Dans / Performance

Triptych Peeping Tom / Gabriela Carizzo en Franck Chartier

De tijd (en de dramaturgie) op drift

In 2017 creëerde Peeping Tom, het ensemble van Gabriele Carizzo en Franck Chartier, voor het Nederlands Dans Theater de trilogie ‘Adrift’. Die herwerkten ze nu met een nieuwe cast binnen hun eigen compagnie tot ‘Triptych’, een drieluik over hoe het geheugen ons parten speelt bij grote drama’s. ITA Live vergastte ons op alweer een uitstekende registratie. Als het gaat over visuele vondsten, scenografie en bravoure van de performers is dit ook al absoluut top. Als drama mist de voorstelling helaas de scherpte om echt te raken.

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Triptych
Pieter T’Jonck ITA Live zaterdag 3 april 2021 meer info
05 april 2021

Al vanaf ‘The missing door’, het eerste deel van ‘Triptych’, gaat er iets grondig mis met de tijd. Rechts op het podium zit een man levenloos aan een tafeltje, een bloedspoor op zijn hemd. Een bediende ruimt het glas met bloed op de tafel op, en dweilt de vloer haastig, bijna maniakaal. Hilarisch moment: de vod waarmee hij poetst gaat op de loop voor hem.

Vreemd genoeg negeert de bediende de dode zelf totaal. Zelfs niet als hij als bij wonder tot leven komt. Als een tweede, vrouwelijke bediende een zetel bijschuift maakt ook een vrouw met een korte blauwe rok haar opwachting.

De tijd gaat nu plots met sprongen achterwaarts. Het is alsof we de intieme, maar gespannen relatie tussen de twee personages herbeleven. De actie verloopt met horten en stoten. Plotse freeze frames en frenetiek gesticuleren wisselen elkaar af.

Zien we hier de beelden die zich opdringen aan de verwarde geest van de zieltogende man? Aan wie behoren anders de gezichten die in de spiegel opduiken? Waarom doet de man de vrouw één schoen met hoge hakken aan? Waarom lezen zij gespannen in een groot boek?

Je weet het niet, maar dat deert voor even nog niet: de performers spinnen elke situatie immers uit tot een demonstratie van virtuoos, acrobatisch spel waar je niet snel op uitgekeken raakt. Het hyperrealistische decor, dat met zijn wanden van verzinkt plaatstaal het onderruim van een oceaanstomer oproept, voegt daar een claustrofobisch gevoel aan toe.

Het wordt zelfs bijna een spookverhaal. Plots weerklinkt geklop op een deur, maar die wil niet open gaan. Drie andere deuren zwiepen meteen daarna wel krakend en piepend open, zonder menselijke tussenkomst. Iedereen beeft van angst en vlucht, op de eerste man na, die geen uitweg vindt. De ontbrekende deur uit de titel?

Net dan komt het decor helemaal tot leven: het trilt en beeft. Achter de spiegel trekt een stoet mensen voorbij. Ze zwaaien spottend met het handje. Even later stuiken die personages de kamer binnen. Zo de griezelig giechelende man en de vrouw in een lang blauw kleed. Ze hebben samen een brilante scène: hij danst rond met haar alsof ze een mannequinpop was. Ze steunt stokstijf op zijn handen, hoe hij haar ook rondzwiert. Verbluffend gewoon.

De toedracht van of samenhang tussen de gebeurtenissen wordt er met die vele personages echter niet duidelijker op. Spectaculairder wel, zeker als er een storm opzet en de klankband een kreunend, kapseizend schip suggereert. Maar het ontging me toch waarom  de gebeurtenissen eindigden zoals ze begonnen: met een zieltogende man aan een tafeltje. Minus het glas met bloed.

Wellicht wil deze ‘Missing door’ evoceren hoe traumatische gebeurtenissen zich blijven herhalen in de herinnering, want vanaf nu herbegint het verhaal weer. Maar als kijker kreeg ik te weinig handvatten om me te verhouden tot wat de personages doormaken, waarom hun hoofd op hol slaat.

Lekker griezelen met een camera die plots scherp stelt op bizarre details als een klink die zomaar aan het rammelen slaat

Dat is jammer, want er is wellicht niet veel nodig om hun contouren en verhoudingen scherp te stellen. Nu genoot ik vooral van de verbluffende prestaties van de performers en de vele visuele vondsten. Lekker griezelen ook af en toe, met een camera die, alsof het om een echte film ging, plots scherp stelt op bizarre details als een klink die zomaar aan het rammelen slaat. Ze verstaan bij ITA ondertussen echt wel de kunst om een podiumvoorstelling om te turnen tot een overtuigend verhaal voor het scherm.

Wat geldt voor dit eerste deel, geldt ook voor de twee volgende delen van deze ‘Triptych’, ‘The lost room’ en ‘The hidden floor’, ook al tekende Gabriela Carizzo voor het eerste en regisseerde Franck Chartier de volgende twee. Ook die evoceren een sfeer van vervreemding en verwarring in de tijd, en ook die blinken uit in visuele bravoure maar laten je dramaturgisch in de kou staan.

De locatie is nu wel overduidelijk een cruiseschip. In het tweede deel treffen we alle personages in een luxe-kajuit met wanden van kostbaar hout. Het derde deel speelt zich af op een terras met bar op het dek voor die kajuit. Dat terras staat helemaal onder water. Niet omdat de boot zinkt, al is er soms die suggestie. Het zijn de overvloedige tranen van een oude man die het podium blank zetten.

Ook hier trakteren de performers je op choreografische en acrobatische hoogstandjes die op zich de moeite waard zijn. De decorwisseling tussen de drie delen van de triptiek is bijvoorbeeld een wondertje van efficiëntie. Terwijl techniekers wandpanelen herschikken blijven de performers spelen, als om reeds de sfeer van de volgende delen te schetsen.

Zo merk je ook hoe merkwaardig goed getroffen de maat van dit decor is. Het staat wat verloren op het grote podium, als een object dat even verweesd en verdwaald is als de tijd in dit stuk. Twee overhoeks opgestelde wanden, die telkens de basis vormen, zijn 45° gekanteld tegenover de podiumlijst. Je kan er zo langs alle kanten achter- en overheen kan kijken, zodat de actie achter de schermen de ervaring mee kleurt.

Maar al dat vernuft brengt je ook nu niet veel dichter bij wat hier gebeurt. Je blijft op afstand bij de meestal dramatische, soms surrealistische en af en toe ook gewoon dolkomische momenten. Vaak lijkt virtuositeit om de virtuositeit daarbij het motto.

Daar kan je een tijd je hart aan ophalen, maar het werkt op de duur onverschilligheid in de hand. Terwijl je weet dat ze bij Peeping Tom beter kunnen: ‘Kind’ bijvoorbeeld schiep wel een grote betrokkenheid tussen kijker en het drama op het podium, op basis van dezelfde ingrediënten.

Misschien moet Peeping Tom nog maar eens goed sleutelen aan de dramaturgie van het geheel. Met het spel en de scenografie zit het alvast meer dan snor. Dan ligt een werkelijk pakkende, en niet alleen verbazend goed gemaakte, voorstelling binnen handbereik.