Performance

Freeway dance Ayaka Nakama

Een appeltje voor de dorst in barre tijden

‘Freeway Dance’ van Ayaka Nakama is in de eerste plaats een ‘environment’ dat als twee druppels water op een Japanse miniatuurtuin lijkt. Daarin danst ze na hoe vrienden en familie zich hun eerste dansje herinneren. Op een score van songs die het publiek zelf mocht kiezen om de herinneringen die eraan vasthangen. Het gaat over herinnering – als een appeltje voor de dorst in barre tijden. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Freeway dance
Pieter T’Jonck KVS Box
Kunstenfestivaldesarts
meer info
28 mei 2021

Het is allemaal heel eenvoudig. Voor je binnengaat legt een filmpje, dat je - helaas, alweer… - moet bekijken via je smartphone, de spelregels uit van dit ‘environment’. De belangrijkste is dat je het jezelf aangenaam mag / moet maken. Zoek jezelf een plaatsje om te zitten of te liggen, loop rond of laat je gaan op de twee schommels in de ruimte. Wat je maar wil. Je kan zelfs mee dansen, als je de corona-regels maar respecteert. Je mag ook foto’s trekken met één van de drie wegwerpcamera’s met ‘echte’ film die in de ruimte verstopt zijn. Zolang je de camera’s maar terug zet.

Alhoewel het filmpje je al vertrouwd maakt met de ruimte, verrast ze toch nog als je er binnentreedt via een sas van twee overhoeks geplooide wanden. Midden in de KVS Boxx werd een heuse tuin gebouwd. Een pad van houten platen, schors en schijven boomstam leidt naar een perk omzoomd met stompjes van boomstammen. In het midden ervan staat een boom, daarrond bloemen, een fonteintje met een vernuftig hevelmechanisme en een stenen lampion. Het cliché van wat we ons voorstellen bij een Japanse miniatuurtuin.

Rond die tuin  liggen her en der grillige perkjes kunstgras. Op twee ervan een schommel. Verder nog een poppenhuis, een hoek met allerlei spullen, zoals huisgerei, een bibliotheekje met boeken van onder meer Chantal Mouffe en Italo Svevo (niet de eenvoudigste literatuur dus), een bar (jammer genoeg gesloten, wegens, jajaja…) en een snoepautomaat. Enkele videoschermen zetten je perceptie van de ruimte op zijn kop. De ene toont je beeld terwijl je er voorbij komt. De andere staat op een frigo waarin een camera verstopt zit. Als je voorbij loopt zie je door je eigen benen de ruimte. Op andere momenten zie je er echter ook intieme filmpjes van Japanners bij een theeceremonie.

Tenslotte is er ook een klein kleedkamertje, met een rood geborduurd gordijntje. Daar trekt Nakama zich vaak terug om van kleren te wisselen. Al trekt ze dan koket het gordijntje toe, dat is zo smal dat je nog altijd langs drie kanten de ruimte kan binnenkijken. Terwijl ik er was beklom Nakama met een ladder ook het dak van dat kamertje om er een liedje in het Japans ten beste te geven. Tenslotte zijn er ook een paar technische zones. De dj heeft bijvoorbeeld een eigen hoekje, afgeschermd met een houten wand waarop foto’s van Japanse gerechten prijken.

Het is een blauwdruk van wat voor kinderen een ‘gelukkig thuis’ of een ‘mooie wereld’ moet voorstellen. 

Ik ga zo uitgebreid op dat ‘environment’ in omdat het een groot deel van het verhaal vertelt. Het is een blauwdruk van wat voor kinderen een ‘gelukkig thuis’ of een ‘mooie wereld’ moet voorstellen. Dat lijkt merkwaardig goed op wat wij ons daar hier bij voorstellen. De enige dissonant is het bibliotheekje: dat bevat nogal wat literatuur die zo’n sprookjes relativeert. Ook de camera’s zetten deze beelden van geluk tussen haakjes, al was het maar omdat ze de ‘framing’ ervan tonen.

In die context danst Nakama een ‘choreografie’ die opgebouwd is uit herinneringen van vrienden en familie aan hun eerste bewuste dans. Een ‘cadavre exquis’ van herinneringen die Nakama interpreteert en uitvoert. Ze doet dat op een score van muziek die het publiek vooraf kon kiezen, en die dus niet noodzakelijk, of zelfs helemaal niet, overeenstemt met de dans van Nakama, noch qua ritme, sfeer, of thema. Dat versterkt het grillige, fantasierijke, maar nauwelijks geconstrueerde karakter van de dans.

Nakama pakt die kinderlijke, spontane sfeer van de bewegingen die ze sprokkelde in haar omgeving erg precies. De verkleedpartijen, zowat elke tien minuten versterken dat gevoel van een lichamelijke fantasie die nog geen vaste vorm heeft. Het maakt van ‘Freeway dance’ een heel plezierige ervaring, die je zelf op smaak kan brengen door wat te schommelen of mee te dansen.

Het lijkt allemaal vederlicht, en het is dat ook, maar – als ik me niet vergis – loert melancholie op de achtergrond. Dat maakt het verschil met zomaar grappige dansjes; De wereld die we hier zien is puur artificieel. Ze is gemaakt van herinneringen, en die zijn notoir onbetrouwbaar. In deze tijden is zelfs het idee dat je kan dansen stilaan een vage herinnering aan het worden (Misschien moeten we de corona-regels alleen al daarom een misdaad tegen de menselijkheid noemen: ze ontstalen mensen hun eerste, belangrijkste expressievorm).

De voorstelling viert die herinneringen, niet als een waarheid, niet als iets waar we dringend naar terug moeten (‘de traditie’, ‘de canon’!) maar als iets wat we moeten koesteren als een appeltje voor de dorst in barre tijden. Als een beeld van een ‘gelukte’ wereld, al zal die er, als ze er ooit zou komen,  wellicht totaal anders uitzien. Maar over dat eindbeeld gaat het dus niet. Wel om de bronnen ervan.