Dans / Performance

Haïti o Ayiti Cecilia Lisa Eliceche & Leandro Nerefuh

Na het ritueel, de aanklacht

De dansvoorstelling ‘Haïti o Ayiti’ van Cecilia Lisa Eliceche en Leandro Nerefuh dompelt je onder in een bad van rituele dansen, begeleid door oorverdovende soundscapes, getoeter van claxons en percussie. Pas achteraf geeft een boekje daar de (onthutsende) tekst en uitleg bij. Je blijft zitten met de vraag waarom beide aspecten van dit werk niet sterker verweven werden. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Haïti o Ayiti
Pieter T’Jonck Vooruit Gent, Domzaal meer info
24 november 2019

Al bij de ingang besef je dat dit geen gewone voorstelling wordt: jassen, schoenen, tassen, alles moet achterblijven in het foyer. ‘Om de kwetsbare vloer niet te beschadigen’ is de uitleg. Daarna wordt het publiek mondjesmaat in de zaal toegelaten. Een gids legt uit dat je een plaats kan zoeken op een van de primitieve bankjes op het speelvlak, maar je desgewenst veilig kan terugtrekken op een tribune.

Meteen is duidelijk dat de kwetsbaarheid van de vloer niet de enige reden is waarom schoenen uit moeten. Het is een glanzende folie waar een patroon van twee overlappende driehoeken met tape uitgezet werd. Die verdraagt alvast wel de ruw getimmerde bankjes, dus waarom ook geen schoenen? Schoenen uitdoen lijkt hier eerder het signaal dat je een ‘heilige’ plek betreedt. Goud- en zilverkleurige banieren met mysterieuze tekeningen her en der in de ruimte lijken dat te bevestigen.

Al is die heiligheid ver van rustig. Een loeiharde soundscape, die lijkt gebaseerd op loeiende motoren en loeiende koeien, overspoelt de ruimte. Dat geluid is zo overrompelend dat het even duurt voor je merkt hoe twee vrouwen in nauwsluitende body’s over de vloer, onder bankjes door, over de vloer kronkelen. Het zijn wonderlijke kostuums. Eliceche draagt een zwarte body met op de rug een slangenfiguur van zilverkleurige pailletten en op armen en romp okerkleurige inscripties. Op de lichtblauwe body van Estelle Foli Adjo vormen donkerblauwe pailletten slangenfiguren.

Slangen zijn hier duidelijk een motief, want ook vanuit het plafond daalt een kleurige kralenketting krullerig als een slang neer op het podium. Of gaat het om symbolen? Want de figuren op de banieren -geïnspireerd op veve’s -religieuze symbolen uit de voodoo- zijn net zo krullerig. Je komt er nooit uit tijdens de voorstelling.

Als een medewerker in de achtergrond een batterij claxons bespeelt komen beide danseressen overeind. Ze stappen nu, met een rug die naar boven en onder kronkelt als een slang, de randen van de figuur op de vloer af. Harde tikken op een koebel en dof tromgeroffel intensiveren de rituele processie die vanaf nu, met enkele variaties, blijft doorgaan. Soms trekken de danseressen zich terug, en overdekt een medewerker ze met een dekentje, later komen ze helemaal overeind en duwen ze trots hun borst naar voren.  Uiteindelijk komen ook hun armen in het spel.

Stilaan valt je daarbij een merkwaardig onevenwicht op tussen de twee danseressen. Eliceche leidt duidelijk de dans. Ze beheerst het ritueel meesterlijk, maar is tegelijk ook een MC, die in de gaten houdt wat haar partner en de muzikanten doen. Foli Adjo daarentegen gaat helemaal op in haar dans, en lijkt de omgeving te vergeten.

Eliceche leidt duidelijk de dans. Ze beheerst het ritueel meesterlijk, maar is tegelijk ook een MC

Die dubbele focus resoneert op een soms irritante manier met je eigen verhouding tot het gebeuren: je bent er deel van, zoals Foli Adjo, omdat je er middenin zit, maar je staat er tegelijk ook buiten, omdat je nauwelijks kan bevatten wat je beleeft. Een ritueel werkt echter maar als je het kent en in de magische kracht ervan gelooft, maar alvast in mijn geval schortte het daaraan. Ik wilde wel mee, maar voelde me toch heel vaak een buitenstaander.

Stilaan werken de danseressen en de muzikanten in de achtergrond naar een apotheose toe. Een dreunende orgelklank luidt de finale in. Beide danseressen maken nu hoekige bewegingen met de armen, waarbij hun wijsvingers in tegengestelde richtingen wijzen. De man die het publiek verwelkomde komt nu ook op de voorgrond. Hij vendelzwaait met een zwart-rode vlag  tussen het publiek door. Tot slot krijgt elke bezoeker een boekje mee.

Dat boekje verheldert het rituele karakter van de voorstelling. Wat je al enigszins kon vermoeden wordt hier uitgespeld. De voorstelling vertolkt een soort oerkracht en respect voor de natuur die leeft in Haïti en bij uitbreiding de hele Caraïbische wereld, van Cuba tot Venezuela.

Het boekje is een onthutsende aanklacht tegen het geweld dat de Westerse wereld uitoefent op dit gebied om het terug te dringen tot de staat van slavernij die de Haïtiaanse revolutie van 1791 verwierp. Onthutsend omdat veel feiten die erin opgesomd worden hoogstwaarschijnlijk meer dan een grond van waarheid bevatten. Onthutsend omdat je verneemt dat Westerse mogendheden een paradijs op aarde moedwillig tot een hel maakten door harde uitbuiting, vervuiling en bacteriologische oorlogsvoering. Onthutsend omdat de perfide rol van de ‘humanitaire’ acties na de aardbeving in 2010 er ontmaskerd worden als een halve staatsgreep. Enzovoort.

Maar daardoor vraag je je ook af waarom die informatie niet verwerkt werd in de voorstelling. Zou het kunnen dat de makers op die manier het Westerse publiek een koekje van eigen deeg geven? Zoals de Haïtianen een regime opgedrongen kregen dat hun wezensvreemd was, krijgen wij nu een ritueel dat ons hulpeloze getuigen maakt. Fair enough misschien, maar niet erg doeltreffend om aandacht te vragen voor een zaak die het verdedigen waard is. Je kan er bovendien niet van op aan dat elke bezoeker het boekje leest…

Maar wat me echt dwars zat was finaal vooral de ongelijke machtsverhouding tussen de twee danseressen. Ze is enkel latent - maar toch onmiskenbaar- aanwezig, en valt samen met wit-zwart verhouding. Die reproduceert -allicht ongewild, maar toch- de default verhouding die een Westers publiek heeft tegenover de complexe mengkroes van de Caraïben. Waardoor je naar de rituele voorstelling kijkt als een toerist: je raakt erdoor gefascineerd, maar die fascinatie wordt geen ervaring, en produceert dus ook geen inzicht. Maar was het daar nu net niet om te doen?