Berlin Oranienplatz / 1. teil der Stadt-Trilogie Hakan Savas Mican / Maxim Gorki Theater
Droom en realiteit in Berlijn
‘Berlin Oranienplatz’ is het eerste deel van de stadstrilogie die regisseur en schrijver Hakan Savaş Mican maakt voor het Maxim Gorki Theater. De voorstelling is een studie van het leven in de grootstad. Het reflecteert over gemiste kansen, over wat is en wat had kunnen zijn, over vrijheid vs. verplichtingen. Het gaat bovenal over een man die afscheid neemt van het verleden, op zoek naar een betekenisvolle(r) bestaan.
Op het podium staat een speelgoedreplica van een klassieke Mercedes 230E. Op het scherm achter de bühne verschijnt Can. Hij steekt een sigaret op terwijl hij leunt tegen zijn groene oldtimer. Hij draagt een denim designer pak en zwarte hoed. Hij staart eindeloos voor zich uit, net als cowboys in oude westerns. Hij lijkt wat verloren, misschien wel in zijn gedachten. Een onbekende spreekt hem aan. Hij wil Can’s auto kopen. Hij zag Can hier al vaker rondhangen terwijl hij de ene sigaret na de andere rookte. De onbekende start een wedstrijdje opbieden, maar Can hapt niet toe. Toch wint de onbekende man de jackpot als hij raadt waarom Can hier zo vaak komt: Can moet de gevangenis in. Het overkwam hem ook. Ook hij hing vaak rond bij de gevangenispoort voor hij de cel in moest.
Deze ontmoeting is de eerste van een reeks min of meer toevallige momenten op de laatste dag van de zomer, tevens de laatste dag dat Can op vrije voeten is. Can wil echter helemaal niet naar de gevangenis en besluit te vluchten naar Istanbul. Maar hij wil wel eerst afscheid nemen. Dat begint met het opgelegde bezoek aan zijn psychologe. Onze stadscowboy brengt er een uurtje slapend op de bank door, dromend over zijn Oranienplatz en Kreuzberg. Daarna passeert hij langs het reisbureau van een oude familievriend. Een enkel ticket Istanbul? Dat is dan een Rolex-horloge. Ontmoetingen als deze geven stilaan een idee van Can’s verleden. Hij verkocht designer kleding en horloges. Op het hoogtepunt had hij zelfs een eigen fashion label. Dat laat hij toch uitschijnen, maar of het ook waar is, is minder zeker. Can, die zich als fashion designer ook wel Gianni -naar Gianni Versace- noemt, lijkt wens en werkelijkheid nogal eens door elkaar te halen. De grens tussen echt en vals, gemeend en geveinsd is bij hem vaag.
Opvallend, de scene tussen Can en de oude familievriend is de eerste die zich echt op het podium afspeelt en niet op het videoscherm. Regisseur Mican maakt hier slim gebruik van het verschil tussen beide media om de twee gezichten van Can tot leven te brengen. De momenten waar Can echt zichzelf is, en geen rol hoeft, wil of kan spelen, vinden plaats op het podium. Dat voel je bij het gesprek tussen Can en de oude familievriend. Al snel blijkt dat Can wel van Turkse origine is, maar niets of niemand in Istanbul kent, en haast geen woord Turks spreekt. Hij beseft ook dat hij nooit meer terug kan als hij de benen neemt naar Istanbul. Je ontdekt op de bühne zo een heel andere, een kwetsbare en onzekere Can.
Een heel andere figuur dan de Can op het scherm. Die is zelfzekerder, wat afstandelijk. Hij ziet zijn vlucht als een nieuw avontuur, een nieuwe kans om een imperium uit te bouwen. Deze Can (of moeten we zeggen ‘Gianni’?) volgen we op het scherm. Hij gaat langs bij zijn vader. Beide mannen hebben elkaar weinig te zeggen. ‘Waarom ben je hier?’, vraagt de vader. ‘Ik wil afscheid nemen’, antwoordt Can. ‘Vaarwel dan’, zegt de vader. Meer woorden maakt hij er niet aan vuil. Daarna volgt het afscheid met zijn moeder. Zij voelt dat er iets scheelt, maar wil of durft niet door te vragen. Ze fantaseert over een mogelijke burn-out. Can kan voor haar niet schuldig zijn, aan wat dan ook. Ook nu durft Can de reden van zijn vertrek niet op te biechten. Hij wil of kan niet afwijken van zijn fake bestaan als succesvol fashion designer. Wil hij zijn ouders niet te schande brengen? Is hij te trots? Of kiest hij gewoon voor de makkelijke uitweg?
