Dans / Performance

L' onde Nacera Belaza

De schokgolf van Nacera Belaza

‘L’onde’, zo heet de nieuwste creatie van Frans-Algerijnse choreografe Nacera Belaza. Het is Frans voor ‘De golf’, maar hier zou je ook van een schokgolf kunnen spreken. Daar komen de toeschouwers van dit adembenemende spel van schemering, klank en lichamen immers in terecht.

Uitgelicht door Jasper Delva
L' onde
Jasper Delva La Raffinerie
Kunstenfestivaldesarts
meer info
07 juli 2021

Net als in ‘Le cercle’, het eerdere werk van Belaza dat op het Kunstenfestivaldesarts presenteerde, start de voorstelling in het pikdonker en in een doodse stilte. Ik kan niets, maar dan ook niets, ontwaren. Het duurt een hele poos. Een gevoel van onwennigheid en spanning hangt in de zaal.

Dan weerklinkt plots een collectief gezang, dat een eeuwenoud ritueel doet vermoeden. Nog steeds blijft het podium echter in duisternis gehuld tot een vage schemer gloort op het podium. Mijn ogen hebben tijd nodig om te wennen aan deze toestand. Pas dan ontwaar ik een beweging. Zijn het armen die snel na elkaar achten maken? Is het één persoon? Mijn eerste reactie is er een van verbazing, de schok die je ervaart als je geconfronteerd wordt met iets dat je nog nooit eerder ervoer. Ik wil weten wat ik zie, maar kan het niet bepalen.

Dan deemstert het licht alweer weg, maar de groepszang gaat verder. De ritmische, repetitieve aard ervan zorgt ervoor dat ik toch mijn focus behoud. Beland ik zo in een soort trance? Ik volg wat ik zie, maar ben lang niet zeker dat ik de controle heb.

Opnieuw gaat het schemeren op het podium. Het licht wordt nu sterk genoeg om drie schimmen te onderscheiden. Ze vormen een driehoek, met de punt naar achter gericht. Ik merk nu hoe ze wild en energiek cirkels en achten tekenen met armen, lijf en hoofd. Toch blijven hun voeten stevig op de grond staan. Door het schaarse licht lossen details op in een spel van licht en schaduw. Het is alsof je geesten zag. Het ziet er indrukwekkend uit. Hoe kan een lichaam zoveel beweging voortbrengen, zo wild en vitaal gesticuleren, en toch blijven stilstaan?

De wervelwind van lichamen, licht en muziek maakt het me onmogelijk te bepalen of mijn waarneming aan een realiteit beantwoordt of dat het vooral mijn eigen constructie is, alsof ik steeds met een (opgelegde) onscherpe focus kijk. Lichamen zijn niet meer dan geestachtige wezens, fantomen. Ze voeren zwevende, vloeiende bewegingen uit, maar staan tegelijk aan de grond genageld, alsof ze tegelijk gegrepen zijn door een onweerstaanbare drang om te bewegen en de onmogelijkheid daarvan. Een dans, of een toestand, die aanvoelt als een balanceren tussen extase en stilstand, energie en rust, leven en dood.

Een dans, of een toestand, die aanvoelt als een balanceren tussen extase en stilstand, energie en rust, leven en dood

Het komen en gaan van lichamen in de duisternis blijft mijn waarnemingsvermogen tarten. Wat doen de lichamen en zelfs, hoeveel staan er op het podium? Steeds zie je enkel contouren, beroofd van individualiteit. Bevangen door wat doet denken aan een dikke mist of rook eist dit spektakel al mijn concentratie op. Ik moet het beste van mezelf geven om te blijven volgen. Maar ik voel ook dat mijn aandacht verandert, alsof ik me gedwongen overgeef aan de onduidelijkheid.

Opnieuw contouren. De geesten lijken nu een cirkel te vormen. De bewegingen reiken omhoog, als vlammen van een kampvuur. Mijn aanvankelijke beklemming als gevolg van de onmogelijkheid om iets te zien en te herkennen, wijkt stilaan. Er daalt even rust neer. Die is echter van korte duur. De spookachtige manier waarop lichamen en bewegingen verschijnen en verdwijnen herneemt met nieuwe kracht. Ik verzet me vanaf nu niet meer tegen het ongewisse van wat ik zie.

Naar het einde van de voorstelling zwelt het licht aan tot een halfduister dat laat zien dat er vijf lichamen op het podium staan. De tribale achtergrondzang is ondertussen vergleden tot een soundscape van vervormde stemmen. De dansers vormen nu weer een driehoek, en maken weer achten en cirkels met lijf en leden, maar nog steeds zijn ze als aan de grond genageld. Daardoor lijken ze wel bewegende sculpturen. De spanning tussen de snelle, wilde bewegingen van lijf en leden tegenover de onbeweeglijkheid van de voeten bepaalt weer de ervaring. Het slorpt me helemaal op.

 ‘L’onde’ vervoert je zinnen en laat je zo verzeilen in een ware schokgolf van prachtige beelden. Het nodigt je uit tot niets minder dan een reis in het duister, op zoek naar het licht. Veel steek je niet op tijdens deze reis, een bestemming bereik je evenmin, maar je bereikt wel een staat van verhoogde, intense aandacht. De stroom van onscherpe, maar toch precies gekozen beelden brengen je in een soort vervoering of zelfs trance, die je leert het niet zien, het niet weten te aanvaarden. Eens op dat punt ga je van die toestand zo genieten dat je je laat meedrijven op een golf die eeuwig zou mogen duren. Een beklijvende ervaring!