Theater

Le canard sauvage (Die Wildente) Thomas Ostermeier / Schaubühne am Lehniner Platz

Het probleem met eerlijkheid

Hoeveel waarheid kunnen we verdragen? Wat is dat trouwens, waarheid of zelfs maar waarachtigheid in menselijke relaties? Welke gevolgen heeft het als ‘leugens’ uitkomen. Kan iemand daarover oordelen? Henrik Ibsen sprak daarover impliciet zijn twijfels uit in zijn stuk ‘De Wilde eend’. Thomas Ostermeier hanteert niet zo’n fluwelen handschoenen om die vraag te fileren in zijn cassante regie van het stuk.         

Le canard sauvage (Die Wildente)
Pieter T’Jonck Opéra d' Avignon, in het kader van het Festival d' Avignon
19 juli 2025

Qua plot is ‘De wilde eend’ (1884) zo’n typisch Ibsen stuk: misstappen uit het verleden en troebele geheimen verhinderen de ontplooiing en zielenrust van een familie of een gemeenschap. Tot de waarheid aan het licht komt. Anders dan in andere stukken van Ibsen leidt de onthulling van de ware toedracht der dingen in ‘De wilde eend’ echter niet tot inzicht maar tot nog meer miserie. Alsof Ibsen ging twijfelen aan de kracht van de waarheid om het leven ten goede te keren. Thomas Ostermeier verplaatste het verhaal  – te oordelen naar de muziek van Metallica, Led Zeppelin of Kate Bush - naar een moment ergens in de jaren 1990. Hij schrapte ook wat nevenfiguren, maar blijft toch zo dicht bij de brontekst dat je merkt dat de thematiek ervan verbazend actueel is.

De industrieel Håkon Werle, een onverbeterlijke rokkenjager, ligt aan de oorsprong van alle ellende. Gregers, zijn zoon, haat hem voor zijn ontrouw. Hij stapt het thuis op om te gaan werken in een afgelegen fabriek van zijn vader en laat vijftien jaar niets meer van zich horen. Wat hij niet weet is dat zijn vader, terwijl zijn vrouw nog leefde, een dochter verwekte bij Gina, zijn huishoudster. Håkon koppelde haar dan aan Hjalmar Ekdal, de zenuwzieke zoon van zijn voormalige partner Ekdal en geeft hem geld om een eigen zaak te beginnen als fotograaf. Dat is niet de enige misstap van Håkon. Hij liet de oude Ekdal ook opdraaien voor malversaties. Die belandde zo in de gevangenis, terwijl Werle buiten schot bleef. De oude Ekdal was daarna een gebroken man en raakte aan de drank.

Het stuk begint als Gregers, zoon van Håkon, na vijftien jaar afwezigheid, terug thuis komt. Tijdens een feestje te zijner ere waar ook Hjalmar aanwezig is, ontdekken we dat Håkon opnieuw wil trouwen met zijn secretaresse, Alwa (bij Ibsen is dat mevrouw Sørby). Gregers ontdekt tot zijn ontzetting dat zijn vader zijn vroegere vriend Hjalmar wijs maakte dat Gregers niets meer van hem moest hebben. Hij begrijpt uiteraard ook niet waarom zijn vader Hjalmars opleiding en fotostudio bekostigde, en is even verbaasd als hij verneemt dat Hjalmar met Gina huwde. In een bits gesprek tussen vader en zoon laat Gregers voelen dat hij met zijn vaders zaak niets meer te maken wil hebben, ondanks het feit dat Håkon blind wordt.

Hoewel we de eend nooit te zien krijgen is hij wel een metafoor van belang: de familie Ekdal is net zo vleugellam als die eend, en wel door toedoen van de oude Werle.    

De rest van het stuk speelt zich af bij de Ekdals. Ostermeier organiseert die scènewisseling met een draaiplateau, en verruilt zo een oogwenk het ene hyperrealistische decor voor het andere. Van een sjiek salon belanden we in een uitgewoonde bungalow met aftands meubilair. De fotostudio blijkt zich te beperken tot een Fotomaton naast het keukenaanrecht. Hier wonen de oude Ekdal, Hjalmar en Gina en dochter Hedvig. Ze verhuren ook een kamer aan dokter Relling. Niet veel later slaat ook Gregers er zijn tenten op, zeer tegen de zin van Gina. Pas dan ontdek je waar de titel van het stuk, ‘De wilde eend’ vandaan komt. De oude Ekdal houdt er wat konijnen en duiven op na, maar verzorgt ook een wilde eend die Håkon aanschoot maar enkel vleugellam maakte. Die eend vegeteert in het tuintje (bij Ibsen op zolder). Hoewel we de eend nooit te zien krijgen is hij wel een metafoor van belang: de familie Ekdal is net zo vleugellam als die eend, en wel door toedoen van de oude Werle. Maar is ze dat ook doordat er zoveel geheimen zijn? Dat is de vraag van het stuk, zeker bij Ostermeier.

De complicaties en onthullingen volgen elkaar nu in hoog tempo op. Ostermeier schrapte behoorlijk in de tekst om drie personages naar voren te halen. De boomlange Marcel Kohler maakt van Gregers een fanaticus. Hij wil iedereen overtuigen om in volledige waarachtigheid te leven. Verzwijgen is voor hem doodzonde. Hij projecteert daarbij meer dan eens zijn eigen problemen (en ongezonde nieuwsgierigheid) op anderen, zoals de jonge Hedvig. Stefan Stern maakt van Hjalmar dan weer een nog grotere eikel dan hij in het stuk al is: een onbenul die denkt dat hij geroepen is om grote dingen te doen, maar geen klap uitricht. Zijn vrouw moet voor alles opdraaien. Hij slaagt er zelfs niet in zijn dochter een stageplaats bij de oude Werle te bezorgen, al is die broodnodig voor haar journalistenopleiding.

Ostermeier maakt van die twee protagonisten, alsook van de oude Ekdal (Falk Rockstroh) net geen karikatuur. In vergelijking daarmee is Magdalene Lermer, als Hedvig, haast een toonbeeld van nuance, scherpzinnigheid en menselijkheid. Ze beseft wat er loos is met haar vader maar ze blijft hem toch steunen door dik en dun. Idem voor Gina (Marie Burchard). Het zal hen allebei zuur opbreken als Gregers door zijn manipulatieve gedrag, aan het licht brengt wie de echte vader van Hedvig is.

Voor de pauze leidt die aanpak van Ostermeier soms tot momenten die psychologisch wringen en zelfs onwaarschijnlijk zijn. Hij maakt in het spel bijvoorbeeld niet aannemelijk waarom Hedvig Gregers tegelijk enige sympathie toedraagt, maar even vaak, soms zelfs in één ademtocht, zijn obsessieve vragen ontmaskert als projecties. Waarom Gina Hjalmars fratsen blijft verdragen is nog zo’n raadsel. Na de pauze blijkt echter dat het Ostermeier dan ook niet om die psychologie gaat, wel om de vraag of de ideologie dat ‘eerlijkheid’ altijd en overal moet wel steek houdt. De inwonende dokter Relling (David Ruland) is daarbij Gregers ideologische tegenhanger. Hij zegt zonder veel omwegen dat Hjalmar te zwak is om onder ogen te zien dat hij geen talent heeft. Die waarheid zou hem kapot maken, als ze al tot hem zou doordingen, maar die kans acht Relling onbestaande.

Gregers is niet alleen een fanaticus, maar ook een puritein, die gelooft dat transparantie haalbaar en heilzaam is.    

Ostermeier maakt die inzet duidelijk in de enige scène die niet aan Ibsen ontleend is. Gregers onderbreekt één van de gesprekken waarin hij Hedvig de ‘waarheid’ wil ontfutselen abrupt. Hij pakt een microfoon en stapt naar de rand van het podium. Daar ondervraagt hij het publiek, in een mengeling van Duits, Frans en Engels over hoe eerlijk zij zijn. ‘Wie zit hier met zijn echte partner?’ ‘Wie heeft nooit gelogen?’ Bij elke vraag mogen we onze hand opsteken. Het leidde in Avignon tot gelach en geproest. Op de vraag of een relatie beter af is met onverbiddelijke eerlijkheid klonk van alle kanten echter een beslist ‘Non’. Kohler stapte daarop onvervaard op een van die ontkenners af. ‘Wie bent U en waarom zegt U dat’. De zaal kwam bijna niet meer bij toe de man antwoorde ‘Je suis psychiatre’ en vervolgde dat hij in zijn kabinet al te veel mensen had gezien die dachten dat ze de waarheid spraken.

Dat is het punt waar het hier om draait. Gregers is niet alleen een fanaticus, maar ook een puritein, die gelooft dat transparantie haalbaar en heilzaam is. Niet toevallig verwijst Ostermeier in een interview naar de Amerikaanse psychotherapeut Brad Blanton die ‘Radical Honesty’ bepleit. Alsof mensen zomaar zicht zouden hebben op wat hen dreef, of zich zelfs maar precies zouden herinneren wat ze ooit dachten of voelden. Het Franse publiek vond dat – terecht – onzin. Puriteinen willen altijd maar bekennen, verstandige mensen weten wanneer te zwijgen. Deze ene, verbluffend sterke scène biedt echter een onverwacht inzicht in de tekst van Ibsen en de actuele relevantie ervan. Het is niet ondenkbaar dat Gregers staat voor Ibsens puriteinse wereldbeschouwing, maar dat zijn falen in dit stuk net vertolkt hoe Ibsen aan zijn eigen positie ging twijfelen.

En falen doet Gregers big time. De waarheden die hij bovenspit creëren chaos bij de instabiele Hjalmar. Hij kan de gedachte niet aan dat hij al heel zijn leven uit de hand van Håkon Werle at omdat Hedvig diens dochter is, en vergeet van de weeromstuit wat Hedvig voor hem betekende De dag voor haar verjaardag verstoot hij haar. Tot overmaat van ramp verliest ze op dat moment ook haar vriendje en zet de redactie van het tijdschrift dat ze zelf oprichtte haar aan de deur.

Gregers prest haar dan om de ‘eerlijkheid’ in de praktijk te brengen door de eend, als symbool van al wat mank loopt, te doden. Hedvig doodt echter liever zichzelf. Het slotbeeld is een bende grienende, onvolwassen volwassenen, vol ‘waarheid’ maar zonder morele verantwoordelijkheid. Zonder tragiek. Gregers doet een vertwijfelde poging  tot grootsheid als zich voor de kop wil schieten, maar finaal is zijn hachje hem meer waard dan de waarheid dat hij Hedvig de dood in joeg. Ibsen noemde zijn stuk dan ook een tragikomedie. Ostermeier toont haarscherp waarom dat klopt. Puriteinen als Gregers verwarren sentiment met inzicht en krokodillentranen met tragiek.

Ostermeier zet pop- en rocksongs slim in om de vinger te leggen op dat valse sentiment. Zijn strafste quote is ‘Nothing else matters’ van Metallica (1991). Die song stelt glashard dat het enige wat telt is wat je zelf denkt en voelt (binnen een relatie). Je eigen waarheid dus. Vandaag ook bekend als rabbit hole. Stof tot nadenken biedt deze ‘Wilde eend’ in elk geval.         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz