Dans

Farmer Train Swirl - Etude Cassiel Gaube

House Grammar

Het ‘jong werk’ op TAZ#19 telde twee dansvoorstellingen, die, toeval of niet, allebei geïnspireerd zijn op house dance. Cassiel Gaube presenteert die in ‘Farmer Train Swirl’ echter als een ‘étude’, een compositorisch principe uit de ‘ernstige muziek’. Dat laat je met net iets andere ogen kijken naar deze dansvorm. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Farmer Train Swirl - Etude
Pieter T’Jonck De Grote Post, oostende
TAZ#19
meer info
14 augustus 2019

In de klassieke muziek, meldt Wikipedia, is een étude een leerstuk, dat niet bedoeld is om publiek uitgevoerd te worden. Maar het kan ook een stuk zijn dat bepaalde speltechnische moeilijkheden van een instrument onderzoekt. In dat geval is het wel de bedoeling om het als recital te brengen.

‘Farmer Train Swirl’ behoort tot de tweede categorie. Voor de voorstelling begint neemt Gaube het woord om de opzet van de avond toe te lichten. Hij beoefent al jaren house dance, een dansstijl die in de jaren 1980 ontstond in verlaten warehouses in Chicago. Deze mengvorm van diverse zwarte dansen als hip hop, salsa, tapdance etc. groeide uit tot een genre op zich.

Na zijn studie aan PARTS in Brussel bekwaamde Gaube er zich verder in tijdens workshops en jam sessions in Parijs en New York. Ook clubs waren een voorname leerschool. De ‘moves, grooves and attitudes’ die hij daar opstak wil hij nu ‘in an embodied and subjective way’ demonstreren.

Daar zit een didactisch kantje aan. Hij zal niet alleen laten zien welke vaardigheden het genre vereist, maar ook dat het over een precies, gearticuleerd vocabulaire beschikt. Om het publiek een handje te helpen krijgt het een blad dat zijn parcours over het podium schematisch weergeeft.

Langs die slingerlijn staan de namen van alle opeenvolgende ‘moves and grooves’ genoteerd. Verschillende kleuren geven aan uit welke bron ze komen. Rood voor ‘hip hop’, blauw voor ‘house’, geel voor ‘variaties’ en groen voor ‘signature steps from teachers’.

Die didactische aanpak zou niemand verbazen mocht het pakweg om klassiek ballet gaan. Dat is immers zo gecodificeerd dat het perfect mogelijk is om posities, intensiteiten en figuren ervan te noteren op een diagram. Maar je verwacht niet dat zoiets ook zou lukken bij house. Toch wel dus.

Toch is het moeilijk, zo niet quasi onmogelijk, om tijdens het kleine half uur dat Gaube daarna danst te volgen waar hij zich ergens bevindt in het diagram. Zijn we aan ‘the pepper seed’, of is dit nu al ‘the smurf’? Je kan het enkel bij benadering raden doordat er her en der op de route ‘Clap’ staat, en Gaube dan ook in zijn handen klapt.

Dat is ook niet werkelijk de kwestie. Het punt is dat het mogelijk is om zo’ n diagram te maken, en wat dat impliceert. Ook bij ballet kunnen slechts weinig kijkers alle passen die benoemen, maar dat belet niet ervan te genieten. Integendeel. De wetenschap dat wat je ziet een precieze codex volgt ontslaat je van de nood om ‘iets te begrijpen’. Je moet alleen aandacht hebben voor de specifieke manier waarop een danser die codex interpreteert. Het is als een verhaal dat je door en door kent, maar er net daarom van geniet als het weer eens net iets anders verteld wordt.

Mutatis mutandis, brengt Gaube ons aan het verstand, geldt dat ook voor house. Het is net zo goed een repertoire, een codex. Ook hier draait alles om de manier waarop een danser gestalte geeft aan een figuur, ze leven inblaast. Hetzelfde verhaal, steeds anders verteld. Het mooie van de voorstelling is dat Gaube dat inzicht, na zijn korte inleiding -veel korter dan mijn uiteenzetting hier-, ook bewijst. Een klein half uur lang demonstreert hij, grotendeels in stilte, de basisprincipes van house.

Cassiel Gaube demonstreert een klein half uur de basisprincipes van house als een danstaal

De eerste ‘move’ focust op de benen, die hij snel, sneller, snelst kruist. Langzaam zakt hij daarbij door de benen, en gaan zijn armen mee slingeren. Op de duur blijven zijn voeten aan de grond. Ze veren nog licht mee, maar het centrum van de beweging schuift omhoog. Zijn wiegende heup doet zijn rug en schouders heen en weer draaien, en de armen volgen in steeds wijdere zwaaien.

Zijn hoofd hangt er dan maar wat bij, tot hij het opricht. Nu herneemt hij de controle over zijn slingerende armen. De inspannende oefening vraagt een intense controle van de adem. Nadrukkelijk blaast Gaube uit en snuift hij daarna weer in. Zijn adem groeit zo uit tot de percussie bij de bewegingen. Ze klinkt als een stoomlocomotief die op gang komt en steeds sneller voort dendert.

Het centrum van de beweging schuift nu nog verder omhoog, naar de schouders die beurtelings voorwaarts en achterwaarts zwenken. In plaats van zijn benen maken nu zijn armen razendsnelle kruisbewegingen, als aandrijfassen van een stoomtrein inderdaad.

Pas na deze initiatie vangt Gaube zijn slingertocht over het podium aan. Die doet licht komisch aan. Bij zijn spastische waggelgang schiet hij voortdurend door zijn heupen en haalt dan onwillekeurig uit met een arm. Maar als bij toverslag verandert die dronken ‘attitude’ in een sierlijke rondedans, die in zijn traagheid de zwaartekracht tart.

Zo blijft de ene figuur in de andere omkantelen. Het centrum van de beweging schuift heen en weer in zijn lichaam. Bekken en benen geven de basso continuo aan, de adem is de leidende stem, schouders, armen, handen en hoofd articuleren in talloze variaties de nuances van de beweging. Virtuoze gevechten met de zwaartekracht voegen bravoure toe. Momenten van (moedwillig) controleverlies humor.

Pas heel laat, ongeveer op twee derden van de tijd, klinkt er plots muziek op: briljante jazzy pianoloopjes op een tapijt van elektronische percussie van Omar S. Na de lange introductie in de taal en grammatica van house trekt Gaube nu alle improvisatieregisters open. Het is een opzwepend moment, dat langzaam uit fadet als ook de muziek wegsterft.

De slotbeweging is een kleine tapdans, zonder claquettes weliswaar, maar heel herkenbaar. Dat is symbolisch belangrijk. Het is de oudste ‘zwarte’ dans die wereldwijd bekend werd, en ondanks alle verbasteringen en ‘foute’ witte toe-eigening nooit helemaal verdween.

Gaube toont hier op een half uurtje dat house vanuit talloze populaire bronnen uitgroeide tot een volwaardig expressief medium. Je kan die taal niet alleen ‘lezen’, je kan er ook heel veel mee vertellen. Daarin verschilt deze dans, mutatis mutandis, niet zoveel van ballet. Ook dat haalde de mosterd bij populaire dansen. Alleen heten sarabandes, chaconnes en menuetten hier reggae, hip hop, tapdance of salsa. Als je dat kan tonen op zo’n kort tijdsbestek, dan heb je iets belangrijks gedaan.