Performance / Circus

BITBYBIT MOVEDBYMATTER i.s.m. Collectief Malunés

Bit-sige broeders

Exotische beesten en clowns, daar gaat het in het circus vandaag nog zelden om. Het enige beest op het podium is doorgaans de mens. Spannend genoeg, als ze dingen doen met hun lijf die je niet voor mogelijk hield. Neem nu ‘BITBYBIT’: je mond valt open van verbazing als je ziet wat de ijzeren kaken van de gebroeders Simon en Vincent Bruyninckx kunnen. Uit hun kunsten borrelt bovendien een intieme geschiedenis op, zonder woorden. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
BITBYBIT
Pieter T’Jonck Zomerbar, Zomer van Antwerpen meer info
15 juli 2021

De gebroeders Bruyninckx stonden in 2009 mee aan de wieg van het circuscollectief Malunés, maar ‘BITBYBIT’ is een productie van ‘MOVEDBYMATTER’, de trans-disciplinaire kunstorganisatie van Kasper Vandenberghe. Die voerde de regie van deze voorstelling.

Want een voorstelling is het inderdaad. Toch denk je dat niet meteen als je de piepkleine circus-dôme binnenstapt: een kunstige stapeling van twee koepels, gemaakt van houten ribben en zeildoek, met een piepklein torentje erbovenop. De bovenste, kleinste koepel, bakent het speelveld af. Daaromheen banken die zo dicht op elkaar staan dat ze haast geen plaats laten voor de benen -al is dat nu geen bezwaar omdat er door de coronaregels maar één rij op twee bezet is. Toch doet het denken aan een ver verleden toen publiek zich nog in dichte drommen vergaapte aan spektakel.

De sfeer zit er zo meteen in, ook al omdat de twee broers elk voor zich al wat kunstjes uitproberen als het publiek een plaatsje zoekt. Ze staan op een smalle plank die op zo’n meter hoogte de piste overbrugt. Op de achtergrond hoor je een stem steeds weer ‘ready?’ zeggen. Het begint echt als ze elk een bit in de mond steken en die verbinden met een kabel en musketonhaken.

Hun eerste kunstjes lijken nog eenvoudig, hoewel ik niemand aanraadt om ze thuis te proberen. Al snel tarten hun halsbrekende evenwichtsoefeningen op de smalle plank echter elke verbeelding. Ze steunen op elkaar, beklimmen elkaar of hangen ver voorbij de boord van de plank, met dat bit in de mond als enige ‘veiligheid’. Maar toch vinden ze nog geregeld tijd om elkaar een beetje te jennen.

Een Siamese tweeling, met vergroeide monden

Heel wat kunstjes verder, zit Vincent alleen op de plank. Simon ‘bestuurt’ zijn hoofd vanop de vloer met een kabel. Die loopt van Vincents mond, over een poelie hoog in het dak van de koepel tot bij Simon. Ook dat spel wordt steeds virtuozer. Vincent wordt opgetakeld en belandt finaal in het torentje boven de koepel. Simon -die zich plots alleen lijkt te voelen- klautert hem langs de houten ribben van de dôme achterna maar stort dan ei zo na weer naar beneden, was het niet dat Vincent zich nog net vastbijt in zijn broek. Griezelig gewoon.

Vanaf dan zijn de broers onafscheidelijk. Letterlijk zelfs: ze koppelen de bitten in hun mond direct aan elkaar, als een Siamese tweeling met vergroeide monden. Het eindspel is nu ingezet. Al de hele tijd zag je hoe de broers in hun kunstjes niet alleen een wankel fysiek evenwicht zochten, maar ook een wankel psychologisch evenwicht. Ze jenden elkaar, snoefden tegen elkaar op, maar als puntje bij paaltje kwam vertrouwden ze wel rotsvast op elkaar. Ze hebben elkaar nodig.

Nu ze mond aan mond staan, verandert de vertoning van aard. Ze slingeren hun armen om elkaar heen in een soort slangendans, steeds sneller, tot je niet meer kan onderscheiden van wie welke arm is. De percussie van Dijf Sanders -opzwepend, versnellend geratel en getik van instrumenten als een Indonesische gamelan, jaagt hen voort. Fascinerend is het zeker, maar het is geen gevaarlijke stunt meer. Hier speelt plots iets anders.

Dat blijkt als ze plots in gelukzalig in elkaars armen hangen. Einde. Diepzinnige psychologie moet je niet zoeken achter dat slotbeeld. ‘BITBYBIT’ is geen verhaal over een broederband, maar verbeeldt wel hoe die ontstaat en uitdrukking krijgt in een lichamelijk spel, zonder woorden of psychologie. En dat is op zich bijzonder.