De afscheidstournee van Can brengt ons vervolgens bij een oude jeugdvriend die een jazzclub heeft overgenomen en bij zijn oude Koranschool. De imam kijkt Can verbijsterd aan wanneer hij hem achteraan in de zaal opmerkt. Op het podium volgt dan een verbazingwekkende scene. Mican transformeert de jazzclub met zijn vrouwelijk achtergrondkoor in gelovigen op zoek naar de mening van het leven. De host van de jazzclub wordt imam. De gelovigen stellen hun vragen op zo’n vocaal sterke en opwindende manier dat het wel een jazzshow lijkt. Het podium lijkt het scherm over te nemen, de ene sterke theaterscene volgt de andere op. Mican kan hier rekenen op een arsenaal van uitmuntende acteurs die het verhaal de nodige emotionele kracht geven. Stukje bij beetje breekt de façade waar Can zich achter verbergt af. Hij vraagt de imam: “Waarom worden sommige kinderen wel geboren in rijke gezinnen en hebben ze goede, geprivilegieerde levens, en waarom andere niet? Waarom stellen we hen die ons vertellen dat we geen betere levens kunnen hebben dan onze ouders niet in vraag?’.
Maar the show must go on, ook voor Can. Er volgt een laatste ontmoeting, met Zeynep, een oude vriendin en liefde. Het podium neemt nu het hele verhaal over. Het scherm is gedoofd. Zeynep werkt in de jazzclub. Ze heeft er een Amy Winehouse act. Terwijl ze zich na haar act omkleedt stort Can in. Hij laat zijn masker van zelfzekere entrepreneur vallen om zijn nood te klagen. Dat hij zijn geld verdiende met het verkopen van fake designer goederen en horloges. Dat hij daarom vijf jaar naar de gevangenis moet en een schuld van 300.000 euro meetorst. Dat hij wil vluchten. Dat het er hem eerst enkel om te doen was zijn ouders te helpen door hen een appartement te kopen en dan te stoppen. Dat hij meer wou dan wat hem voorbestemd was. Maar Zeynep houdt hem een ongenadige spiegel voor. Ze werpt hem voor de voeten dat hij alweer wegloopt van zijn problemen, zoals altijd, en dat hij ook en vooral wegloopt van zij die hem graag zien om zijn dromen na te jagen. Dat hij liever doet alsof dan echt verantwoordelijkheid op te nemen. Berlin Oranienplatz leest zo als een alternatief voor Berlin Alexanderplatz. Waar Franz Biberkopf in de roman van Alfred Döblin de gevangenis verlaat en een goed persoon wil worden, is Can in het verhaal van Mican iemand die de cel in moet maar geen verantwoordelijkheid wil nemen. Zeynep biedt Can zelfs aan hem de volgende dag te vergezellen naar de gevangenis. Maar Can loopt opnieuw weg, net als al die keren daarvoor.
Nu licht het scherm weer op. Can rijdt ’s ochtends vroeg doelloos door Berlijn, en eindigt weer op het plein voor de gevangenis. Net dan stapt hij uit de film. Met een afstandsbediening jaagt hij het model van de Mercedes 230E over de vloer tot het met een klap botst tegen het scherm. Is dit de finale crash van iemand die wegloopt van zijn verantwoordelijkheid? Of zien we iemand die tot het besef komt dat hij tegen de muur moet lopen om zijn leven weer in eigen handen te nemen? Wordt het Istanbul of de Tegel-gevangenis? Wordt Can Franz Biberkopf of blijft hij Gianni?
Berlin Oranienplatz is een meeslepend verhaal over een jongeman die zijn dromen najaagt in de grootstad. Het is ook het verhaal van een jongeman die niet opgroeide in een geprivilegieerd milieu. Als kind van Turkse arbeiders uit Kreuzberg wil hij aan zijn sociale lot wil ontsnappen, maar telkens weer stelt hij vast hoe moeilijk dat is. De voorstelling doet daarin denken aan het werk van Fikry El Azzouzi die op Vlaamse podia gelijkaardige thema’s aankaart.
Maar ‘Berlin Oranienplatz’ krijgt nooit de bittere toon van Döblin’s ‘Berlin Alexanderplatz’. Daarvoor is de voorstelling te braaf, te huiselijk, te licht. Het verhaal blijft hangen in een warme melancholie, overigens uitstekend opgeroepen door een kwartet dat live smooth jazz brengt. Een goede voorstelling, dat wel, maar ze doet geen pijn, slaat niet op tafel en geeft de kijker al zeker geen klap in het gezicht. Ze raakt nauwelijks gevoelige snaren. De spanning tussen het lot dat voor Can lijkt weggelegd en de keuzes die hij maakt om daaraan te ontkomen is wel onderliggend aanwezig, maar treedt nooit echt op de voorgrond. Als het de bedoeling van dit stuk was om een sociologisch beeld te geven van de spanning tussen droom en werkelijkheid, dan lukt dat alvast niet helemaal. ‘Berlin Oranienplatz’ brengt je iets bij en beroert je, maar het verhaal blijft teveel op zichzelf staan om de aanzet te zijn van een diepgaande maatschappelijke reflectie. Misschien komt er daarvoor meer ruimte in de volgende delen van deze stadstrilogie?
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz