ALL TOGETHER NOW! Suze Milius / Toneelhuis / House Crying Yellow Tears
Een gigantische bos sleutels
‘ALL TOGETHER NOW!’ van regisseur Suze Milius is een ensemblestuk met zes spelers. Er wordt veel getafeld. Uiteenlopende ‘taferelen’ passeren zo de revue. De spelers verzamelen in diverse rollen, nu eens als een familie, dan weer als collega’s of vrienden rond dit steunpunt. Telkens gooien de personages op tafel wat op hun lever ligt. Relaties gaan daarbij vaak aan het wankelen. Terwijl ze pogen om hun conflicten vakkundig te fileren, raakt de kern van deze voorstelling steeds meer zoek onder alle losse elementen en intenties.
De zes spelers - Rodrigo Batista, Sara De Roo, Stefan Jakiela, Patricia Kargbo, Gustav Lauesen en Janneke Remmers – komen druppelsgewijs de scène van de Bourla op. Ze dragen allemaal hetzelfde fluogroen pak. Het heeft iets weg van het plunje van een bouwvakker maar dan in een opvallende en onmodieuze kleur. Samen monteren ze poten aan een tafelblad. Et voilà: het decor voor ‘ALL TOGETHER NOW!’ staat onmiddellijk centraal. Helder.
De tafel vormt de rode draad voor alle ‘taferelen’ van samenkomst. Spelers komen aan tafel om te eten, te vergaderen, te boemelen,…. All together aan tafel dus; dat is de spil. De spelers hullen deze openingsscène in een ritueel jasje door meerstemmig ‘ha’ te zingen en hand in hand rond de tafel te dansen.
Deconstrueren / reconstrueren
Daarna verdwijnen de spelers achter het tweede decorstuk van deze voorstelling: een modulaire scheidingswand gemaakt van grijze gordijnpanden, een ontwerp van Stefan Jakiela. De golving van de gordijnen laat ze lijken op een golfplatenwand. Ook die illusie roept, net als de groene overalls, de associatie met een bouwplaats op. De spelers zijn bouwers: zij reconstrueren en deconstrueren ‘taferelen’. Die tafel functioneert steeds in andere constructen. Verplaatsingen van de modulaire gordijnen geven veranderingen van scène aan. Ze worden in de loop van de voorstelling steeds meer uit elkaar gehaald. Conceptueel is dat niet wereldschokkend, maar het wijst aanvankelijk wel op een heldere, Brechtiaanse dramaturgie.
Conflicten en misverstanden tussen mensen staan ontegensprekelijk centraal in deze voorstelling.
Conflicten en misverstanden tussen mensen staan ontegensprekelijk centraal in deze voorstelling. In één van de eerste taferelen ontspint zich bijvoorbeeld een familiaal conflict. De Roo en Remmers spelen twee ouders wiens relatie op de klippen loopt. De één wil vertrekken, de ander staat dat niet toe. Ze zitten tegenover elkaar, elk aan een kop van de tafel. Tussen hen in nemen de andere spelers als hun kinderen plaats. Zij spelen ook hun rol in dit conflict: ze worden in het kamp van de ene of de andere ouder getrokken. Een situatie die herkenbaar genoeg is om je erin in te leven als toeschouwer, ware het niet dat de constructie ervan bewust zichtbaar gehouden wordt. Daardoor ben je eerder geneigd om de situatie te analyseren dan te doorvoelen. Dat is een volstrekt legitieme insteek, maar spijtig genoeg wordt de afstand die je ervaart tot het podiumgebeuren steeds minder overbrugbaar.
De diffuse spelkeuzes helpen daarbij niet. De acteurs spelen de familieleden, maar ze spreken elkaar aan met hun echte namen. Ze trekken een hemd aan, maar daaronder komt nog steeds die lelijke groene overall piepen Sommigen dragen een pruik, anderen niet. De één spreekt Engels, speelt grotesk en mikt op de lach. De ander spreekt Nederlands en pakt de vertolking eerder ernstig en Brechtiaans aan. Het is een allegaartje aan spelvormen die richting mist en te sterk verschilt van persoon tot persoon.
Gooi alles maar op tafel
Na de familieruzie stappen twee spelers uit hun rol om zich te bevragen over het effect van de gebeurtenissen op moeder De Roo. De scène van de familieruzie wordt zo geanalyseerd. De spelers doen dat volgens de methode van de geweldloze communicatie. ‘Hoe voelde je je toen je kind dit tegen je zei?’ Hetzelfde gebeurt wanneer wordt uitgelegd hoe onze hersenen werken bij een intern conflict. Ook deze scène is een meta-theatrale illustratie van iets dat zich eerder afspeelde en wordt in dit geval fysiek verbeeld met levensgrote lappenpoppen, waarmee de spelers een tijd worstelen. De toon van deze scènes is onmiskenbaar ironisch. Ze moeten grappig zijn en dat komt te bedoelerig over.
De boventiteling is in hetzelfde bedje ziek. In die boventitels verschijnt bij verschillende scènes ook de instructies die de regisseur gaf aan de spelers. Uit die opdrachten blijkt dat ‘ALL TOGETHER NOW!’ een onderzoek moet zijn, dat groeide vanuit spelersimprovisatie. Maar wat wordt er juist onderzocht op de vloer? Waarom moeten we die instructies juist mee krijgen? Waarom deze transparantie?
Kan je je aanvankelijk nog identificeren met de personages, dan wordt dat steeds moeilijker naarmate de baas meer en meer grenzen overschrijdt.
De meest gedenkwaardige scène is die waarin de spelers collega’s aan de eettafel zijn. Hier reiken de spanningen verder dan die van de typische spelimprovisatie die vertrekt vanuit de zin ‘Schat, ik ga weg’. We zien een overwerkte baas volledig crashen tijdens de lunch als één van diens onderdrukte werknemers in verzet gaat. De baas, overtuigend grotesk gespeeld door Remmers, gaat volledig over de rooie. Wat deze scène ook onderscheidt van de andere is de uitgekiende opbouw, die je als toeschouwer doet wankelen. Kan je je aanvankelijk nog identificeren met de personages, dan wordt dat steeds moeilijker naarmate de baas meer en meer grenzen overschrijdt. Dit is dan weer een voorbeeld van uitstekend spelerstheater, dat niet verdrinkt in de bedoelingen en intenties.
‘ALL TOGETHER NOW!’ wil te veel bereiken met één voorstelling. Milius wil de verbinding vieren en goed lachen, het conflict omarmen, pogingen tot communicatie laten zien en doen mislukken, een onderzoek tonen, kritiek leveren,… ‘ Al die intenties en insteken staan te vrijblijvend en los van elkaar. We krijgen een gigantische sleutelbos aangereikt, die te veel deuren opent. Achter sommige deurtjes zit interessant materiaal, maar achter sommige blijkt niets te zitten.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz