Toneel / Performance

Conference of the absent Rimini Protokoll

Grote vragen in een te strak format

Rimini Protokoll heeft een mooie staat van dienst als het gaat om interactief en/of documentair theater. ‘Conference of the absent’ is daar een nieuw staaltje van: een project dat een alternatief biedt voor digitale conferenties, en tegelijk kanttekeningen plaatst bij de manier waarop die vaak georganiseerd worden. De vragen die het gezelschap aan de orde stelt zijn echter te ruim om te passen in het strakke format dat ze bedachten.

Conference of the absent
Pieter T’Jonck Kaaitheater, Brussel meer info
09 december 2021

‘Conference of the absent’ komt op een haast perfect moment. Ten eerste omdat de coronacijfers weer zo’n omvang namen dat de overheid de vrije handel en wandel terug inperkt, ook in theaters. Het wordt alweer moeilijk om elkaar in levende lijve te ontmoeten en te spreken, ook al hebben  we ondertussen allemaal wel gemerkt dat digitaal samenkomen geen volwaardig alternatief is.

Anderzijds klinkt de vraag steeds harder of het wel legitiem is dat mensen duizenden kilometers vliegen om conferenties allerhande bij te wonen, gezien de dwingende nood om de CO² uitstoot te verminderen. Misschien is digitaal vergaderen dan toch wenselijk?

Rimini Protokoll biedt beide problemen het hoofd met ‘Conference of the absent’. Het laat het leden van het publiek van een conferentie die daartoe bereid zijn de rol van de afwezige sprekers opnemen, hetzij doordat ze een ingezonden paper voorlezen, hetzij doordat ze de woorden die ze via een oortje horen nazeggen. Een mooie gedachte: het publiek wordt zo de directe vertolker van de gedachten van een ander, en introduceert tegelijk een discussie in eigen kring.

Dat procédé raakt echter aan een rist andere, hedendaagse gevoeligheden, zoals het hete hangijzer of iemand het recht kan claimen om de ervaringen, gevoelens, gedachten van een ander mens te representeren als waren het de zijne of hare. Of, kort door de bocht: waar verwordt empathie, verbeelding of spel tot ‘appropriation’ (dat er geen  Nederlands woord voor bestaat -wie spreekt nog van ‘toe-eigening?- wijst er overigens op dat het een Amerikaanse obsessie is met rechten). Het is blijkbaar enkel in de rechtbank nog normaal dat je je laat vertegenwoordigen, door een advocaat dan wel.

Een tweede probleem kleeft aan het beeld van ‘conferenties’: een bijeenkomst van mensen die ‘het’ weten en zeggen in naam van anderen, die daar doorgaans niet eens van op de hoogte zijn. Dat soort expertise komt steeds meer onder vuur vanuit de schuttersputjes van het internet, die zich verzetten tegen de cockpits -de letterlijke vertaling van schuttersputje trouwens- van de overheid. Wie mag eigenlijk nog voor wie spreken zonder de wind van voren te krijgen? Wat betekent dat voor de ‘representatieve’ democratie waar we tot nader order nog steeds in leven?

De voorstelling van Rimini Protokoll stipt al die problemen aan door een slimme keuze van de sprekers op deze conferentie. Het begint bijvoorbeeld met Tamara, een vrouw van Sacha afkomst. De Sacha zijn een etnische groep uit het hoge Noorden van Rusland. Ik hoorde er nooit eerder van spreken. De Russen noemen hen ‘Yakut’ maar dat zei me evenmin iets. Tot ik ontdekte dat ze een eigen deelstaat hebben binnen de Russische federatie, en dat is meteen de grootste deelstaat van de hele federatie! Hoe kan het dan dat ik, en niet alleen ik, er nooit van hoorde? Tamara lverklaart dat als ze zegt dat haar land vooral een wingewest is. Het gebied barst immers van delfstoffen als diamant. de ontginning ervan tastte het landschap sterk aan. Tamara had het er dan ook over dat het altijd anderen zijn die over de Sacha spreken en beslissen. Zij wou zelf het woord nemen. De tweede ‘stem’ was die van een man die leed aan het locked-in syndroom, en dus niet meer voor zichzelf kon spreken.

Een persoon van kleur bleek te ontbreken in de zaal. Confronterend. 

Bij die eerste twee afwezige sprekers volgde de voorstelling een specifieke procedure. De toeschouwer die voor hen het woord zou voeren moest eerst zijn of haar eigen naam zeggen, en ook bevestigen dat hij of zij niet eerder betrokken was geweest bij dit experiment. Beide begonnen dan voor te lezen, maar na enige tijd volgden ze de woorden die een koptelefoon hen influisterde. Geen enkele volgende ‘spreker’ moest echter nog zijn eigen naam zeggen. Waarom dat zo was werd me echter nooit duidelijk. 

Stilaan dook er echter wel een patroon op in de voorstelling: elke nieuwe spreker kaartte een heikel thema aan. Zo was er de advocaat die betrokken was in geruchtmakende schandalen of processen over misdaden tegen de menselijkheid. Ontroerend was het verhaal van een 95-jarige Joodse man die in de oorlog zijn hachje gered had door voor een Duitser uit te geven. Na al die jaren knaagde de wroeging over dat verraad nog steeds aan hem. Maar in deze context ging het natuurlijk ook over de persoonswissel. De issue van appropriation kwam dan weer aan de orde toen een oproep gedaan werd voor iemand van kleur als spreker. Die bleek te ontbreken in de zaal. Dat was, op zijn manier, ook erg confronterend.

Zo ging het nog een heel aantal keer, met  soms meer, soms minder spitante speeches, en soms meer of minder overtuigende vertolkingen, al bleef je steeds amateurs aan het werk zien (wat je van de weeromstuit doet beseffen dat acteren echt wel een vak is, en dat niet iedereen daar bekwaam toe is, zelfs niet om zijn eigen leven na te spelen).

Interessant was het dus wel, maar op één of andere manier kon de voorstelling me toch moeilijk boeien. De eerste reden is misschien wel dat Rimini Protokoll het vertikt om bij de aanvang van de voorstelling aan te geven wat de kwestie of het onderwerp van deze ‘conferentie’ was. De leden van de groep blijven zelfs volkomen onzichtbaar: het publiek wordt toegesproken door een aangenaam klinkende, synthetische vrouwenstem -dat beweert die stem toch alvast- die put uit een vast repertoire van uitspraken.

Geleidelijk zie je wel wat thematische lijnen. Je zou de inzet van deze ‘conferentie’ kunnen samenvatten in een paar vragen. Wat betekent het als je noodgedwongen anderen voor jou moet laten spreken? Welke impact heeft dat op de geloofwaardigheid van degene die dan spreekt? Hoe beïnvloedt het de boodschap zelf? Maar ook: hoe grijpt het in op de gedachten van de ‘spreekbuis'’? Tenslotte kwam, als vanzelfsprekend, ook de vraag naar voren wat de gelijkenissen of verschillen met theater spelen dan zijn.

Dat zijn uiteindelijk heel wat vragen, en over elk ervan zou je een boompje kunnen opzetten. Mijn lijstje is trouwens niet eens compleet, want bij een spreker ging het ook over lichamen die op hun manier, en ongevraagd, het woord nemen, bijvoorbeeld in het geval van fantoompijnen. Twee uur tijd zijn te weinig om dat uit te diepen, zeker als er geen interpretatiekader aan vooraf gaat.

Mentaal spring je daardoor toch wat van de hak op de tak. Dat bevordert de concentratie niet. Het helpt ook niet dat Rimini Protokoll de voorstelling wat dwangmatig ‘onderhoudend’ wil laten zijn door de keuze van een ersatz spreker en de rol die die dan kreeg telkens anders vorm te geven. Dat haalde ook de vaart uit de voorstelling. Ik vroeg me daardoor zelfs even af of de makers er niet beter aan hadden gedaan om hun gedachten neer te leggen in een goed boek, met de opdracht aan de lezer om er achteraf met vrienden over te praten. Het zou misschien meer gedachten over ‘publiek verschijnen’ en ‘publiek vertegenwoordigen’ opgeleverd hebben. 

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren