Dans

Soirée d' études Cassiel Gaube

Craving for dance

In ‘Soirée d’Études’ zet de jonge choreograaf Cassiel Gaube zijn verkenning van de rijke woordenschat van house dance verder. Die begon met de solo ‘Farmer Train Swirl’. Deze keer waagt hij zich aan een trio. Ook nu weer doet ons met nieuwe ogen kijken naar de complexiteit van de bewegingstaal van deze dansstijl. En net als de vorige keer doet de verlokkelijke choreografie ernaar verlangen om zelf te dansen op dreunende housebeats.

Uitgelicht door Jasper Delva
Soirée d' études
Jasper Delva Drie Gapers / Kaap Oostende
Dansand! 2021
meer info
06 juli 2021

De regenbuien boven Oostende beslisten er bijna anders over, maar een uur later dan voorzien hield de regen op en brak de zon door. Nadat technici, crew en publiek zich een eerste keer uit de naad werkten om het podium droog te krijgen kon Cassiel Gaube dan toch zijn ‘Soirée d’Études’ presenteren op DANSAND! Maar toen had hij al samen met vele toeschouwers, waaronder nogal wat PARTS-studenten, een lekkere spontane flashmob op housemuziek voorgeschoteld. Zelfs in de gietende regen werkte dat aanstekelijk. De toon van de verdere avond was meteen gezet.

‘Soirée d’Études’ begint, net als  de solo ‘Farmer Train Swirl’ met een korte mededeling van Gaube. Dit stuk is de voortzetting van zijn exploratie naar de house dance, een hybride mengeling van dansstijlen die ontstond in de clubs in Chicago en New York in het begin van de jaren 1980. Het rijke lexicon van bewegingen kent invloeden uit de hiphop, salsa, rasta, tapdans, capoeira et cetera. Wat we te zien zullen krijgen is een serie van études, choreografische verkenningen naar de mogelijkheden van deze eclectische dansstijl.

Federica "Mia" Miani, een ervaren streetdancer uit Parijs, opent de serie ‘études. Ze vertrekt vanuit één hoek van het witte speelveld. Haar voeten, in rood-witte sneakers, trippelen en trappelen over het zeil. Tegelijk draait ze in het rond vanuit de heupen. De armen bewaken gezwind haar evenwicht. Ze danst in stilte, afgezien van de percussie van haar voetenwerk. Toch denk je daarbij niet meteen aan housemuziek. Het is alsof Gaube de housedans van zijn muzikale connotaties wil ontdoen en vooral de bewegingen wil laten spreken. Het bewegingsidioom dat zich ontwikkelt krijgt zo iets abstract en bijna cerebraal.

Maar er valt ook iets op: Miani heeft een bluetooth-oortje in. Ze danst op muziek die de toeschouwers niet horen. Op de tonen van die onhoorbare muziek stevent ze af op de tegenoverliggende hoek van het danszeil. Diego "Odd Sweet" Dolciami, een andere streetdancer uit Parijs, vervoegt haar. Zijn sneakers zijn geel en wit. Ook hij heeft een bluetooth oortje in. Samen gaan ze op exploratie. Ze zoeken elkaar op, kijken elkaar aan, beide breed glimlachend wanneer hun blikken kruisen. De bewegingen gaat voort op het elan van Miani, Draaiend vanuit de heupen, zakkend door de knieën bewegen ze rond elkaar. Maar vooral trappelen de voeten op het witte doek, zoals de regendruppels die net daarvoor de aanvang van deze voorstelling onzeker maakten.

Ze komen te stilstand, een knikje volgt, met een glimlach toe. Nu dansen ze naast elkaar, unisono. Maar al snel draaien ze weer om elkaar heen. Kleine sprongetjes doen hun intrede. Het maakt het complexe, precieze voetenwerk nog indrukwekkender. Gestaag gaat het tempo van de bewegingen omhoog. Drijft het ritme van hun voeten de voorstelling naar een hoger aantal beats per minute? De snelle bewegingen worden nu afgewisseld door tragere, slepende bewegingen. Een voet schuift met een lange, rustige haal over de vloer naast het energieke trappelen. Het snelle draaien vanuit de heupen krijgt gezelschap van langzaam wentelende kniebewegingen en trage, breed vegende armen. Het is een virtuoos spel dat een licht werpt op de kinetische complexiteit van elke housedance move.

Nu is het de beurt aan Gaube zelf. In een nog een andere hoek springt hij, overigens op blote voeten om uitschuivers te vermijden, gezwind in het rond. Maar al snel staakt hij de voorstelling. De vloer is te nat, te gevaarlijk, kondigt hij aan. Meteen stort een horde mensen zich op het podium om het droog te krijgen, hongerig als ze zijn naar het vervolg. Ze zetten hun hele lijf in, en zelfs hun eigen kledij als er geen droge handdoeken meer voorradig zijn. Ook dit vloerwerk is best fascinerend om gade te slaan.

Gelukkig voor zij die er hun droge kleren aan opofferden kan de voorstelling opnieuw beginnen. In de hoek waar Gaube eerder eindigde, vertrekt hij samen met Dolciami nogmaals op verkenning. Maar de avondcondens blijft een sluipend gevaar: occasionele uitschuivers blijven deel van de choreografie. Maar vooral gaat het virtuoze trappelen verder en geeft het nieuwe energie aan het nog steeds begerige publiek. Het voortgebrachte geluid mag dan wel hetzelfde zijn, de bewegingen zijn anders. Eerder was het vooral de hiel en zool die het drumwerk deden, nu treedt de tikkende tip van de voet expliciet naar voren. Ook de sprongetjes zijn wat anders. Gaan de voeten in de lucht, dan komen ze na een draaiende beweging naast elkaar terecht op het ondertussen droge witte zeil. Het geheel heeft wat weg van een tapdans, maar met een dikke saus shuffelende hiphop of disco er over heen.

