Dans

Soul Chain Sharon Eyal / Ensemble Tanz Mainz

Razende levensdrift

In 'Soul Chain" tonen zeventien dansers op een doorleefde manier de emoties die razen door hun lijf. Een veeleisende, opzwepende en contrastrijke choreografie veruitwendigt hun levensdrift. Ze putten vrij uit vele danstalen, van ballet tot rave dancing. Een intense ervaring, die zich niet op één betekenis laat vastpinnen.

Soul Chain
Louise Raes Soul Chain
Emma Meerschaert Concertgebouw Brugge meer info
29 september 2019

De pikdonkere zaal verandert in een wazige clubscene wanneer rook het podium vult en elektronische underground muziek de stilte abrupt verbreekt. Twee vrouwen doorkruisen op de tippen van hun tenen diagonaal het podium. Met hun handen stevig in de zij laten ze hun lichaam mee schokken op de stuwende beats. Dan verdwijnen ze weer.

Twee mannen op hoge hakken (een verwijzing naar de dragscene?) doen het hen na. Meteen daarna zwelt deze openingsparade aan tot een gespierde machinale mensenstroom, zonder individueel onderscheid en zelfs zonder onderscheid tussen de geslachten. Allen dragen dezelfde huidkleurige bodysuit en lange doorschijnende kousen en hebben het haar strak opgebonden. Toch komen de dansers vastberaden, aan hoog tempo, voorbij. Als op een catwalk zijn ze zich er duidelijk bewust van dat ze door vele ogen bekeken worden.

Er valt geen duidelijk patroon te herkennen in die stroom van op- en afgangen, maar toch ontaardt ze niet in chaos. Het zet de toon voor een choreografie met een onnavolgbare, eigenzinnige bewegingstaal.

Als één organisme verspreidt de groep zich dan over het podium. Ze palmen die op vele manieren in: een dichte massa ontplooit zich tot een rasterpatroon, strakke lijnen gaan vloeien. Een impressionant spel met de ruimte. Deze snelle, vaak repetitieve patronen lijken nu eens een pompende hartslag voor te stellen, dan weer een ‘chain’ van individuen die innerlijke roerselen trachten uit te drukken.

'Soul Chain' vertrekt van klassieke poses, maar geeft er een hedendaagse draai aan. Nagenoeg de hele voorstelling lang bewegen de dansers blootsvoets op de bal van de voeten. Het lijkt op een spitzen dans, maar die zware inspanning wordt hier niet verdoezeld. Integendeel, spotlights doen de zwetende lichamen extra oplichten in de donkere scenografie.

Ook verticale lijnen, zoals pliés, relevés en élèves, ontleend aan het klassieke repertoire duiken vaak op, maar alweer zonder de elegantie van het ballet. Deze voorstelling geeft ballet een infuus van dance energie, en laat zo de schijnbaar moeiteloze gratie van het verhalende ballet achter zich.

Geen toeval dus dat er een subtiele knipoog opduikt naar de revolutionaire ‘Ballets Russes’. Michel Fokine’s ‘Scheherazade’ brak net zo met de klassieke traditie door te dansen op blote voeten en in vleeskleurige lijfjes i.p.v. tutu’s. Vaslav Nijinsky deed dat op zijn beurt in ‘L’ Après midi d’un Faune’ door in slechts één sprong kracht in plaats van lichtheid te tonen, of door dansers zijwaarts en frontaal te laten bewegen met de armen in de zij, zoals figuren op Griekse vazen. In Soul Chain zien we dezelfde motieven: huidkleurige lijfjes, zijwaartse en frontale passen met de armen in de zij. Ook hier geen virtuoze sprongen.

Sharon Eyal put echter ook uit andere bronnen zoals Ballroom, House, hip-hop en rave dancing. Twerks en tangobounces worden uitgelicht en geabstraheerd zonder aan kracht en energie te verliezen. Eyal biedt de dansers zo een breed palet dat hen binnen de strikte ruimtelijke patronen toch veel ruimte laat voor zelfexpressie.

Vaak doorbreekt een danser ongedwongen de synchrone en repetitieve bewegingen van de groep voor een eigen dans, soms op het voorplan, soms in de achtergrond. Even snel gaat die danser dan weer op in het collectieve organisme. We zien krachtige individuen die allen een gelijkwaardige positie innemen in een hechte groep. Die sterkt hen om zichzelf voluit te ontwikkelen en te tonen. 

Je beleeft een intens fysieke ontwikkeling. 


Wat hen precies bezielt weet je als kijker niet, maar je beleeft wel een intens fysieke ontwikkeling, die de dansers nu eens laat zien als een groep stuivende sassy modellen, dan weer als een horde stoere krijgers, met de overwinningsvuist in de lucht.

Sharon Eyals eclectische danstaal weerspiegelt haar choreografische achtergrond. Ze danste onder Ohad Naharin 18 jaar bij de Batsheva Dance Company, en was er ook een tijdlang artistiek codirecteur en huischoreograaf. Naharin is de grondlegger van Gaga, een danstaal waarvan de bewegingen zich niet laten codificeren. Gaga draait om vrijheid en dansplezier. Verstarde bewegingsregels worden doorbroken, zonder dat er andere voor in de plaats komen. Elke beweging kan, als ze maar gevoelsmatig en instinctief klopt.

Gaga laat ook in ‘Soul Chain’ zijn sporen na. Eyal husselt bewegingen en poses uit diverse dansstijlen door elkaar, en biedt de dansers zo een toolbox om voluit passie, zelfexpressie en doorzettingsvermogen te veruiterlijken. Ook de invloed van muziekproducer en mede-oprichter van L-E-V company, Gai Behar, spreekt uit deze voorstelling. Gai Behars wortels in Tel Avivs underground scene borrelen hier op in de forse techno beat.

Maar wat vooral fascineert in ‘Soul Chain’ is de spanning tussen de vrijheid in de bewegingstaal en het strikte kader dat Eyal oplegt. Dat resulteert in een ‘implosieve’ bewegingstaal: ondanks de intense ervaringen die zich een weg naar buiten lijken te zoeken in de lichamen, ontaardt de dans nooit in een ontregelde extase of chaos. De dansers kunnen de ruime toolbox van Eyal gebruiken om zichzelf uit te drukken, maar moeten zich tegelijk voegen naar de strikt afgelijnde danspassen, waarin methode en techniek domineren. Die spanning valt niet in woorden te vatten.

In de inleiding bij de voorstelling wees Tim Taveirne er dan ook op dat Eyal de vrijheid van de dansers beperkt tot het repetitieproces. Na afloop daarvan legt ze elke beweging secuur vast. Eyal zet het materiaal van de dansers zo om in een strikte partituur die hen als het ware met zichzelf confronteert: de dansers moeten tegelijkertijd zowel het complexe raderwerk van de choreografie laten draaien als de energie van het oorspronkelijke expressieve creatieproces oproepen en ‘waar’ maken.

Misschien verklaart die methode het fascinerend tafereel dat zich voor onze ogen afspeelt? Als toeschouwer heb je het gevoel dat je een glimp opvangt van het proces dat elke danser doormaakt. Wat hen drijft kom je niet te weten, maar het is alsof hun energie direct overslaat op je eigen lijf. je verlaat de zaal met veel adrenaline in de aderen.

‘There are big emotions within the bodies. I believe, it doesn´t need a story, much more its priority shows the actual expression through the bodies and muscles’, zegt Eyal. Dat is exact wat we te zien kregen. Geen verhalen maar rauwe emoties die via het lichaam van de danser tot dicht bij ons komen.