Toneel

Bridge Stories - A Sense of Belonging Cinemaximiliaan / Needcompany

Bruggenbouwers

Een vrolijke compagnie overspoelde afgelopen vrijdag de KVS-bol voor ‘Bridge Stories - A Sense of Belonging’: een eenvoudige, maar speelse voorstelling. Een voorstelling als comfort food: een portie troost met hartverwarmende ingrediënten. Hier zijn dat verhalen van vluchtelingen. Ze kregen vorm tijdens een langdurig schrijftraject in de schoot van Cinemaximiliaan. Vervolgens ging Needcompany met de hele groep van betrokken nieuwkomers aan de slag, om ze voor het voetlicht te brengen als een bonte werveling van boeiende, licht excentrieke figuren. Het smaakt naar meer.

Uitgelicht door Mia Vaerman
Bridge Stories - A Sense of Belonging
Mia Vaerman KVS Bol, Brussel
04 februari 2026

Needcompany weet hoe je verhalen vertelt, liefst rond buitenissige individuen en levens uit de marge. Hun regie voor deze voorstelling doet alle recht aan de meest uiteenlopende herinneringen van mensen uit alle uithoeken van de wereld. Velen van hen gingen op de vlucht voor verschrikkelijke toestanden in eigen land. Hun vertellingen zijn dan ook vaak verre van sprookjes. Toch voel je veerkracht bovendrijven. Door de eigen stem die eruit spreekt en die hier een micro krijgt, lijkt me. Maar er gebeurt nog iets meer.

De eerste resultaten van het schrijftraject van Cinemaximiliaan zag ik op een voorlees-sessie in de Beursschouwburg, tijdens het Passa Porta Festival 2025. Met veel schroom las elk van de dertig deelnemers - papier bevend in de hand – een eigen tekst. Afghanen, Iraniërs, Burundezen, Russen, Congolezen, Syriërs, Koerden, Turken… Mannen en vrouwen, jong en ouder. Erg beklijvend toen. Eén verhaal van een jonge Afrikaan bleef hangen als levensles. Zijn grootvader kende veel ellende (en verloor daarbij na elkaar twee echtgenotes), maar elke dag stond hij weer gelukkig op omdat hij leefde. Daar ging hij voor.

Exuberante présence

Needcompany selecteerde tien verhalen en creëert er een heuse voorstelling mee. Ze gieten de vertelsels in zoiets als een Needcompany-format: met de herkenbare Needcompany muziek (die gemoedelijke sfeer), met veel verkleden en nog eens omkleden (ik herken de fluo kleuren van een eerdere voorstelling van Grace Ellen Barkley), met de eigenzinnige accessoires van de acteurs, met het telkens weer in en uit een groep stappen, het samen bewegen en dansen naar telkens weer een climax toe of een nieuw scènebeeld. Verhalen en dialogen worden aangezet, onderbroken of gewoonweg afgebroken. De viool van Elke Janssens en de sound van Maarten Seghers – vaste crew van het gezelschap – kruiden het feestmaal. Het werkt goed.

Tegen de achterwand hangt een enorm filmdoek, waarop een publiekstribune staat geprojecteerd. Als in spiegelbeeld lijkt het even, maar het is de opname van een ander publiek. De hele voorstelling door verschijnen er beelden van toeschouwers die binnenkomen, opveren, wachten in de pauze, applaudisseren. De betekenis ervan is niet meteen duidelijk, maar wel brengt het een soort ritme aan. En ritme is in deze voorstelling de bindende factor. Tussendoor rijdt de camera over asfalt. Een verwijzing naar de weg die vele vluchtelingen aflegden?

Voor het scherm staan stoelen voor alle deelnemers. Tien ervan vertellen hun - of een - verhaal. In hun eigen taal of een andere. Het wisselt af. Hun speels exuberante présence verrast. Het toont meer dan gewoon een eigen stem. Een contrast met de ingetogen voordracht op de eerdere editie tijdens het Passa Porta Festival. Op de achterwand verschijnt de tekst in vier talen: Nederlands, Engels, Frans, Arabisch. Bij elke interventie wordt ook de voornaam van de performer vermeld.