Een opzwepend moment van pure euforie en extase

Die laatste observatie mag je gerust met een korrel zout nemen. Vaak doen de bewegingen die je ziet denken aan een bepaalde stijl, maar zeker ben je als toeschouwer nooit. Het is quasi onmogelijk een stijl, welke dan ook, echt te herkennen. Je kan het enkel bij benadering raden, al ben ik vrij zeker dat ik minstens één keer een hiphop running man zag. Of was het dan toch een verwijzing naar jumpen?

Net als in ‘Farmer Train Swirl’ gaat het echter niet over de exacte stijlverwijzing. Kijkgenot staat hier voorop. Dit werk bewijst evenwel  dat geen enkele vorm van dansen uit het niets ontstaat. Elke stijl heeft een eigen lexicon, een eigen vocabularium. Wat een uitvoering interessant maakt is hoe iemand daarmee aan de slag gaat, hoe iemand dat lexicon leest,  begrijpt en zo gestalte geeft aan bekende moves. Precies wat Gaube doet met deze choreografische studies. Het doet wat denken aan het hedendaagse open-source werken. Gaube neemt de basisstructuur en voegde er zijn eigen regels code aan toe.

Deze kerngedachte treedt in ‘Soirée d’Études’ sterker naar voren dan in de solo ‘Farmer Train Swirl’. Doordat drie erg verschillende dansers hetzelfde materiaal vertolken laat Gaube zien dat ze elke beweging anders lezen en belichamen. De subtiele verschillen in lezing en expressie van dezelfde bewegingen zijn vaak treffend. Al volgen ze dezelfde routine, de drie dansers geven er elk een eigen invulling aan. Het geeft tijdens het kijken een gevoel van vrijheid en inclusiviteit. Beweeg, en doe dat vooral vanuit jezelf. Het is een waarderende knipoog naar de geschiedenis van de housemuziek, die haar oorsprong toch vooral kent in de zoektocht naar inclusie, erkenning en acceptatie van Amerikaanse minderhedenculturen.

Het tempo van de ‘Etudes’ stijgt uiteindelijk weer. Er ontstaat een kolkend wisselspel tussen de drie dansers. Dolciami wordt vergezeld door Miani, ze doen dezelfde stampende bewegingen met benen en voeten. Hij stapt rustig weg, terwijl zij al springend in het rond begint te draaien. Het is het teken voor Gaube om haar te vergezellen. Elke keer opnieuw zie je hoe de nieuwkomer de bewegingen van danser op de vloer overneemt, maar meteen ook in een nieuwe richting stuwt. Dat energiek komen en gaan tussen de drie dansers zet de spanning tussen één stijl en de individuele expressie ervan mooi in de verf.

Ze eindigen samen op de grond, turend naar de in warm avondblauw gehulde hemel. Het voelt als een moment van rust. Is dit de kalmte voor een nieuwe storm die door Oostende zal waaien? Wie goed keek, zag dat het trio van het rustmoment gebruikmaakte om het oortje uit te doen. Dat is geen detail. Het complexe bewegingsvocabularium blijft hetzelfde, maar vanaf nu moeten ze het doen zonder begeleidende muziek.  Wat zijn nu hun referentiepunten tijdens het dansen? Hoe stemmen ze zich op elkaar af qua timing? Je ziet de opperste concentratie bij de drie de dansers. Die is anders dan tevoren, nog meer gefocust, nog meer attent op het kleinste detail van elke beweging. Het virtuoze en minutieuze dansspel dat ze in werkelijk volledige stilte tentoonspreiden wordt zo een indrukwekkend huzarenstukje.

Tot ze stilvallen. Applaus volgt, terecht. Maar dan jaagt disk jockey van dienst Marius Pruvot muziek door de boxen. Gehuld in het warme licht van de ondergaande zon – dankzij de late start – horen we ‘You’re in My System (Atmospheric Vocal Mix)’ van ‘The System’, een house klassieker uit de vroege jaren 1980. In een laatste trio trekken de dansers alle registers open. Wild en opgewonden, en opnieuw met brede glimlach, tekenen Gaube, Miani en Dolciami in het rode licht van de avondzon, versterkt door het licht dat nu het podium overspoelt, nog één keer prachtige variaties van de bewegingen van de housedans.

Deze laatste étude zet het publiek in vuur en vlam; Iedereen begint mee te klappen. Er wordt gefloten, geroepen. Sommigen kunnen het niet laten om mee te bewegen op de elektronische beats van ‘The System’. Het maakt meteen de laatste les van deze studieavond duidelijk. Dansen, en zeker housedans, is een sociaal gegeven en krijgt haar betekenis vooral in de relaties tussen verschillende lichamen en mensen. Het is een opzwepend moment van pure euforie en extase, voor dansers en publiek. Misschien is dat wel de echte kern van deze prachtige en uitstekende études: er schuilt een diep verlangen in ons om te dansen. Hopelijk zien we elkaar dus snel weer op een dansvloer!