Performance

Self Life Drawing Eunkyung Jeong

De stapstenen van een leven

Eunkyung Jeong geeft de toeschouwer in de autobiografische installatie SELF LIFE DRAWING inzage in het onderzoek dat ze voerde naar haar identiteit. Tekeningen, mythische beelden en jeugdherinneringen laten haar verleden in Zuid-Korea oplichten in het duister. 

Uitgelicht door Louise Raes
Self Life Drawing
Louise Raes
Elysée, Christinastraat 18, Oostende
TAZ#19
meer info
11 augustus 2019

Slechts 15 mensen kunnen tegelijk deze installatie bezoeken. Ze bevindt zich in een pikdonkere ruimte. Iedere bezoeker moet het doen met een kleine zaklamp. Terwijl vijftien lichtjes over de vloer dansen merk je dat er lage zwarte tafeltjes, niet meer dan 20 cm hoog, met grote tussenafstanden in vijf of zes rijen opgesteld staan.

Op elk tabernakeltje, want dat is het, ligt een wit blad, ongeveer een A4 groot, met centraal een subtiele potloodtekening van ragfijne lijnen. Bezwerende muziek schept een ernstige sfeer. De toeschouwers zijn muisstil.

Om de tekeningen te zien moet je door de knieën. Op elke tekening staat een grote kiezelsteen centraal, haarscherp realistisch getekend. Bij sommige tekeningen vertoont de steen een ronde opening in het midden, bij andere lijkt een lichtstraal hem doormidden te splijten.

Onveranderlijk heeft elke tekening iets licht surrealistisch: een steen zweeft, een andere staat op haar punt overeind of lijkt onwaarschijnlijk groot tegenover het landschap in de achtergrond.

Ook de achtergrond is erg suggestief: soms lijkt het een duinenlandschap, soms is het een wit oppervlak dat boven een afgrond van dichte zwarte lijnen zweeft. Bij één tekening tenslotte ontbreekt de steen.

Je ontdekt de samenhang maar mondjesmaat, want het licht van de zaklampen verhindert een overzicht. Met z’n vijftien in het donker rond schuifelen maakt het ook niet eenvoudiger. Daardoor blijft de totaalbetekenis van de installatie letterlijk in het duister. Zou dat symbool kunnen staan voor de zoektocht van Jeong? Wil ze aangeven dat je rondtast in het duister als je probeert te achterhalen wie je nu eigenlijk bent?

Pas als twee televisieschermen aan weerskanten van de ruimte oplichten, volgt enige opheldering. We horen Jeong eerst vertellen over het traditionele Zuid-Koreaanse gezin waarin ze geboren werd. Ze leefde, hoewel het moderne kerngezin ook in Korea in opmars is, nog met drie generaties onder een dak. De grootvader was hoofd van dat grote gezin.

Na dat verhaal slaat het scherm voor even fel wit uit. Dat gebeurt na elk volgend verhaal, alsof de lichtflits een hiaat in haar gedachten voorstelt. Een blank moment.

Het gaat daarna bijvoorbeeld ook over haar moeder. Een sjamaan noemde haar Bong Huang, de mythische vogel die heerst over alle vogels. Na een volgende lichtflits vertelt ze ook wat haar eigen naam betekent -shiny silver- en vervolgens ontleedt ze die van haar oudere broer. Die heeft de benijdenswaardig stoere naam ‘dappere tijger die het land verdedigt’. Daar was ze wel jaloers op. Bij die verhalen horen beelden, zoals een gestileerde tekening van een tijger die waakt over een dorp.

Een laatste herinnering legt tenslotte een verband met de tekeningen op de vloer. Torens van kiezelsteentjes bouwen is, volgens Jeong, een populair spel in Korea. Volgens de legende mag je bij elk steentje dat je toevoegt een wens doen. Haar herinnering gaat over de eerste keer dat ze dat spel speelde met haar moeder. Zij was zo angstig dat ze de stapel zou doen kippen dat ze telkens vergat een wens te doen. Haar vurigste wens was nochtans dat al haar moeders wensen uitkwamen.

Dat verhaal biedt nochtans geen sluitende verklaring voor de tekeningen. Jeong legt de machtsstructuren binnen haar gezin en de collectivistische Koreaanse samenleving, zoals die verschijnen in mythes, symbolen en tradities, bloot in de verhalen over haar jeugd. Met daarbij de suggestie dat de stenen op de tekeningen staan voor haar wensen en verlangens.

Of misschien vooral voor wensen en verlangens die in het duister bleven, die ze nooit tot uitdrukking bracht? Zoals ze de kiezelstenen afbeeldt lijken ze inderdaad zo zwanger van betekenis dat ze gedenktekens lijken.

Je zou ook kunnen vermoeden dat de verschillende vormen van de stenen, en hun wisselende achtergrond, stapstenen in haar ontwikkeling representeren. Haar verhuis naar Europa, waar ze het in één videofragment over heeft, moet inderdaad een cultuurschok geweest zijn: van een archaïsch drie-generatiegezin naar een ‘open samenleving’ als de onze. Wellicht ging ze dan ook naar andere dingen verlangen, en kreeg ze een heel andere kijk op wie ze was.

Het fijne zal je hier nooit achterhalen, maar de suggestieve, tactiele installatie doet je wel voelen hoe ingrijpend zo’n cultuurschok kan inwerken op de manier waarop je je identiteit ervaart. Hoe moeilijk je die dan nog kan vastpinnen.

De gefragmenteerde presentatie van verhalen, beelden en indrukken maakt dat ook voor de bezoeker onmogelijk. Zo omzeilt Jeong elegant de klip van het etnocentrisme en -essentialisme die ons zo vaak verblinden.