Ballet / Dans

Tanz Florentina Holzinger

'La Sylphide': de trashy versie

Hoe had het ballet er in de negentiende eeuw uit gezien als niet mannen, maar vrouwen het heft in handen genomen hadden? Florentina Holzinger doet er in ‘Tanz’ een gooi naar, met zowel ‘La Sylphide’ uit 1832, dat beroemd werd in de latere versie van Bournonville, als ‘’Les Sylphides’ van ‘Les Ballets Russes’ uit 1909 als sjabloon. Vrouwen zijn hier niet langer het object van verlangen, maar ‘machines voor special effects’. 

Tanz
Pieter T’Jonck Singel, Antwerpen meer info
10 november 2019

Ballet stond al bij zijn ontstaan aan het hof van de Zonnekoning in het teken van discipline. Het lichaam van de danser werd gedwongen in een ideaalbeeld, dat de glorie van het Franse Hof weerspiegelde én realiseerde. Zowel mannen als vrouwen ondergingen deze disciplinering.

In de negentiende eeuw daarentegen weerspiegelde het ballet niet langer een koninklijke orde, maar vergleed het naar de representatie van een exotisch-romantische droom. Mannen speelden daarin geen rol meer. Het ging om ballerina’s die gewichtsloos door het zwerk zweefden.

Dat was althans de theorie. In werkelijkheid was (en is) ballet de uitdrukking van harde disciplinering van de vrouw, vanuit een strikt mannelijk perspectief. Daar horen quasi-militaire gezagsverhoudingen bij.  Zo ‘romantisch’ was dat dus niet. Ballerina’s belichaamden een mannelijk verlangen dat verder enkel in de toen populaire ‘maisons closes’ een uitweg vond. Tijdens het Empire was het in Parijs trouwens onduidelijk of de backstage van het ballet niet ook een soort ‘maison close’ was…

Doorgaans hoorde bij zo’n ballet een flutverhaaltje dat er steevast op uitdraaide dat de onfortuinlijke heldin zich opofferde of opgeofferd werd in haar streven naar liefde. In ‘La Sylphide’ bijvoorbeeld verleidt een bosnimf ene James, die op het punt staat te trouwen. Een boze heks voorspelt dat het huwelijk niet door zal gaan. Ze vliegt buiten maar neemt wraak met een magische sjaal die de bosnimf letterlijk de das om moet doen. Als James de sjaal over haar schouders legt verliest ze haar vleugels en sterft. James is radeloos, zeker als hij ziet hoe zijn aanstaande ondertussen huwt met zijn beste vriend.

De vrouwbeelden die je hier krijgt zijn – op zijn zachtst gezegd- niet fraai. De dommige bruid, de kwaadaardige heks, en de gevaarlijke verleidster dragen allemaal bij tot de ondergang van die arme James. Het gekke is dat deze kaskraker uit de negentiende eeuw nog steeds opgevoerd wordt als ‘hoge cultuur’, terwijl hij zowel ideologisch als qua uitvoeringspraktijk dringend aan een update toe is. het wordt wel eens tijd dat vrouwen niet langer kwijnende slachtoffers zijn van de mannelijke blik maar zelf handelingsbekwaamheid hebben – om niet te zeggen: die mannelijke blik terugkaatsen.

Precies wat Florentina Holzinger doet in ‘Tanz’.  Ze katapulteert het verhaal van ‘La Sylphide’ en de hele balletpraktijk ideologisch en artistiek de eenentwintigste eeuw in. Haar cast bestaat enkel uit vrouwen die opereren als een heus collectief. Vijf ervan, waaronder voormalige Fabre-sterdanseres Renée Copraij, zijn ‘echte’ ballerina’s, de rest zijn o.a. circus- en cabaret kunstenaars zoals Veronica Thompson, Lydia Darling of Annina Machaz. Met z’n elven staan ze op het podium.

Hoe radicaal de omkering van gevestigde waarden is blijkt meteen uit de openingsscène. In het halfduister zingen-neuriën een groep vrouwen in een kring rond een vage vorm op de vloer. Een lichtkegel onthult het lichaam van een naakte, oudere vrouw, Beatrice ‘Trixie’ Cordua, een voormalige danseres van Ballett Hamburg die, ondanks haar leeftijd -71!- nog volop actief is als performer, doorgaans naakt bovendien. Zo ook hier.

Deze rijpe ‘Sylphide’ ontpopt zich tot een balletmeesteres ‘hors catégorie’, die vier jonge ballerina’s het genot -en niet de discipline- van balletdansen bijbrengt. Ze nodigt haar pupillen -de ‘rats de l’ opéra’ zoals dat heet in het jargon- uit om zich steeds verder te ontkleden tot ze naakt oefenen aan de barre. Het verschil met de geplogenheden van het ballet is immens: hier geeft de balletmeesteres zich als eerste bloot, en spreekt ze over genot. Van een machtsverhouding is niet langer sprake. Hier geen choreograaf die de leerlingen uitkleedt met zijn ogen of onderwerpt aan onmenselijke discipline.

Daar komt bij dat de pupillen, waaronder ook Holzinger, geen van alle het perfecte, lichtjes anorektische ballerina lichaam bezitten, maar gespierde, stevige vrouwen zijn. De balletmeesteres beantwoordt door haar leeftijd nog het minst van al aan het ‘ideaalbeeld’ van de vrouw. Zij ondergraaft bovendien de mythe dat vrouwen naar mannen zouden smachten als ze de pracht van de vagina’s van haar pupillen looft en ze tot masturberen aanzet.

Ook de rest van de cast stelt onze kijk op ballet fors bij. Een danseres filmt de gebeurtenissen voortdurend van dichtbij en onthult zo anatomische details die een afstandelijke, idealiserende blik op het vrouwenlichaam verstoren. Annina Machaz zet als een onhandige tomboy die gek is op vliegende bezemstelen de vertoning voortdurend op stelten. Samen met Veronica Thompson voert ze een bizar ritueel van haren wassen op tijdens de balletlessen.

Bij de laatste balletles, waarin de ‘ratjes’ op pointes leren dansen, worden tenslotte twee zware moto’s onthuld die tot dan verborgen onder lakens boven het podium zweefden. De danseressen bestijgen die machines als volleerde moto racers. Bosnimfen 2.0. Alles staat nu klaar voor het tweede bedrijf van ‘la Sylphide’ waarin James zich waagt in het woud, op zoek naar zijn geliefde elf.

Voor het zo ver is onderbreekt Holzinger echter de voorstelling om te bevestigen dat wat we zagen een heus onderzoek van het ballet is. Hier bespieden niet enkel de kijkers de danseressen, maar houden die danseressen het publiek net zo goed in de mot. Holzinger maakt van dat moment ook gebruik om een lans te breken voor een ecologische boomkwekerij in Oostenrijk.

Het is een heel slimme speech: Holzinger haalt hier niet alleen de machtsrelatie tussen wie kijkt en wie bekeken wordt onderuit, ze claimt met haar pleidooi voor een ecologische boomgaard ook dat er in een voorstelling meer op het spel staat dan een zoetsappig verhaaltje over een toverwoud. Haar voorstelling heeft betrekking op echte mensen in een echte, bedreigde wereld.

In de achtergrond verschijnt nu een ‘infini’ die het toverwoud uit het tweede bedrijf van ‘La Sylphide’ voorstelt. Tegen die achtergrond krijg je een onwaarschijnlijk trashy versie van het verhaal te zien, met als hoogtepunten het moment waarop Trixie geboorte geeft aan een ‘ratje’ -in close-up gefilmd- en Lydia Darling aan vleeshaken opgetild wordt om te vliegen als een nimf (dat mislukte overigens bij de voorstelling die ik zag, zodat het bij een trapeze-oefening bleef). Er komen ook spoken aan te pas en een grote boze wolf, die wel aan een staak gespietst wordt -hilarisch moment- onder het motto ‘To gain knowledge, one needs to penetrate something’. Op één moment zie je zelfs een scène voorbij komen die zo aan de tortuur in de Abu Ghraib gevangenis in Irak doet denken.

Wellicht klinkt dit allemaal als een nogal rauwe, of zelfs wat onnozele parodie op romantisch ballet, maar toch is dat niet zo. De vrouwen eisen in hun onbesmuikt seksueel getinte provocaties, op het stramien van balletsprookjes, de fantasie die er aan ten grondslag ligt voor zichzelf op. Ze tonen dat vrouwen helemaal niet die engelachtige wezens zijn die het ballet ervan maakt. Dat trashiness deel uitmaakt van wat vrouwen zijn.

Honi soit qui mal y pense. Waarna allen terugkeren naar het leslokaal voor de volgende balletles. Einde van deze aflevering van Florentina Holzingers afrekening met bevoogdend ballet.

Deze voorstelling is overigens van bijzondere betekenis, nu de overheid wil inzetten op ‘grote instellingen’. Grote instellingen neigen ertoe versteende museumcultuur te tonen. Dit stuk toont hoe belangrijk het is om die dode materie grondig af te stoffen. Anders betekent het niets.   

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren