Zeg me hoe het moet De Nwe Tijd
Dubbelheid op zijn best
Zij wou liefst een bestaand relatiedrama spelen, terwijl hij meer zin had in een eerlijke beschouwing over hun eigen verhouding. Suzanne Grotenhuis en Freek Vielen van De Nwe Tijd kwamen er maar niet uit. En dus doen ze het in ‘Zeg me hoe het moet’ uiteindelijk allebei: een stukje spelen en een stukje bespiegelen, slim dooreen geweven. De uitkomst is een geestig en roerend duet over de (on)mogelijkheid tot verbinding tussen twee mensen/makers die zich vrienden noemen. Met een hand van DE HOE.
Staat er ergens in ons theaterlandschap een verdoken pijl richting ‘verzoening’? Het viel me dit jaar op hoeveel voorstellingen open of impliciete pleidooien voerden voor meer begrip en samenwerking tussen mensen en tegenpartijen. Van ‘Handle with care’ van Ontroerend Goed tot ‘Oh oh oh Dennenboom’ bij hetpaleis: makers lijken hun relevantie vandaag vooral te vinden in het uitdragen van alternatieven voor alle vijandigheid en polarisering in de rest van de wereld. Verschillen zijn er om overbrugd te worden, zorg en empathie wijzen de weg.
Je merkt het ook aan alle ‘sweet endings’ waar voorstellingen nu bijna standaard op eindigen. Het tegendeel – een zaal achterlaten in shock of afgrijzen, het gevoel waarmee je vaak het tv-nieuws afzet – lijkt op onze podia zo goed als taboe geworden.
Ook bij ‘Zeg me hoe het moet’ lijkt die ‘het’ in de titel vooral op ‘samenzijn’ of zelfs op ‘samenleven’ te slaan. “We zijn het verplicht aan elkaar, aan de kosmos, aan alles wat tegenover elkaar staat, iedereen die niet meer naar elkaar luistert, om dit niet te laten breken”, zo verklaart Suzanne Grotenhuis ergens tegen het einde van de voorstelling aan Freek Vielen over hun onderlinge ver(stand)houding. “Als het ons niet lukt, wie dan wel?”
Even daarvoor hebben ze nog naar elkaar staan roepen als twee kemphanen met hun ziel bloot, zonder remmingen. “Ik wil dat dit lukt”, riep Grotenhuis daarbij van diep, “want anders lukt niets en dan moet ik daar iets mee, met dat mislukken.” Wat er op het spel staat, hier en in veel ander theater, is het geloof van makers in hun eigen rol als ‘mogelijkmakers’, als creatieve bemiddelaars van verbetering en verandering.
Relatietherapie op het podium
Grotenhuis en Vielen, samen in een decor vol tafeltjes met feestglazen, nemen dus hun eigen persoonlijke en professionele relatie als casus. Twintig jaar geleden studeerden ze samen af aan Conservatorium Antwerpen, tien jaar geleden zeiden ze beiden (toen nog met Rebekka de Wit) ‘ja’ op de vraag van Lucas Vandervost om het Antwerpse gezelschap De Tijd over te nemen.
Sindsdien hebben ze onder de vlag van De Nwe Tijd wel vaker samen of apart theater gemaakt waarin ze soms ook hun eigen leven, familie of ervaringen als uitgangspunt namen. Maar zo interpersoonlijk als in ‘Zeg me hoe het moet’, louter met hun tweeën, is zelfs voor De Nwe Tijd niet eerder vertoond. Samen willen ze in deze voorstelling uitzoeken wat hen bindt en soms ook uiteendrijft. Dat Freek ooit verliefd zou zijn geweest op Suzanne, terwijl hun persoonlijkheden als maker juist erg verschillen, zorgt voor extra peper en zout.
De uitkomst is relatietherapie op het podium, met bijvoorbeeld 37 regels die Vielen en Grotenhuis voor hun creatieproces hebben opgesteld (van “altijd ja zeggen tegen elkaars ideeën” tot “duidelijk en dapper communiceren”) en een waslijst aan relatieoefeningen die ze ter inspiratie doorlopen hebben (van samen klussen en tango dansen tot zelfs sessies met een astrologe én een relatietherapeut, waarvan we ook beelden te zien krijgen). Wat is echt, wat wordt ons wijsgemaakt?
‘Zeg me hoe het moet’ hinkelt heen en weer tussen scheve steken, zere wonden en kwetsbare toenaderingspogingen.
In elk geval krijgen we het resultaat van sommige van die exercities te zien in de voorstelling zelf. Zo geeft Vielen in een van hun vijftien scènes een mooie poëtische persoonsbeschrijving van Grotenhuis op basis van een oude foto van haar. Net zo goed reconstrueren ze een dwaze contactimprovisatie met abstracte lichaamsfiguren.
Zoals elke relatiekomedie hinkelt ‘Zeg me hoe het moet’ heen en weer tussen scheve steken, zere wonden en kwetsbare toenaderingspogingen. De ware inzet van dit spel is evenwel zijn effect op de zaal. Met hun zelfstudie volgens de regels van de kunst van geweldloze communicatie streven Vielen en Grotenhuis een moreel exempel na, een voorbeeld waar wij ook onze eigen verhoudingen aan kunnen spiegelen. Tegelijk steekt onder al hun relationele regulitis zoveel ironie dat de voorstelling juist elk moralisme ontloopt.
Eenvoud Tweevoud Meervoud
Net die dubbel(zinnig)heid is de grote waarde van deze schijnbaar eenvoudige voorstelling: in best platte tijden toont ze op zoveel vlakken een meesterproef in gelaagdheid. Dat begint al op zinsniveau, met dialogen die telkens zoveel meer vertellen dan ze letterlijk zeggen. Complimenten blijken eigenlijk verdoken verwijten, zelfs onschuldige vragen of voorstellen zijn bezwangerd van ondergeschoven gevoelens. Taal fungeert hier tegelijk als maskerade én als klokkenluider van wat er onder de oppervlakte allemaal meespeelt. Aan elke woordenwisseling voel je dat Vielen en Grotenhuis in de eerste plaats auteurs zijn.
Ook op een hoger plan trekt die dubbelheid zich door in het stuk-in-het-stuk dat ze tussen hun eigen confrontaties opvoeren: een relatiedrama over het getrouwde koppel Claire en Dwight, die alles klaarstomen voor een avondfeest met vrienden, om hun huwelijk te redden. Het stuk heet ‘De klif’ of ‘De kloof’, daar blijft speelse verwarring over bestaan. Wellicht hebben de spelers het gewoon zelf geschreven? Steeds weer glijden Vielen en Grotenhuis in hun twee getrouwde personages, als was dat ook voor henzelf een zoveelste relatieoefening. Hij knoeit met de gordijnen als Dwight, zij onthult in de zwarte galajurk van Claire dat ze zich slechts een pinnige versie voelt van wie ze echt is. En waarom lijken hun vrienden Sue en Frederick een zoveel kleurrijker koppel dan zij?
Die rolverwarring verdubbelt én nuanceert de double bind tussen Freek/Dwight en Suzanne/Claire.
Het is toneeltje spelen van een hogere orde, zeker wanneer alle rollen en theatrale lagen steeds meer in elkaar gaan overlopen. Die rolverwarring is metatheater zoals te verwachten en te voorzien is, maar hier werkt ze net extra verrijkend. Ze verdubbelt én nuanceert de double bind tussen Freek/Dwight en Suzanne/Claire: ze kunnen allebei niet zonder, maar ook moeilijk mét elkaar. We zien dubbelheid in het kwadraat. Suggestiviteit à la carte.
Samen met dramaturg Wannes Gyselinck van schijnwerkerij DE HOE is die voortdurende wisselwerking met het stuk-in-het-stuk ook gewiekst doorgedacht voorbij de evidenties. Zo beland je uiteindelijk zelfs in een scène waarin Vielen zich als Dwight inbeeldt hoe Frederick aan Claire zou uitleggen dat Dwights afstandelijkheid net iets moois is. Ingewikkeld? In feite is het gewoon een knap staaltje sociale psychologie en zegt Freek tegen Suzanne dat ze het goed hebben zoals het is – maar dan wel dubbel ingekleed. Net die omfloerste dialectiek maakte hun verhouding extra herkenbaar. Al onze goede voornemens rond oprechtheid ten spijt, spreken we in omwegen. Wat twee mensen bindt, blijft hermeneutiek.
Ook ‘Zeg me hoe het moet’ eindigt dus op zoete verzoening, of wat hadden we verwacht? Het is wel niet enkel een verzoening tussen Vielen en Grotenhuis, als voorbeeld voor de hele samenleving. Met dank aan de dubbelheid zijn ergens onderweg ook alle andere polaire spanningen onder de voorstelling in elkaar opgelost: ratio en intuïtie, privé en professioneel, schijn en waarheid, verleden en toekomst... Zo laat De Nwe Tijd zien hoe ook de loutere vorm en aanpak van een voorstelling ‘depolariserend’ kan werken. Uit eenvoud en tweevoud schept het meervoud. Uit tegenstellingen puurt ze samenspraak en voldoening over wat is.
Misschien is dat nog wel het meest dubbele aan deze mooie voorstelling: de verzoening die ze aanboort uit conflict, en die ze deelt met veel ander theater, blijkt uiteindelijk een vorm van aanvaarding, van ‘goed praten’.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz