Ghundi De Warme Winkel
Vrede is niet gratis
Wie aan Gandhi denkt, denkt aan geweldloos verzet als het summum van pacifisme. Maar geweldloos verzet is nooit helemaal geweldloos, toont De Warme Winkel in ‘Gundhi’. Alleen verschuift de slachtofferrol.
Rond mijn elfde werden mijn broer en ik op een yogakamp gedropt te midden van de Canadese bergen. Dagen vol yoga, meditatieoefeningen, karma verhogende karwijen. Mijn broer stond na enkele dagen zo vol met muggenbeten dat zijn armen en gezicht er helemaal door vervormden. Muggenspray had hij wel bij – een vanzelfsprekendheid in de Canadese wildernis – maar van de yogaleraar mocht hij de natuur niet verstoren. Zelfs niet met zijn biologische etherische oliën spray.
Twintig jaar later zit de foyer van NTGent stampvol. Er hangt een zekere agressie in de lucht, nog voor een acteur de monumentale trap afloopt en roepend nationalistische praat verkoopt. "Ons land is van ons, ons rein bloed mag niet verspild worden." De man draagt een wit linnen hemd met wijde schouders. De snit doet denken aan een 18e-eeuwse patriarch. De hele scène wordt live gefilmd en gestreamd op enkele schermen in de foyer. Al snel wordt hij omringd door vrouwen in zwarte kostuums. De man wordt in elkaar geslagen en de zaal in gesleept door enkelen van hen. Ondertussen nemen andere overvallers de aandacht over. Het theater zorgde voor een adoratie van geweld en een makkelijk dualistisch denken, vinden ze. Goed en kwaad, ja of nee? Ze presenteren stellingen aan enkele bange toeschouwers: zou je je kind slaan als hij iemand verkrachtte? Als iemand je vrouw beledigde? Wie ‘ja’ antwoordt, moet met hen mee. Terwijl de rest naar binnen mag, roept een van de overvallers dilemma’s door de micro en geeft er meteen antwoord op. Mogen nachttreinen? (Ja.) Zijn elektrische auto’s oké? (Nee.) God? (Nee.) Goden? (Ja.)
Vijf gegijzelde toeschouwers staan mee op het podium.
Eenmaal binnen blijkt het podium getransformeerd in een neutrale kantoorruimte. Witte gordijnen bakenen de ruimte af, op de vloer ligt een tapijt met een dambordpatroon en een systeemplafond maakt de ruimte claustrofobisch. De vijf gegijzelde toeschouwers staan mee op het podium, tussen zitballen in de kleuren van planeten. Ze worden door de gijzelaars eerst begeleid in consentoefeningen, krijgen een ‘energetische’ massage en dan een motivatiespeech die al meteen een eerste paradox helder stelt: hoe kunnen we als pacifist actief ingrijpen? Hoe ziet actief, geweldloos verzet eruit?
Wat volgt is een bevreemdend boeiende scène waarin de gegijzelde toeschouwers een politicus moeten uitkiezen waarvoor ze bang zijn en waar ze iets willen tegen zeggen. De lijst is zo voorspelbaar als maar kan: Trump, Putin, Von Der Leyen (opvallend genoeg Ursula genoemd door de toeschouwer), Van Grieken, Netanyahu en Demir (ook enkel met haar voornaam aangesproken). Volgende lijst is dan weer naar wie ze wél opkijken: Yousafzai, Nelson Mandela, iedereen die op straat kwam voor Gaza, Martin Luther King en, natuurlijk, Gandhi. Wanneer er aan een van de oudere gijzelaars wat meer uitleg wordt gevraagd over Gandhi, kan hij daar niet veel aan toevoegen. Alleen dat het in zijn tijd toch wat makkelijker was om je te verzetten: de vijand was duidelijker, protesteren had nog zin.
Geweldloos verzet is niet zonder slachtoffers
De gegijzelden krijgen hun vrijheid terug, waarna de acteurs een voor een het leven van Gandhi presenteren. Eerst nog rechtstreeks door hem te imiteren, maar al snel kruipen de acteurs in de huid van de acteur Ben Kingsley, die Gandhi speelde in Richard Attenboroughs film. De acteurs worden zelf gefilmd, maar in de projectie wordt hun gezicht omgewisseld met dat van Kingsley. Ze vertellen hoeveel geweld er nodig was om Gandhi te spelen: hij moest maandenlang mediteren, at amper, deed uren yoga per dag. Via een re-enactment van de oorspronkelijke film en van een interview met Gandhi komen we te weten dat hij een vreemd vriendschappelijke relatie met Hitler en mogelijks een dubieuze relatie met zijn 14-jarig nichtje erop nahield. Tot dan toe lijkt ‘Gundhi’ makkelijke kritiek te spuien op de staat van de wereld en ons te willen herinneren aan de man die geweldloos tot vrede opriep. Maar wanneer een acteur boos uit het publiek opstaat en het hele stuk ervan beschuldigd passief te zijn, is het hele punt van ‘Gundhi’ meteen duidelijk.
