij poogt tenslotte zijn stad, Thebe, na een verscheurende burgeroorlog, weer te pacificeren. Antigone neemt het tegenovergestelde standpunt in. Voor haar zijn staatszaken van secundair belang. Findlay kiest hier geen kamp – al zegt ze in een interview dat Antigone dicht bij terroristen staat zoals Baader Meinhoff. Dat inzicht verheldert ze echter niet in deze enscenering.

Kreoon leert, in de Griekse traditie, door te lijden

Kreoon komt niet ongeschonden uit het conflict. Hij bekoopt zijn halsstarrigheid met de dood van zijn zoon, de geliefde van Antigone, en zijn vrouw. Hij komt tot het inzicht dat hij mislukte omdat hij geen nuances erkende, omdat zijn angst voor wanorde groter was dan zijn bereidheid tot compromis. Twijfel en nuance hadden hem een beter mens gemaakt. Maar in de Griekse traditie leert hij door te lijden.

Zo beschreven hebben we een problematiek die moeiteloos naar het heden te verplaatsen valt. Maar er blijven wel problemen. Die komen naar boven in de laatste koorzang.  Het koor ziet de macht in elkaar storten en kiest dan het winnende kamp. In de laatste zang voegt Sofokles daar een zedenles aan toe. Alle rampsoed kwam voort uit de weigering van oude wetten die voor het koor ‘eeuwig’ zijn, en dus geen compromis verdragen. Wee hem die dat vergeet.

Als dat de zedenles is van dit stuk, dan is het zeer reactionair. De moderniteit van Kreoon wordt afgewezen  ten voordele van een wereldvisie waar het irrationele de gang der dingen bepaalt. In de strijd tussen rede en emotie triomfeert emotie. Ondanks de hedendaagse setting resten ons zo archaïsche denkbeelden. Kreoon leert dat twijfel een goed is, maar Antigone en haar medestanders beschouwen zich net als superieur omdat ze geen twijfel kennen.

Zo kom ik op het begin van mijn bespiegelingen terug met een vraag: is het dan verstandig om eerst de geschiedenis weg te gommen en ze dan onversneden te laten terugkomen? Want als ik zei dat Sofokles beide standpunten een grote ruimte geeft, dan geldt het niet voor zijn besluit. Hij heeft wel een duidelijke conclusie geformuleerd. Hijzelf was een conservatieve schrijver.Dat zijn stelling overtuigend klinkt, hangt samen met de slimme organisatie van het debat. De begrafenis van een lijk is een emotioneel gegeven. Dat op zich stuurt de kleur van de discussie al in een onontkoombare richting stuurt. Hoezeer Polly Findlay ook  begrip voor Kreoon tracht op te brengen, ze ontsnapt niet aan de conservatieve boodschap.

Misschien deze gedachte: de geschiedenis gaat niet over ‘eeuwige’ mensen. Als we in het decor een herkenbare realiteit zien, moeten we dan de tekst niet grondig bewerken (oog en oor in overeenstemming brengen) en  elementen schrappen zodat de actie werkelijk een betekenis voor vandaag zou hebben?  We kunnen het bijvoorbeeld ook aan de toeschouwer overlaten om een standpunt te kiezen. Een Tiresias hebben we in zo’n versie zeker niet nodig.

Deze bemerkingen volgen uit het feit dat we de inhoud en de woorden werkelijk au sérieux nemen.  Dat wil echter niet zeggen dat we met een mindere voorstelling te maken hebben. Als theaterliefhebber (bezwijkend onder de retoriek van het toneel) zie ik hier prachtig werk van een jonge vrouwelijke regisseur. Elke speler is voortreffelijk en Eccleston is schitterend. Het is zelfs zo dat deze voorstelling in het geheugen blijft hangen dankzij zijn soliede vertolking. Dus minder een ‘Antigone’, maar eerder de tragedie van Kreoon.

Meer zelfs: ondanks alle bezwaren is dit één van de sterkste producties van Sofokles’ ‘Antigone’. Dat is geen goedkope lof. Zie maar hoe Van Hove, niet gezegend met Juliette Binoche, worstelde met dit gegeven. Ook bij The National Theatre zie je hoe weerbarstig een Griekse tragedie kan zijn. Zo weet ‘Phaedra’ – in volle Griekse setting – niet te boeien, en is een moderne ‘Medea’ een rommeltje.

Ik permiteer me een opmerking die in de tijdsgeest past: wie had ooit gedacht dat een vrouwelijk team (regisseur Findlay  en scenografe Sou Gilmour) van ‘Antigone’ een tragedie zouden maken die vooral om de man Kreoon draait. Een vrouwelijke blik?