Le sommet Christoph Marthaler
Toppunt van zinloosheid
Aan toppen geen gebrek vandaag: regeringstoppen, toppen van de EU, toppen van wereldleiders, klimaattoppen. Het kan niet op. Maar of de wereld er beter van wordt? Lossen de verzamelde powers that be de steeds weer dringende problemen echt op, of bekrachtigen ze vooral het status quo? Communiqués achteraf bevestigen helaas al te vaak : Plus ça change, plus ça reste la même chose. Op naar de volgende top! Christophe Marthaler steekt de draak met dit vertoon van (on-)macht in ‘Le sommet’ (‘De top’). Een door en door ironische poppenkast, op het randje van mistroostig.
Aan toppen geen gebrek vandaag: regeringstoppen, toppen van de EU, toppen van wereldleiders, klimaattoppen. Het kan niet op. Maar of de wereld er beter van wordt? Lossen de verzamelde powers that be de steeds weer dringende problemen echt op, of bekrachtigen ze vooral het status quo? Communiqués achteraf bevestigen helaas al te vaak : Plus ça change, plus ça reste la même chose. Op naar de volgende top! Christophe Marthaler steekt de draak met dit vertoon van (on-)macht in ‘Le sommet’ (‘De top’). Een door en door ironische poppenkast, op het randje van mistroostig.
‘Le sommet’ heeft de vorm van een huis clos: een afgesloten ruimte waar de bewoners één na één toekomen om ze nooit meer te verlaten tot er witte rook is. In plaats van een luxueus resort of een congrespaleis vindt deze top echter plaats in een kale berghut op een bergtop. Een letterlijke top dus. De top van de berg steekt zelfs door de vloer in deze prachtscenografie van Duri Bischoff. Ze construeerde de wanden in vals perspectief, zodat de ruimte veel groter lijkt dan ze is. Langs de wanden staan een paar britsen en banken. Een opklaptafel dient als vergadertafel. Uit de vele kasten in de muur toveren de spelers attributen als een luidspreker, een TV-toestel en nog veel meer gadgets tevoorschijn.
De echte blikvanger is echter de goederenlift in de achterwand. Als die met veel gezoem een eerste keer openschuift bevat ze de Mona Lisa van Da Vinci. Alsof dit de laatste vluchtheuvel van de mensheid was en enkel het kostbaarste mee mocht komen. Daarna gaan de deuren weer dicht. Als ze weer openschuiven tuimelen de deelnemers aan deze conferentie eruit. Hun gastheer is Lukas Metzenbauer, een accordeonist die enkel een onbegrijpelijk Oostenrijks dialect spreekt.
Het is bepaald een vreemde bende: zonder uitzondering dragen vrouwen (Liliana Benini, Charlotte Clamens en Federica Fracassi) en mannen (Raphael Clamer en Graham F. Valentine, de fetisj acteur van Marthaler) traditionele alpenkostuums, maar ze spreken wel Duits, Frans, Engels en Italiaans door elkaar heen. Er volgt een absurde routine, strikt getimed door de gastheer. Het begint met onbegrijpelijke codes die ze voorlezen, als een schot voor de boeg bij onderhandelingen die niet volgen. Niet veel later wordt het zo warm in de hut dat alle kleren uitgaan en de hut een sauna wordt. Daarna is het tijd voor een receptie, compleet met galante kostuums voor de mannen en avondkledij voor de vrouwen. Waarop een fictieve fotoshoot voor een afwezige pers volgt. En nog veel meer onzin.
Het is het enige tastbare resultaat van de top: namaak brandblussers die nergens toe dienen.
Het bevreemdende aan al die acties is de willoze, mechanische manier waarop ze volbracht worden. Er is geen oorzaak, en geen gevolg, enkel protocol. Op een paar schaarse momenten na dan. Clamens fluistert plots in een microfoon dat ze niet weet wat ze hier doet, en zelfs niet wat ze doet. Clamer kan plots zijn plas niet meer ophouden. Het is een clownerie die voortdurend op de lachspieren werkt door Marthalers feilloze gevoel voor timing en effect. Toch vergaat het lachen je op de duur, want steeds vaker evoceert de regisseur ook de catastrofale situatie waarin zelfs de Alpen verkeren door de klimaatcrisis. Het dreigende geluid van helikopters en ontploffingen doet geregeld de gesprekken verstommen. Maar zelfs dan blijven de bewoners doen alsof er niets aan de hand is.
Het toppunt van ironie is het hulppakket dat een helikopter dropt door een gat in het dak. Het bevat niets dan tientallen luchtballonnen in de vorm van een brandblusser. Het gezelschap blaast ze toch allemaal ijverig op. Het is immers het enige tastbare resultaat van de top: namaak brandblussers die nergens toe dienen. Even lijkt paniek toe te slaan als in de verte het bericht te horen valt dat alle bergpaden voor de komende vijftien jaar onbegaanbaar zijn en ze dus opgesloten zitten. Maar alweer halen ze al snel de schouders op. Het deert hen niet. Integendeel: ze ontdekken dat de berg ondertussen afkoelde, en dekken hem toe met dekens. Tot slot wiegen ze de top in slaap met het wiegeliedje ‘Good Night, Sleep Tight’ , het stroperige slotnummer van ‘The white album’ van The Beatles.
Hun situatie is dus hopeloos, maar zij achten ze alvast niet ernstig. Eens lekker slapen gaan met een wiegeliedje, dan zal het wel beter gaan. Een meer sarcastische commentaar op de manier waarop ‘toppen’ omgaan met de problemen waar de wereld vandaag voor staat is moeilijk denkbaar. Anders dan anders lijkt het zelfs alsof Marthaler in dit stuk niet langer met milde ironie naar de zwakke mens kijkt, maar er mistroostig van werd. Of zelfs gewoon kwaad, op al die mensen aan de top met hun toppen die eindigen als diepe dalen. Kraters eigenlijk.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz