Opera

Intolleranza 1960-2021 Jan Lauwers / Luigi Nono

Intolleranza vandaag: zoveel meer dan een prachtige partituur

Naar de vorm was de opera ‘Intolleranza 1960’ van Luigi Nono naoorlogse avant-garde muziek. Naar inhoud was het een politiek pamflet dat de woelige jaren reflecteert. De kapitale vraag is of dit icoon van het politiek theater nog relevant blijft in de enscenering door Jan Lauwers voor het festival van Salzburg. Dat blijkt het geval. De opvoering is spectaculair en bezeten van de explosieve energie die zo typisch is voor Lauwers. De teksten zelf sluiten verbazend goed aan bij onze actualiteit: thema’s als migratie, politiegeweld en zelfs de allegorie van de overstroming hebben een grote weerklank vandaag.

Uitgelicht door Johan Thielemans
Intolleranza 1960-2021
Johan Thielemans Arte Concert meer info
24 augustus 2021

Luigi Nono is één van de belangrijkste componisten van de twintigste eeuw. Hij wilde dat het volk, de arbeider dus, zijn sterk emotionele muziek zou horen, maar esthetisch maakte hij daartoe geen compromissen, want hij deelde het linkse geloof dat alleen het beste goed genoeg is voor de massa. Zijn eerste opera, ‘Intolleranza 1960’ omschreef hij trouwens niet als een opera, want dat woord had hem een te burgerlijke bijklank, maar als ‘azione scenica’. Hij zette de grote middelen in: een groot symfonisch orkest, vier zangers, en een operakoor. Vooral dat koor, als stem van het volk, springt eruit. Nono schreef een prachtige partituur die dat koor een overrompelende hoofdrol biedt.

Deze ‘azione’ vertelt het verhaal van een migrant die in de mijnen werkt. Hij verlangt naar zijn eigen land en vat de lange tocht terug aan. Onderweg houdt de politie hem aan, ondergaat hij foltering, ontsnapt ook nog eens aan een bomaanslag maar raakt toch thuis. Onderweg doet hij echter het inzicht op dat het Vaderland niet zo belangrijk is. Hij leerde dat mensen elkaar moeten helpen, over alle grenzen heen. De onverdraagzaamheid zal alleen overwonnen worden door een grote ommekeer.

Dat is onmiskenbaar een politiek pamflet. Nono stelde zelf het libretto samen. Het is een collage van teksten, een typisch procedé van die tijd. Met politieke slogans bracht hij zo in 1960 de maatschappij binnen in de operazaal. Inhoudelijke commentaar vond hij bij linkse schrijvers. Het woord ‘liberté’ bijvoorbeeld ontleende hij aan de Franse dichter Paul Eluard. De idee van de komende ommekeer vond hij in het gedicht ‘Mars’ van de Russische dichter Maiakovski.

Bertold Brecht leverde met ‘An die Nachgeborenen’ het besluit van het werk. Die verzen beloven een betere toekomst voor de komende generaties. Wij willen, zegt Brecht, geen conflict maar vriendelijkheid. De toekomstige mens zal voor de mens een helper zijn en meewarig terugblikken op de nederlagen van vandaag.Nono vond deze laatste tekst zo belangrijk dat hij het verwerkte tot een indrukwekkend a capella voor het koor. Het is de slotscène van de opera. Voor de linkerzijde lag de ideale wereld toen nog helder in het verschiet.

De ideale wereld lag nog helder in het verschiet

Jan Lauwers had voor zijn enscenering de enorme ruimte van de Felsenreitschule in Salzburg ter beschikking. Hij temde dit uiterst brede plateau meesterlijk, met de steun van leden van zijn eigen Need Company, dansers van het Salzburger dansproject Bodhi en de dansopleiding SEAD, en het groot operakoor van de Wiener Staatsoper onder leiding van Huw Rhys James. Het orkest zelf staat hier onder leiding van Ingo Metzmacher.

Het eerste deel brengt wervelende actie. De dansers belichamen in de choreografie van Lauwers zelf en Paul Blackman elk op hun wijze pijn, wanhoop, machteloosheid en hysterie. Ook het operakoor krijgt hier een grote rol in de actie. Een bijzonder sterk moment is de foltering van de migrant in een scène waarin de politie veel mensen hardhandig aanpakt.

Een slachtoffer schreeuwt het uit: ‘I can’t breathe’. Het is misschien een nodeloos expliciete verwijzing naar onze actualiteit, want de beelden spreken voor zichzelf. De massataferelen met het volk doen denken aan het Duits expressionisme uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Een paar keer  bevriest de groep tot een beeld, een plastische groep die in zijn plastische schoonheid een  heroïsche uitstraling krijgt, als in een schilderkunstig historiestuk.

Ondanks de chaotische gebeurtenissen weet Lauwers de solostemmen van de migrant (tenor Sean Panikka), zijn gezellin en ‘la donna’ (de sopranen Sarah Maria Sun en Anna Maria Chiuri) steeds een centrale plaats te geven die hun aanwezigheid versterkt. Zo wisselen de taferelen zich af van wilde actie met intiemere momenten, waarbij nu eens de groep en dan weer het individu aandacht krijgen.

In het tweede deel verstilt de actie. De migrant en zijn vrouwelijke kameraad vatten de lange, moeizame tocht naar het vaderland aan. Haar aria is het theatrale hoogtepunt van de avond. Ze zingt over de verschrikking van Hiroshima. Zang en beweging wisselen elkaar af – beide even virtuoos als tragisch. Als ook zij gemarteld wordt door twee dansers leidt dat tot een virtuoze dans, die toont over wat een brede waaier aan talenten Sarah Maria Sun beschikt.

Deze scene is lang, met een tragische intensiteit. Op het einde schemert enig optimisme door in het pleidooi van de vrouw voor aandacht voor de natuur en liefde voor de medemens. De muziek is dan uiterst rustig. Een klein scherm toont net dan een baby aan de moederborst. Deze video van Jan Lauwers is het absolute tegengewicht van alle eerdere opwinding en geweld.

De hoop dat het kind in een betere wereld zal terechtkomen, sluit direct aan bij de tekst van Brecht. Het wordt beter, maar nu nog niet. De voorstelling besluit met de prachtige toonzetting van Nono voor het koor. Als we ons in de geest van 1960 verplaatsen, dan past  het parcours van de hoofdpersonen zo compleet binnen de marxistische lijn die Nono voorstond.

Zijn sterke beelden groeien vanuit de muziek

Ik vind deze ontmoeting tussen Lauwers en Nono volledig geslaagd. Dat zeg ik niet lichtvaardig. Lauwers werkt hier op een zeer grote schaal, maar bewijst dat hij die volledig beheerst. Zijn sterke beelden groeien vanuit de muziek en onderstrepen de kracht en de schoonheid ervan deze uitzonderlijke partituur. Deze enscenering bewijst zo dat de ‘azione’ van Nono werkelijk één van de meesterwerken van de vorige eeuw is.

Bij politiek theater hoort de vraag of het niet allemaal wat gedateerd is. We weten dat de marxistische visie de tand des tijds niet goed doorstond. Maar de humanistische boodschap van dit stuk blijft pal overeind. Als we het enge ideologische kader opzij zetten, merken we hoeveel thema’s van 1960 nog altijd relevant zijn, en zelfs nog elke dag discussie opleveren.  Migratie, ecologie, overstromingen (al zijn die hier allegorisch) en politiegeweld, rukken de opera onverbiddelijk naar het heden.

De misstanden leiden hier niet tot een lange klaaglitanie, want de opera suggereert een uitweg. Het is en blijft een taak van ons allemaal om een positief antwoord te formuleren. De eerste woorden van het libretto luiden dan ook: Leef en wees waakzaam.  Ja, deze opera blijkt nog heel relevant, en is daardoor zoveel meer dan een prachtige partituur.

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren