Dans

Outrar Lia Rodrigues

De vreugde van verbeelding

Eenheid vinden in afstand en in verschil. Het klinkt als muziek in de oren in tijden van corona en conflicten. Het is ook exact waar ‘Outrar’ van de Braziliaanse choreografe Lia Rodrigues in slaagt, met veel zin voor plezier. 

Uitgelicht door Daphne de Roo
Outrar
Daphne de Roo GC De Kriekelaar, Schaarbeek meer info
23 mei 2021

De setting: minimalistisch. Een ovale arena, met lichtspots op de juiste plaatsen. Een ruisende soundtrack vermengt zich met de wind en zwelt aan. Vogels in de buurt beginnen prompt te kwetteren, alsof ze elkaar willen waarschuwen voor storm. Luyd Carvalho en Marllon Araújo, beide leerling aan P.A.R.T.S, de bekende dansschool van Anne Teresa de Keersmaeker, betreden rustig hun houten podium. Een storm zal volgen, maar wel van de beste soort.

De performance volgt het langzame crescendo van de track. Eerst poseren Carvalho en Araújo met de handen in het haar, vervolgens scannen ze als beveiligingscamera’s het publiek. Terwijl de soundtrack varieert van dreigende diepe tonen tot atonale pianomuziek, beeldt het duo een reeks verschillende onderwerpen uit.

Outrar — zich anders maken: het neologisme werd bedacht door Fernando Pessoa, om een goed woord te vinden voor het zich inleven in de ander. Lia Rodrigues geeft in een interview te kennen dat ‘zo dicht mogelijk bij elkaar zijn niet aanraken is, maar juist uitgaan van de afstand van de ander’. Een opvallend uitgangspunt in tijden van huidhonger, maar Rodrigues gebruikt deze insteek al een stuk langer. Het gaat haar om radicaal luisteren naar de ander, alsof je de ander eet, of in zijn huid kruipt.

Dit is noodzakelijk, vindt Rodrigues, zéker in de huidige gezondheidscrisis, en zéker in een zwaar getroffen en verdeeld land als Brazilië. Zij moest daar vanwege de coronacrisis blijven. Toch is het niet Rodrigues’ bedoeling om een aanklacht of verzet op het podium te brengen. ‘Outrar’ is dus verrassend genoeg helemaal geen zware voorstelling, maar juist een speelse uitwisseling tussen kunstenaars.

Het project kan steunen op een unieke soundtrack — muziek van Zeca Assumpção, Henk Zwart, Mendel en Grupo Cadeira gaat hand in hand met klanken uit het Amazonegebied en geluidsopnames van de dansers zelf. Rodrigues bundelde en mixte dit alles, met hulp van Alexandre Seabra.

Rodrigues voegde er in samenspraak met de andere kunstenaars 27 opdrachten aan toe, die ze vervolgens stuurde naar de dansers in Europa. Opdrachten als ‘pauw zijn’, ‘gorilla zijn’ en ‘koffiepauze’. De dansers konden dit raamwerk naar hartenlust  interpreteren en er hun ding mee doen op het podium. Zo delen ze hun persoonlijke kwaliteiten en perspectief op een verfrissende manier.

De gorillas van Cavalho en Araújo lijken bijvoorbeeld een orgasme te hebben - of was dat een andere opdracht?- als je hun snelle synchrone passen, hun molenwiekende armen ziet terwijl ze een arml in arm uitgelaten een rondedaans houden of twerken. Het duo verdwijnt dan even om terug te keren zonder shirts en met mondmaskers. Nu maken ze de inmiddels in het collectief geheugen gegrifte ‘alcoholgelbeweging’ en schrobben zich vervolgens schoon.

De gorillas van Cavalho en Araújo lijken bijvoorbeeld een orgasme te hebben

Zachter, poëtischer zijn Carvalho en Araújo wanneer ze met de ruggen tegen elkaar hun armen als vleugels gebruiken. Zo eenvoudig eigenlijk, maar zo effectief, wisselen ze de bewegingen af tot ze lijken te versmelten. Deze beweging toont in een notendop de kwaliteiten van de voorstelling: geen greintje gezochte complexiteit, maar toch spannend door een brilante, geleidelijke opbouw.

De toon is zo alvast gezet, waardoor de poetsman die tussen de twee delen in het podium dweilt ook amuseert en onthaald wordt op applaus.

Dan begint de soundtrack weer zijn langzame crescendo. Nu betreedt Volmir Cordeiro de arena. Zijn snor roze geschminkt, de rest van zijn gezicht oranje, de handen rood. Gekleed in alles wat de koop-per-kilo-winkel te bieden heeft, met een bloem op zijn voet, als een moderne clown on budget. Een pruik met blonde en rode vlechten bungelt aan zijn schouders als een cape.

Cordeiro’s langgerekte lichaam is eerder gemaakt voor theatrale dynamiek dan voor de poëtische kalmte van zijn voorgangers. Hij weet het, want een lange ‘koffiepauze’ zit er niet in. Al snel begint Cordeiro klapwiekend te dansen, in antwoord op de turbulentie van Araújo en Carvalho. Hij blijft in dat groteske, carnavaleske register, zonder er een cliché van te maken.

Van tap dance tot volksdans, schijnbaar moeiteloos stuitert hij rond binnen en buiten de arena. Hij neemt een van zijn drie hoofddeksels af om zichzelf mee te reinigen. Vervolgens verandert hij in een gehate rivaal bij strippoker: één voor één pelt hij lagen kleding af, waarmee hij een eindeloze striptease inzet, die uitmondt in slapstick. Het genre ligt Cordeiro. ‘Devenir oignon, cette chose que je déteste!’, schreef hij vooraf op zijn Instagram, maar deze ‘gelaagdheid’ kan iedereen smaken.

Uiteindelijk brengt Cordeiro de rust terug. De lange vlechten nu als pruik, en de vele broeken en rokken verschoven naar zijn onderbenen. Hij is een zeemeermin die verleidelijk wappert met een veelkleurige staart. Het maakt de cirkel rond want Araújo nam bij aanvang van de voorstelling net zo’n pose in.

‘Outrar’ is het type voorstelling waarbij je aan het einde triest denkt ‘de kermis is afgelopen’. Rodrigues en de andere kunstenaars bewijzen dat je (politieke) ideeën kunt overbrengen via dans zonder te verzeilen in overmatige dramatiek en zonder in te boeten op amusement. Ze vonden een manier om heel hecht samen te werken op afstand, en een performance op te bouwen die van begin tot  einde een eenheid vormt. Dat is natuurlijk ook te danken aan de sterke leidraad die de herhaalde soundtrack vormt.

Zo slaagt Rodrigues er met de dansers in om elkaars eigenheden te ontdekken, nieuwe ruimtes te creëren en, hopelijk, om mensen aan te zetten daarmee te experimenteren na de voorstelling. Outrar is hier vooral een act geworden van vreugdevolle verbeelding. Radicaal luisteren en stilstaan bij de vele verschillen tussen mensen, het kan ook gewoon leuk zijn.