Blueberries leave bruises on the skin Mona Thijs en Astrid De Haes
You can become anything you want. Or so you hope.
Beginnende makers Mona Thijs en Astrid De Haes scheppen in ‘Blueberries leave bruises on the skin’ een eigenaardige wereld waarin drie personages experimenteren met hun maakbaarheid. In welke rollen kan ik mezelf vinden, maar ook weer verliezen? Hoeveel rollen kan ik tegelijk aan en wie bepaalt dan welke dat zijn? Als in een computerspel doorkruisen de spelers verschillende levels om antwoorden te zoeken op deze vragen. Met een grote performatieve overgave puzzelen ze in dat spel zichzelf en de ander bij elkaar.
Regendruppels tikken zacht op het dak. Ik probeer rond te kijken in de onverlichte zaal. Na een tijdje ontwaar ik de contouren van drie figuren. Ze zitten dichtbij elkaar, links achteraan op het speelvlak. Het geluid van de regendruppels wordt steeds luider. Het geluid van de wind steekt steeds harder op. Er is storm op komst.
Langzaam licht een rood licht op. Het werpt een lichtvlak op de vloer. De drie figuren zijn steeds beter te zien. Elk van hen draagt een heel eigen, maar wel steeds volledig roodkleurige outfit. De ene draagt een tanktop boven een jogging. De tweede is meer winters gekleed met en coltruitje en broek. Nummer drie laat haar oversized hemd losjes over een strakke sportshort hangen. Denk daar blinkende rode badmutsen bij, en je krijgt een nogal bizarre troep. Het publiek vergaapt er zich aan, maar zij kaatsen die blik meteen terug. Terwijl hun ogen het publiek nauwkeurig taxeren schuifelen ze gestaag van hun schaduwrijke plekje naar het midden van het podium. Daar zullen ze in het komende uur in een fysiek spel zichzelf en elkaar ineen proberen te puzzelen.
Plots, op de slag van een gong, springt het licht aan en vallen de drie spelers achterover op hun rug, met hun armen en benen strak de lucht in. Een oorverdovende stilte volgt. Ik hoor enkel nog het zachte gezoem van de zaallampen en het nerveus gniffelen van mijn buurvrouw. In tegenstelling tot de andere twee spelers, die hun ogen nog steeds strak op het publiek richten, lijkt de derde (Kaat De Bakker) op zoek te zijn naar iets. Schichtig kijkt ze rond terwijl haar mond zachte geluiden maakt Ze ademt steeds hoorbaarder. Het lijkt alsof ze pas hier, ter plekke, ontdekt dat ze klanken kan produceren door te ademen. ‘Hallo’ blaast ze er plots uit. Daarmee is de stilte gebroken. De andere twee personages (Anna Tierney en Melody van Gompel) volgen met een snel ‘bonjour’ en een vluchtig ‘hi’.
De drie vrouwen springen nu simultaan recht. Een onpersoonlijke, door een computer gegenereerde stem scandeert via de boxen een reeks platitudes met een onaangenaam kantje: ‘you can become anything you want; just be you, there’s only one; be yourself, everyone else is already taken; never apologize for who you are’. Op een snel en upbeat ritme als van een computerspelletje voeren ze net als vliegtuigstewards synchroon en gedecideerd armbewegingen uit. Het spel begint.
Een bitter moment, waarop een personage erg kwetsbaar blijkt
‘Hi, my name is Melody. I’m 16 years old and I love avocados,’ stelt Melody zich aan ons voor in een krampachtige houding, zittend op haar achterwerk met benen lichtjes opgeheven en de armen gespreid. Anna, die achter haar staat, geeft commentaar via de microfoon. ‘Lluider, meer vanuit je organen spreken, meer gegrond, meer alsof je een boom bent, een levende boom die verwonderd is door het groene gras rondom zich.’ Het is een zielig zicht, hoe Melody in haar ongemakkelijke positie de pseudo-diepzinnige, banale dictaten van Anna met veel overgave uitvoert en het publiek dat schaterlacht bij elke nieuwe poging.
De zoektocht van de drie vrouwen naar manieren om zichzelf vorm te geven voeren hen naar de filmwereld. Zo brengen ze een re-enactment van de iconische scène uit de film ‘Titanic’ waarin Jack Rose laat vliegen in de wind vooraan op de boeg van het schip. ‘My heart will go on’ van Céline Dion hoor je er hier in de zaal van Zuidpool niet bij, maar wel het gelach van het publiek als Melody weer eens de pineut is en verdorie de wind moet spelen door wild met haar losse haar te zwaaien. Opnieuw drie takes .
‘Blueberries leave bruises on the skin’ is een erg fysiek spel. Het vraagt veel van de performers. Lichamelijke uitputting lijkt zelfs de rode draad van de voorstelling. Vol overgave blijven de spelers zoeken naar manieren om zichzelf een houding en een vorm te geven. Het levert hilarische beelden op. Een gedenkwaardige scène is die waarin Kaat Melody’s lichaam in verschillende houdingen boetseert, en ondertussen zichzelf aanprijst als een reeks begerenswaardige items: ‘wil je mijn neus? Hij is groot, maar zo kan je veel ruiken. Of mijn knieën, die zijn sterk. Mijn haar misschien? Het is lang en als je wil kan je het ook kort knippen.’
Toch is het de makers, Mona Thijs en Astrid De Haes, niet om grappen te doen. Hun humor voert telkens naar een bitter moment, waar een personage erg kwetsbaar blijkt. Ik werd onverwacht sterk geraakt door de passiviteit waarmee Melody zich door Kaat laat sturen. Ze doet zelfs wanhopige pogingen om haar herinneringen en dromen weg te geven aan eender wie, maakt niet uit. Dat bijt. Dat Anna vervolgens, in gedempte lichten, de micro grijpt en zachtjes vertelt dat ze bereid is om alles wat ze is, gelooft en hoopt te veranderen voor een ander opdat die haar zou liefhebben, maakt het eerdere gedol verdomd pijnlijk. Na afloop liep ik met een wrang gevoel naar buiten.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz