Dans

The Dark Red Research Project Rosas/Anne Teresa De Keersmaeker

Brancusi on the move

Met ‘The Dark Red Research Project’ in MUHKA zoekt Anne Teresa De Keersmaeker met haar ensemble Rosas voor de tweede keer het Museum op. Maar terwijl ‘Work/Travail/Arbeid’ in Wiels (2015) een voldragen werkstuk toonde, gaat dit project om het zoekproces dat daaraan vooraf gaat. Toch is het geen publieke repetitie. ‘The Dark Red Research Project’ ensceneert de inzet van een repetitieproces. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
The Dark Red Research Project
Pieter T’Jonck
M HK Antwerpen meer info
06 september 2019

Ik zag, eerlijkheidshalve, maar anderhalf uur van de drieënhalf uur: ik arriveerde pas bij de sessie van 20 u. Maar zo kreeg ik wellicht toch een goed idee van wat hier te zien was.

Het gezelschap kreeg de min of meer driehoekige zaal op begane grond, rechts van de ingang van het MUHKA, toegewezen. Een sfeerloze, akoestisch onbarmhartige ruimte met een vreemde doorsnede. Terwijl de basis van de driehoekige vloer een gewone zaalhoogte heeft, is de punt, van de basis afgescheiden door enkele kolommen, twee etages hoog. Het enige wat deze ruimte ‘redt’ is een smal, hoog raam, in de punt van de driehoek. Het biedt uitzicht op de Scheldekaai.

Het eerste wat treft, als je binnenkomt, is een tafel waarop een reeks boeken, een stapel foto’s van dansers, een paar potloodtekeningen en een paar gesofisticeerde diagrammen uitgestald zijn. Je krijgt er een tamelijk direct beeld van de inspiratiebronnen van De Keersmaeker.

De boeken over natuurlijke geometrische vormen en abstracte, zelfs esoterische wiskundige figuren blijken een inspiratiebron voor De Keersmaekers complexe geometrische dansfiguren. De gedachte dat de geheime waarheid, de essentie van het bestaan te betrappen valt in de verbluffende orde van zelfs een simpele sneeuwvlok is inderdaad aantrekkelijk.

Maar ook kunstenaars hebben die essentie proberen te vatten. Dat geldt zeker voor Constantin Brancusi, die nooit naliet erop te wijzen dat zijn werk wel abstract van vorm was, maar daarom niet minder concreet van betekenis. Realiteit en abstractie waren voor hem geen tegenpolen maar complementaire dingen.

Geen kunstvorm die dat meer verduidelijkt dan dans natuurlijk: Een dansbeweging is nooit onoverdacht of toevallig. Er gaat altijd een denkbeweging, een abstract inzicht mee samen. Dit ‘Dark Red Project’ laat zien hoe dansers die brug, al zoekend proberen te slaan. Met het nodige heilige vuur, als je mag afgaan op de boeken over El Greco die hier naast die over Brancusi liggen.

(Onder de boeken over Brancusi is er trouwens eentje, een heel recente uitgave, die handelt over de passionele relatie tussen de beeldhouwer en de dertig jaar jongere Zwitserse danseres Marthe Lebherz…)

De eerste ‘oefening’ die ik zag ging over het samengaan tussen de adem en ‘verticaliteit’ als wezenskenmerk van de mens, het enige dier dat rechtop loopt. De oefening bouwde duidelijk verder op een solo-performance die De Keersmaeker ten tijde van ‘Work/Travail/Arbeid’ hield in Wiels.

Ze werd toen begeleid door Chryssi Dimitriou, die op dwarsfluit het ‘l’ Opera per Flauto’ van Salvatore Sciarrino ten beste gaf. Een merkwaardig werk, omdat het de fluit haast eerder gebruikt om de adem van de fluitist hoorbaar te maken dan om een melodie te produceren. Ook hier blijkt het de juiste muzikale begeleiding. Dimitriou is weer van de partij, net als Michael Schmid, een andere oude getrouwe van Rosas.

Het principe is eenvoudig: 22 dansers, waaronder Diane Madden – ooit dé sterkhouder van de Trisha Brown Company- en de Keersmaeker zelf, gaan in twee rijen staan, met het aangezicht naar elkaar. Bij het inademen neigen ze naar voren met lijf en armen en openen ze hun handen, bij het uitademen wijken ze achteruit en draaien hun handpalmen weg. Ondertussen weerklinkt de ‘l’ Opera per flauto’.

De dansers volbrengen de taak met een diepe, bijna religieuze ernst, die maar heel even doorbroken wordt als er eentje zijn evenwicht verliest. Aanvankelijk bewegen de twee rijen in oppositie: terwijl de ene voorover helt, wijkt de andere achteruit. Maar geleidelijk verdwijnt die oppositie. De rijen neigen steeds meer naar elkaar toe op hetzelfde moment. Alsof het onmogelijk was om niet op hetzelfde moment in- of uit te ademen als je overbuur in de andere rij.

Alsof het onmogelijk was om niet op hetzelfde moment in- of uit te ademen

Een tweede oefening gaat over vallen en zoeken naar steun. Frank Gyszicki legt het uit -maar je begrijpt door de slechte akoestiek nauwelijks iets van wat hij zegt. Het spel zelf maakt het echter snel duidelijk. Aanvankelijk staan de dansers dicht tegen elkaar aan, zodat er altijd wel een ander is waar ze tegenaan kunnen vallen of steun van krijgen als ze vooruit of achteruit kantelen.

Maar door dat vallen worden de afstanden tussen de dansers ook steeds groter tot er soms niemand meer in de buurt is om hen op te vangen. Op zo’n momenten -Marie Goudot toont het heel mooi- wordt lijkt het alsof de dansers in hun bewegingen de herinnering aan eerdere momenten waar ze wel steun kregen terug evoceren. Er ontstaat een bewegingsfiguur die iets oproept dat er eigenlijk niet meer is.

De derde oefening die ik zag was haast een spel: de dansers stonden losjes verspreid, als bevroren over de vloer. Van zodra er één in beweging kwam schoten ook alle anderen in een frenetieke actie, tot een andere danser besliste om terug te ‘bevriezen’. Waardoor je soms de gekste poses kreeg, en halve botsingen ook niet van de lucht waren. Ook daar weer zag je dansmateriaal ontstaan, ruwe vormen waar misschien wel weer iets anders uit voort kan komen.

Natuurlijk was dit minder spontaan dan het lijkt: deze oefeningen zijn ongetwijfeld niet nieuw, en getrainde dansers als deze weten perfect wat ‘werkt’ en wat niet. Maar helemaal voorspelbaar of uitgetekend is deze voorstelling desondanks niet. Daardoor zie je heel precies ziet hoeveel concentratie en inzicht het vraagt van een danser om zijn acties te articuleren binnen een toch vrij onvoorspelbaar gebeuren.

Dat is wat deze ‘Dark Red Project’ ensceneert: hoe een goed repetitieproces, vanuit simpele parameters en vragen, toch bijzondere bewegingsvormen oplevert. Abstracte inzichten die concrete vormen worden in de confrontatie tussen dansers. Brancusi on the move