Alle spelers tonen iets innemends door hun heel eigen manier van vertellen.

Het eerste poëtische relaas is van een Iraanse journalist, Rola. Hij is er zelf niet meer bij, maar zijn hard roerende melancholie lezen we af in de tekst die over het scherm rolt. Op dat scherm lijkt het publiek zachtjes heen en weer te deinen op hun zitje (achter de tekst door). Dan komt Galass naar voor met een goeie tip: “Als je vijf minuten hebt om iets af te maken, besteed dan drie minuten aan zorgvuldig plannen." Yüksel, met dubbele bolhoed op, stelt de filosofische vraag: “Welke ‘jij‘ is van jou? Je identiteitskaartnummer? Je familienaam? Je voornaam?” Dialito wil gewoon zichzelf zijn in zijn tegenstellingen: schijnverlegen en schijnheilig, zoals de Joker, grapt hij terwijl hij over de speelvloer springt en danst.

Panagiota (met een zalig extravagante persoonlijkheid én boezem – ze etaleert hem pront, ze is fantastisch) vertelt over haar vader die illegalen het kanaal overzette, daar veel aan verdiende, maar niks voor het gezin overhield. Davin brengt een parabel, Ibo een dierenverhaal. Jan heeft last om 'Jabbeke' goed uit te spreken. 'Jabke' maak hij ervan. Mariana staat op uit haar rolstoel om haar vlucht naar Damascus te vertellen. Een verslag van hoop in bange tijden. Humor en die typisch absurde insteek van Needcompany zijn nooit ver weg. Dat houdt het larmoyante op afstand. Allemaal tonen ze iets innemends door hun heel eigen manier van vertellen.

Eigenzinnige dans

Een van de sterkste momenten is als Kone vooraan op het toneel tegen een tafeltje een geschilderd portret van zijn zus neerzet: “Ik heb mijn leven aan haar te danken”, zegt hij, waarna hij in majestueuze hoepelrok (nog een voormalig attribuut van het gezelschap) minutenlang rondjes trekt met een micro en staander. Zacht schurend gegrom geeft dat. Weerbarstig. Precies daar komt die individualiteit tot uiting: in de manier waarop hij zichtbaar geniet van zijn eigenzinnige dans. Dát is bestaan.

Onder het vertellen door zet de rest van de groep zich in beweging, beginnen te dansen of te zingen, maken een vuist, scanderen, trekken andere kleren aan. Als verschillende golven die over elkaar heen rollen, neemt één beweging het van de andere over. Het relaas stopt niet persé als een verhaal is uitverteld. Als de boodschap duidelijk is, dijt de cadans van de performers gewoon uit. De niet-professionele spelers worden daar op een of ander manier perfect in geleid, en de ene scène vloeit als vanzelf in een andere over – zonder abrupte stop, zonder amateuristische onhandigheid. Het tempo verandert gedurig, ook de filmbeelden spelen daarbij mee. Fijn om te volgen voor het publiek. En op het einde stap je buiten met een riedel in je hoofd.

Medelijden is ver weg in ‘Bridge Stories’. Mee voelen is er des te meer. 

Uit alles spreekt een grote zorg voor de happening, een streven naar vakkundigheid. Tot in de keuzes van de verhalen toe. Je krijgt de teksten ook mee in het programmaboekje. (Jammer dat die van de gelukkige wakker-worder er niet bij zit: ik keer ernaar uit).

Je beseft hoe elke herinnering, elk verhaal het leven van die vluchteling(e) getekend heeft. Meer nog ervaar je hoe hij of zij daarmee een eigen identiteit construeert. Achter elk mens schuilt een heel eigen stem. Medelijden is ver weg in ‘Bridge Stories’. Mee voelen is er des te meer. Tussen elk van de zo eigen stemmen, én tussen die stemmen en de toeschouwers in de zaal, bouwt de voorstelling bruggetjes. Verbonden.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz