Muziektheater

Wij, de verdronkenen Walpurgis/BOT/Kloppend Hert

Zeevaardersgezang

Niets grijpt meer aan dan een groep mensen die samen zingen over hun leven en hun strijd. ‘Wij, de verdronkenen’ van het gelegenheidsensemble Walpurgis/BOT/Kloppend Hert‘ is er het beste bewijs van. Deze muziektheaterbewerking van de gelijknamige roman van de Deense auteur Carsten Jensen grijpt minder aan door het wilde verhaal van een groep zeevaarders dan door de kracht waarmee een ensemble zich manifesteert. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Wij, de verdronkenen
Pieter T’Jonck Voormalige slachthuizen Antwerpen, Lange Lobroekstraat
Wintervuur 2019
meer info
06 januari 2020

'Wij, de verdronkenen’ begint als een onvervalste hulde aan het zeemansbestaan. Een grote bende mannen en twee vrouwen bestormen een podium van gammele planken. Matthias van de Brul zegt het meteen: zeemannen zijn verbonden door hun lot, niet door sectaire ideeën. Aan boord moet je het leven delen met mensen die van elders komen en anders denken, maar dat opent de geest. Hij krijgt bijval van alle anderen, Saïd Boumazoughe voorop. Een personage blijft echter wantrouwig, vijandig zelfs, aan de rand van het gebeuren staan. Weduwe Klara Friis, een rol van sopraan Ana Naqa, haat de zeevaart, omdat het dodentol veel te hoog is.

Meteen daarna duik je met Sam Boogaerts, de nestor van de troep, de geschiedenis van het stadje Marstal in. De Deense auteur Carsten Jensen wijdde een pil van net geen 700 bladzijden aan de geschiedenis van de stad tussen 1848 en 1945. Ooit had het afgelegen stadje op het eiland Ærø -in vogelvlucht 150 km van Hamburg verwijderd- de op één na grootste vloot zeilschepen van Denemarken. Reder Albert Marsten, de onbetwiste leider van de stad, was een wijs man die zorg droeg voor een hechte gemeenschap. Zo hecht dat de bevolking eigenhandig, zonder steun van enige overheid, een dam voor de haven wist aan te leggen.

Voor de details van het verhaal moet je echter niet bij deze voorstelling zijn. Hier gaat het om de sfeer van de groep die een lot en een geschiedenis deelt. Geen medium drukt dat sterker uit dan muziek. De manschappen sleuren muziekinstrumenten aan op het podium waar al een gammele piano stond, en barsten uit in luid gezang. Wie geen muziekinstrument beheerst draagt bij met het gebonk van een hamer of het zwiepen van een touw.

Dat zingen is overtuigender dan welk acteren ook om lotsverbondenheid uit te drukken. Het keert terug bij elk keerpunt in de voorstelling. Als vanzelf maakt één stem -contratenor Pieter De Praetere- zich daarbij telkens weer los uit de groep om het narratief te articuleren. Koor en voorzanger, een eeuwenoud motief dat als vanzelf aansluit bij de eeuwenoude zeevaart. Het Nederlandse muziektheaterensemble BOT en Peter Spaepen troffen die sfeer uitstekend.

Dat zingen is overtuigender dan welk acteren ook om lotsverbondenheid uit te drukken

Maar zoals het altijd gaat in verhalen als dit, is er ook een spelbederver: Job van Gorkum, één van de vier leden van BOT, gaat tegen de stemming in met smalende opmerkingen en wandaden. Hij bewerkstelligt ook de dood van Marsten door hem vast te spijkeren aan de vloer – een nogal vrije interpretatie van het boek van Jensen waarin Marsten sterft als hij ’s nachts vastloopt in een moeras. Nog meer commotie volgt als Ana Naqe op de piano klimt om haar haat voor de zeevaart in een woedende aria uit te spuwen.

Het is nog maar het begin van een saga vol onverwachte dramatische wendingen, zoals de teloorgang van de trotse vloot zeilschepen als de stoomboten opkomen. De relatie tussen Klara Friis, de onverwachte erfgename van het fortuin van Madsen, en haar zoon Knud Erik staat daarbij centraal. Zij wil niet dat hij de zee opgaat, maar hij zet -uiteraard-zijn zin door. Met de nodige drama’s als gevolg. Ondertussen breekt bovendien de ene oorlog na de andere uit.

Gaandeweg wordt het zo nogal lastig om de plot te volgen, maar daar lijken de makers zelf nauwelijks om te malen. Het gaat, los van de buitenwereld, om wat de zeelui, vanop hun schip, doormaken, en hoe ze zich samen uit de brand redden -alweer met Job Van Gorkum als de kwade genius. Dat begrijp je allemaal eerder via muziek en zang dan via de tekst. Je neemt daardoor zelfs het einde grif aan, hoe onwaarschijnlijk het ook lijkt dat kapitein Friis een vrouw (Sarah Yu Zeebroek) en boreling redt uit het ijskoude water van de Barentszee en dan plots besluit huiswaarts te varen.

Op Wintervuur gooide de technische omkadering echter nogal wat roet in het eten. De klankbalans in de oude slachthuishal deed de muziek al te weinig eer aan. De achtergrondbeelden van woeste zeeën en bewolkte luchten kwamen niet tot hun recht. Maar een bijzondere muziektheaterproductie is dit desondanks wel.