Dans / Performance

Composities in het wilde weg Wouter Krokaert

Bedrieglijke eenvoud

‘Composities in het wilde weg’ van Wouter Krokaert is een voorstelling ‘hors catégorie’. Ze toont niets bijzonders, zelfs bijna niets, maar als je op de juiste manier kijkt krijg je toch een bijzonder intense ervaring. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Composities in het wilde weg
Pieter T’Jonck Kaaitheaterstudio's, Brussel
Working Title Festival
meer info
15 september 2019

De voorstelling begint heel klein. Twee vrouwen, Charlotte Vanden Eynde en Katja Dreyer, en een man, Krokaert zelf, stappen een bijna vierkante, papieren speelvloer op en gaan zitten, elk op een andere manier. Vanden Eynde op haar achterwerk, Dreyer op haar knieën, met het hoofd tegen de grond, Krokaert in op zijn knieën maar met de rug rechtop.

Bedachtzaam traag veranderen ze daarna vanuit die basispositie hun houding. VandenEynde gaat op haar zij liggen, Dreyer gaat voorovergebogen rechtop staan, Krokaert draait op handen en voeten om zijn as. Nog terwijl die bewegingen evolueren gaat het licht uit. Secondenlang. Dan volgt dezelfde actie, maar met kleine variaties. En weer gaat het licht nog tijdens de actie weer uit.

Daarmee is een patroon gegeven. Je ziet één, twee of drie lichamen die op het podium een plek zoeken en daar een houding aannemen, zonder die echt te fixeren. Tastend tekenen op de papieren vloer.

Stabiel is dat patroon echter niet, want na enige tijd duren de belichte momenten veel langer, en wijzigt het beeld ook doordat een wit achterdoek nu eens zacht, dan weer hard uitgelicht wordt. Een soundscape met stadsgeluiden, geroezemoes en elektronische klanken speelt ook een steeds prominentere rol in wat je ziet en ervaart.

Wat dit zou uitbeelden, en of eigenlijk wel iets wil uitbeelden, kan je niet achterhalen. Je merkt alleen dat een steeds groter aantal parameters het beeld dat ontstaat beïnvloeden. Zo komt er zijlicht bij, en zijn er plots ook momenten waarin de performers de aanzet van een heuse choreografie tonen. Maar dan treedt weer verstilling op.

Als je ‘spektakel’ verwacht ben je bij deze voorstelling dus aan het verkeerde adres. Als je denkt vanuit spektakelwaarde is hier ‘niets’ of heel weinig te zien. Als je echter na zelfs maar een kwartier probeert te recapituleren wat je zag kom je tot het merkwaardige besef dat het podium al op zoveel manieren  ‘aangesneden’ werd, dat je het ook na zo’n korte tijd niet meer kan navertellen. Zelfs al wordt elke scène zo traag uitgevoerd dat je telkens weer dacht ‘het wel gezien te hebben’.

Het is een paradoxale complexiteit: doordat de acties en het podiumbeeld zo eenvoudig lijken word je je steeds scherper bewust van al wat daarbij dan toch heel moeilijk precies te bevatten, laat staan te benoemen is.

Je wordt je steeds scherper bewust van al wat toch heel moeilijk te bevatten of te benoemen is.

Dat gevoel wordt nog sterker eens er ook andere objecten dan lichamen in beeld komen. Dekens in felle kleuren die de performers over hun hoofd of lijf hangen, kleine fragiele draadsculpturen, samengebonden lappen stof, als slaapzakken. Naar het einde toe hangen er ook steeds meer grofmazige netten op het podium.

Al die objecten samen creëren een soort warrigheid en grilligheid die er aanvankelijk niet was. De belichting verandert nu ook steeds vaker van een diffuus schijnsel naar gerichte, soms zwak flikkerende lichtvlekken om finaal te eindigen als een grauw schijnsel dat over een compositie van levenloze objecten als netten, dekens en stokken zweeft.

Je kan dit lezen zoals je zelf wil. Toen ik de voorstelling zag op het ‘Working Title Festival' in Brussel zag mijn buurvrouw in de netten, dekens en stokken een evocatie van vluchtelingenkampen. Niet eens zo gek. Het had best gekund. Toch denk ik niet dat het daarover gaat, en wel omdat Krokaert naast deze voorstelling ook steevast tekeningen en foto’s van zijn hand presenteert. Die geven een extra sleutel tot de voorstelling.

Hij verspreidt die tekeningen en foto’s schijnbaar ‘in het wilde weg’ over muren. De tekeningen zijn gedetailleerde studies in potlood van planten, soms zelfs maar van één twijg en enkele bladeren. De foto’s zijn opnames van verwilderd groen rond een tuinhek. Foto’s waarop ook al ‘niets te zien’ is als je naar ‘spektakel’ zoekt. Maar als je op een iets andere manier kijkt dan zie je een beeld dat barst van merkwaardige details, al is het maar door de spanning tussen zo’n groen geplastificeerd hekwerk en het groen van de planten. De tekeningen en de foto’s vormen zo studies naar het bijzondere, het complexe in wat niet door mensen bedacht en geconstrueerd is, maar toch fascineert, als je maar intens genoeg kijkt.

Net zo is het met de beelden die Krokaert als ‘composities in het wilde weg’ laat opbloeien op het podium. Deels toevallig, deels georganiseerd. Hij creëert zo een plek om belangeloos, zonder doel of reden maar intens, te kijken naar dingen en lichamen in de ruimte, en zo de complexiteit van het schijnbaar lukrake te ervaren. In het gewone leven kom je daar zelden aan toe. We worden zelfs haast zenuwachtig als we denken dat er ergens ‘niets te zien is’. Krokaert toont dat er altijd iets te zien is. Meer dan je zelfs dacht.