Cabaret / Dans / Performance

Gardenia - 10 jaar later Alain Platel / Frank Van Laecke / Steven Prengels

Tien jaar later - nog altijd relevant

Tien jaar later : wat strammere lichamen, maar de geest blijft intact. Frank Van Laecke en Alain Platel hernemen hun mooie eerbetoon aan de travestie-cultuur. Initiatiefneemster Vanessa van Durme leidt nog altijd met evenveel inzet de dans. 

Uitgelicht door Johan Thielemans
Gardenia - 10 jaar later
Johan Thielemans NT Gent Schouwburg meer info
21 juli 2021

Tien jaar geleden vroeg de voorstelling ‘Gardenia’ van Alain Platel en Frank Van Laecke aandacht en respect voor mensen die buiten de sociale codes treden, i.c. voor een groep travestieten. De voorstelling was internationaal zo’n groot succes dat de auteurs hun punt overtuigend maakten. Nu, tien jaar later, wordt de voorstelling hernomen met dezelfde cast van destijds. De spelers zijn dus ook tien jaar ouder. Je vraagt je af of dat leeftijdsverschil wat uitmaakt..

De voorstelling begint in alle stilte. Op een hellend vlak staan acht stoelen. Op één ervan ligt een rood kleed. Dat werd in de eerste versie gedragen door Andrea De Laet, die ondertussen overleden is. Bij het begin vraagt Vanessa van Durme om een minuut stilte.

In stilte komen één na één deftig geklede heren op en gaan zitten. Het is het startpunt van een tocht langs identiteiten, een tocht die de ruggengraat vormt van de voorstelling. Eens allen gezeten zijn weerklinken duistere tonen waar we na enige tijd de melodie van ‘Over the Rainbow‘ horen opborrelen. Die muzikale score, gebaseerd op bekende nummers, van de hand van Steven Prengels zal een belangrijke rol blijven spelen. Er klinken vaak conversaties in door. Je begrijpt ze niet altijd, waardoor ze een zekere vervreemding in de hand werken.

Ondertussen is Vanessa van Durme rechtgestaan. Wat wankelend stapt ze op de microfoon toe om de avond te introduceren. Ze vertelt dat het haar idee was om over de wereld van travestie een voorstelling te maken. We zullen hier de laatste voorstelling van het cabaret ‘Gardenia’ meemaken. Daarop komen ook de andere spelers in actie: allemaal wat stramme, kwetsbare heren. Maar stap voor stap zullen ze die stramheid der leden overwinnen eens ze hun pak uittrekken en in vrouwenkleren paraderen. Het is alsof ze aan de verpletterende sociale druk ontsnappen en in die bevrijding een bron van energie vinden.

Bij het omkleden vormen ze een aantal tableaux vivants, op de tonen van vooral Italiaanse muziek uit de negentiende eeuw zoals de ouverture van ‘La Traviata’ van Verdi. Het laat een nostalgische sfeer ontstaan. Telkens als de spelers bevriezen in een pose tonen ze ons geijkte houdingen van de verleiding uit de cabarettraditie. De muziek voegt daar een sterke emotionele laag aan toe, bijvoorbeeld met een zeer mooie vertolking van ‘La Paloma’. Die is erg aandoenlijk omdat het lied zeer traag gezongen wordt, zodat er veel tristesse doorheen spoelt.

Voor een centrale scene kozen de makers de ‘Bolero’ van Ravel. De basissituatie is een veredelde catwalk. Iedereen stapt volgens enkele bewegingspatronen de steile helling van het plateau op en neer. Maar telkens in een andere outfit.

De kostuums zijn met kennelijk plezier bedacht door Marie ‘costume’ Lauwers, Dorine Demuynck en Lutje Tamsin. De stijlkeuze werpt een licht op de fantasiewereld waarin de travestieten zich bewegen. Het is vrouwenmode die teruggrijpt naar een vervlogen tijd, waarin dromen van verleidelijkheid en stoutigheid hand in hand ging met nylonkousen, avondjurken of wulpse rokken die in een cabaret als de Moulin Rouge in Parijs nog steeds gebruikt worden.

We hebben ons getoond zoals we echt zijn, en geluk gevonden buiten de burgerlijke norm

Het is een ironische laag want de bevrijding van deze mannen gebeurt aan de hand van codes uit een tijd toen niemand ‘bevrijd’ was. Zo ontstaat er ook een sfeer van nostalgie, en al evenzeer van niet vervulde dromen: de diva is het ideaal – uit de Hollywoodfilm van de jaren vijftig uit de vorige eeuw. Heel betekenisvol is dat één van de spelers Liza Minnelli perfect incarneert. Dat is meteen goed voor een open doekje in een zaal die nochtans karig is met uitingen van bijval.

Terug naar de Bolero. Iedereen neemt deel aan de obsessieve muziek. Alle performers grijpen naar een damestasje en bewegen als burgervrouwen uit een vorige eeuw. Dat doen ze met zoveel precisie en aandacht voor de muziek, dat deze dans een volwaardige choreografie wordt. Alain Platel maakt hier heel mooi gebruik van de lichamelijke beperkingen van de spelers: hij laat ze hier de motor zijn van iets wat je alleen maar schoonheid kunt noemen. Een overtuigende choreografie der eenvoudige middelen.

Dit hoogtepunt nestelt zich in het midden van de voorstelling. Daarna volgt nog een dans van Hendrik Lebon, die een Russische danser incarneert. Hij doet dat op ‘Comme ils disent…’, een baanbrekend lied van Charles Aznavour uit 1972 over een eenzame man. Het eindigt met de woorden:

‘Nul n’a le droit en vérité
De me blâmer de me juger
Et je précise
Que c’est bien la nature qui
Est seule responsable si
Je suis un homo
Comme ils disent’

Hendrik Lebon schenkt dit lied een lijflijke vorm die zich bevindt tussen een krachtige dans, en een acrobatische circusact. Zijn dans laveert tussen interessante, spectaculaire houdingen en vertellende gebaren. Daarna volgt een ontmoeting tussen twee geliefden: veel tederheid, veel lust en dat alles gemengd met evenveel agressie. Zo bereiken we de laatste scene: nu wordt ‘Over the Rainbow’ met volle stem gezongen door Vanessa van Durme. De woorden krijgen een speciale lading: de wens om weg te gaan naar dat ideale land klinkt luid als de hoop op een utopische mogelijkheid.

Als dan de lichten uitgaan heb je als toeschouwer een bijzonder gevoel. De mensen die zo open en bloot over hun geaardheid hebben gesproken, kregen van Van Laecke en Platel zoveel respect, zoveel liefde dat er alleen een warm gevoel kan overblijven. Theatraal hebben we een lange metamorfose meegemaakt: bij de aanvang zagen we eerst onbelangrijke heren en op het einde zijn we bij vrouwen aangekomen: fier, zelfbewust, de meesters van hun lot. Die langzame metamorfose is de belangrijkste kwaliteit van de voorstelling. De nood om te breken met de conventies en het opgedrongen rollenpatroon en moedig te kiezen voor het volgen van een diepe innerlijke nood wordt hier met veel respect behandeld. Vandaar dat de voorstelling niet alleen boeiend en geestig is maar ook ontroerend.

Na afloop volgt een ovatie. Op het toneel zie je alleen gelukkige en tevreden mensen: we hebben ons getoond zoals we echt zijn, en hebben geluk gevonden buiten de burgerlijke norm. Wellicht hebben ze twee uur echt in dat land voorbij de regenboog vertoefd.