Muziektheater / Performance

Ecyclopédie de la parole, Suite N° 4 Joris Lacoste, Pierre-Yves Macé, Sébastien Roux, Ictus

Prachtig spookverhaal

Fransen maken het onderscheid tussen ‘les mots’, woorden en ‘la parole’. Dat tweede begrip kan je vertalen als ‘de spraak’, al dekt dat de lading niet helemaal. In ‘la parole’ zit de hele mens zoals die zich al sprekend uitdrukt. Joris Lacoste raakte gefascineerd door al wat ‘la parole’ bovenop de gewone betekenis van het woord uitdrukt, en bouwde er een jarenlang onderzoek rond uit. Daaruit kwamen vier voorstellingen voort, telkens te zien op het Kunstenfestivaldesarts. Dit jaar: de laatste aflevering: ‘Suite n° 4’. Met Ictus in een gastrol. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Ecyclopédie de la parole, Suite N° 4
Pieter T’Jonck Kaaitheater, Brussel
Kunstenfestivaldesarts
meer info
30 mei 2021

Joris Lacoste, artistiek leider van ‘L’ Encyclopédie de la Parole’, heeft een passie voor het gesproken woord.  Niet voor wat we zeggen, maar voor hoe we dat doen. In 2014 presenteerde hij een eerste greep uit zijn onderzoek in ‘Suite nr. 1 ‘ABC’ voor 11 vertolkers en evenveel gasten. Die 22 performers babbelden en zongen door elkaar. Hun woorden plukte Lacoste van Youtube, films, maar ook buitenissiger genres als donderpreken. De finale was de tekst van  ‘ABC’ van ‘The Jackson Five’.

Het enige, maar doorslaggevende, verschil met wat je op straat of op televisie hoort was dit: Lacoste orkestreerde als een dirigent al die found footage tot een partituur die de 22 stemmen in klanksterkte en toon precies op elkaar afstemde. Hij dwong ze zo in een kunstmatig patroon. Maar hoe artificiëler en gekker dat werd, hoe meer het mooiste en meest authentieke in (de manier van spreken van) de performers naar boven kwam. Het publiek werd er wild van. ‘Suite N° 2’ breide daar in 2015 een vervolg aan met 5 vertolkers.

Bij ‘Suite N° 2’ deed componist Pierre-Yves Macé zijn intrede: hij versterkte de woorden met een muzikale compositie. In ‘Suite N°3’ werd die opzet verder doorgetrokken in een stuk dat Lacoste zelf een ‘mini-opera’ noemde. Verrassend dus dat Lacoste dit jaar voor het slotluik van deze ‘Encyclopédie de la parole’ terugkeert naar zijn oorspronkelijk bronnenmateriaal.

De voorstelling bestaat uit een aaneenschakeling van stemmen. Ze komen ons toegewaaid vanuit een andere tijd, soms ver in het verleden, en vaak ook van plaatsen ver buiten Europa. Maar ook deze keer zorgde Macé voor een soundtrack, uitgevoerd door Ictus. Daar komt nog een elekro-akoestische laag bij van Sébastien Roux.

Bijzonder aan ‘Suite n° 4’ is dat al deze elementen samengevoegd werden als een toneelstuk in-vijf bedrijven. Waar Lacoste de inspiratie haalde is niet moeilijk te raden. Het stuk opent met een klankfragment van de openingsscène van ‘Hamlet’. Ze is ontleend aan een opvoering in New York in 1964. In die scène verschijnt de overleden koning als een spook, hier voorgesteld als een pufje rook. De verwarring onder soldaten en hovelingen is, zoals bekend, compleet.

'Suite N°4 is een spookverhaal met stemmen die een eigen leven gaan leiden los van de lichamen die ze voortbrachten

Waar het Lacoste om gaat, is dat dit fragment als geen ander het spookachtige van de stem verduidelijkt. De stem is als de ziel van een personage: ze komt voort uit het lichaam maar kan er zich van losmaken om een eigen leven te leiden. Anders gezegd: ‘Suite N° 4’ is een spookverhaal van stemmen dieeen eigen leven gingen leiden los van de lichamen die ze voortbrachten. Het is geen toeval dat de allerlaatste stem in deze stemmencollage afkomstig is van een overleden Mexicaanse verzetsstrijder. Zijn stem bereikt ons, via Youtube, van over het graf. Het is haast even griezelig als Edgar Allan Poe’s ‘The facts in the case of Mr. Valdemar’ waarin een gehypnotiseerde man blijft spreken na zijn dood.

Lacoste suggereert dat spookachtige op een eenvoudige, maar heel slimme manier. Voor het podium van het Kaaitheater is een gaas gespannen waarop teksten geprojecteerd worden. Die duiken ook op de achterwand van het podium. De woorden springen zo heen en weer in de ruimte, als een ballet van letters. Het podium zelf, net als de zaal blijft voor de rest leeg, maar komt toch tot leven door een vernuftige, steeds wisselende belichting, die zich geregeld ook naar de zaal verplaatst. Dan treden de spookstemmen bij wijze van spreken buiten de grenzen van ‘hun’ ruimte. Hoe hij het klaarspeelt zou een heel grondige analyse vragen, maar feit is dat Lacoste met deze simpele elementen een spektakel creëerde dat je van begin tot eind in ademloze spanning houdt; ook al kan je dan niet echt van een plot spreken zoals in ‘Hamlet’.

Maar dat is dan ook het leuke van spookverhalen. Het hoeft niet allemaal logisch te zijn. Het volstaat dat er in woorden en klanken een sfeer ontstaat. Dat je hoort wat achter de woorden aan affecten en emoties verborgen bleef, maar zich toch een weg naar buiten wringt. Prachtig. We zullen het missen, deze ‘Encyclopédie de la parole’.