Waar De Warme Winkel wil tegen reageren is net het nieuw soort pacifisme waar we ons vaker en vaker achter verschuilen. In een interview over de voorstelling stelt regisseur Vincent Rietveld dat sinds de coronapandemie grote idealen naar een individualistischer levensbeeld zijn verschoven. Plots moest iedereen zorgen voor zijn eigen lichamelijk welzijn. Al wat niet goed is voor het lichaam moet weg. Tegelijk werden we passiever in ons verzet tegen autoriteit. Na de invasie van Oekraïne was er amper protest tegen de massale bewapening van Europa. Die combinatie – nadruk op individueel welzijn en passieve aanvaarding van geweld – leidt tot een weinig kritische, fatalistische maatschappij.
En toch hebben mensen in een maatschappij nog steeds verhalen nodig als houvast en bindmiddel. Daarvoor moeten ze hun ongeloof opschorten. Dat leidt tot positieve bewegingen, Gandhi overtuigde zo hele horden mensen om mee te stappen in zijn verhaal van geweldloos verzet, maar datzelfde proces heeft ook een keerzijde. Denk maar aan hoe doodnormale mensen het Capitool bestormden, of, dichter bij huis, hoe we er niet meer van opkijken als extreemrechtse studenten tijdens hun protestmarsen de Hitlergroet brengen.
Waar ‘Gundhi’ ongelofelijk goed in slaagt, is te tonen hoe geweldloos verzet niet zonder problemen is.
De leer van Gandhi wordt door De Warme Winkel geëerd. Waar de oude gegijzelde aan het begin van de voorstelling nog beweerde dat verzet vroeger makkelijker en nuttiger was, toont Gundhi, aan de hand van de woorden van de vredesvechter zelf, dat passief verzet geen nut heeft en dat je toch beter geweld boven lafheid verkiest. Beter iets doen dan niets. Denk maar aan wat de klimaatmarsen of de aanhoudende pro-Palestina betogingen uiteindelijk toch hebben veranderd in ons denken.
Maar waar ‘Gundhi’ ongelofelijk goed in slaagt, is te tonen hoe geweldloos verzet niet zonder problemen is. De Warme Winkel relativeert Gandhi’s naïeve opmerking dat de weg der liefde altijd gewonnen heeft in de geschiedenis. Wie even terugdenkt aan de massale hoeveelheid beelden van platgebombardeerde steden en volkeren van de afgelopen jaren zou daar inderdaad wel eens aan durven twijfelen.
Geweldloos verzet is vooral niet zonder geweld. Gandhi wist dat zelfs maar al te goed. De betogers op zijn befaamde zoutmars in 1930 werden gewelddadig in elkaar geslagen door de Britse bezetters. Het geweld tonen van de onderdrukker was net expliciet de bedoeling.
Geweldloos verzet werkt juist omdat het geweld van de onderdrukker zichtbaar wordt gemaakt – maar dat betekent ook dat iemand het slachtoffer moet zijn, moet lijden. Geweldloos verzet is verzet, pacifisme is passief.
Oorlog maakt helden van normale mensen en geeft een glimp van goddelijkheid.
Die paradox, dat verzet slachtoffers eist, maakt de lange slotscène des te wranger. Leden van een yogamilitie worden geronseld en klaargemaakt voor een gewelddadig verzet voor de vrede. De ene sluit zich aan omdat ze de eindeloze consumptiedrift beu is, de andere omdat die ontdekte hoe samenzijn je een levenskracht geeft. Hun rituelen komen eng dichtbij mijn jeugdherinnering over het yogakamp.
"Pacifisme is niet gratis," scanderen ze terwijl ze met machinegeweren verschillende yogaposes aannemen. Even later cirkelen de leden in een trance met grote zitballen met prints van planeten rond de centrale goeroe. Die zweept hen op met leuzen en gedachtestromen. Oorlog maakt helden van normale mensen en geeft een glimp van goddelijkheid. Vrede vraagt moed, vrede is werk, compromis, geen explosies, geen heldendom. De trance transformeert in een geleide meditatieoefening, waarin de goeroe vraagt om je in te beelden hoe eerst je vader voor je ogen wordt vermoord, maar je later de kans krijgt om het kind van zijn moordenaar op jouw beurt te vermoorden. Vrede begint bij de bereidheid de pijn van een ander te voelen, niet bij wapenstilstanden, is de boodschap. Ik denk terug aan de arm van mijn broer onder de muggenbeten, in stilte lijdend voor iemand anders zijn idealen.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz