Toneel / Musical

Trouble Gus Van Sant / BoCa

Andy Warhol: de melige musical

Als een cineast als Gus Van Sant zijn allereerste musical maakt over leven en werk van een legendarische figuur als Andy Warhol ben je natuurlijk nieuwsgierig naar het resultaat. Helaas: ‘Trouble’ valt behoorlijk tegen. Negen jonge, vooral Portugese, acteurs draven op in een verhaal dat enkel de bekende mythes rond de figuur van de kunstenaar opwarmt. En waar bleef de Velvet Underground?

Trouble
Pieter T’Jonck De Singel, Antwerpen meer info
27 november 2021

Op het podium staan een paar grote panelen, waarin je werk van James Rosenquist? Jasper Johns of een close-up van de lippen van Marilyn Monroe kan herkennen. Pop-art dus. Het moet een vroege tentoonstelling van popart in de galerie van Leo Castelli voorstellen. De beroemde en gevreesde criticus Clement Greenberg vindt het maar niets, in tegenstelling tot Castelli. Ook ene Andrij Varhola -zoals Warhol toen nog heette- duikt hier op als een reclameagent en kunstverzamelaar.

In een volgende scène zien we de openlijk homoseksuele Truman Capote in bed met een vriendje terwijl Varhola hem stalkt. Uit die scène leer je dat de jonge Warhol bezeten is van het verlangen even beroemd en rijk te worden als Capote. Het is de aanzet van een geromantiseerde storyline, die suggereert dat Capote en Warhol ooit een relatie hadden. Die raakt echter nooit uitgewerkt, behalve in een melige slotscène als de twee elkaar in het hiernamaals ontmoeten.  

Een scène in een kerk vertelt dan weer iets over de afkomst van Warhol. Hij was de zoon van inwijkelingen uit Slowakije. Zijn vader werkte als mijnwerker in Pittsburgh. Het zegt ook iets over zijn wat bijgelovige karakter. Maar heel diep gaat het allemaal niet.

Van Sant haspelt vervolgens de bekende geschiedenis af. Hoe Warhol leerde van Jasper Johns. Dat hij best krenterig kon zijn. Hoe Gerard Malanga zijn studiobaas werd, Irving Blum zijn werk voor het eerst tentoonstelde en Edie Sedgwick zijn eerste ‘superster’ werd. Ook Valerie Solanas, de vrouw die hem neerschoot in 1968, komt uiteraard voorbij.

Over Warhol kom je niets te weten, zeker niets dat niet al lang bekend is.

De negenkoppige cast jonge acteurs doet zijn best om al die figuren gestalte te geven. Dat lukt soms vrij aardig. De acteur die Warhol speelt is zelfs tamelijk overtuigend. Toch blijft het spel vlak. Dat ligt vooral aan het weinig overtuigende script en de dito regie. Van Sant rijgt wel anekdotes aan elkaar, maar slaagt er niet in de turbulente sfeer van het New York van die tijd op te roepen.

Zo is er een scène waarin Warhol Solanas ontmoet als ze werkt als buitenwipper bij één of andere party. De mensen die daar staan lijken eerder aan te schuiven voor een treinticket dan dat ze met alle geweld willen partycrashen, zoals toen gangbaar onder New-Yorkse socialites.

De scenografie helpt daarbij ook al niet: die is soms ronduit knullig. De schilderijen die Jasper Johns maakte van de Amerikaanse vlag domineren in enkele scènes bijvoorbeeld het podium, maar zijn zo schematisch dat het onbegrijpelijk wordt wat er zo bijzonder aan was.

En dan zijn er nog de songs die van de voorstelling een musical moesten maken. Ze zijn volkomen ongeïnspireerd, en voegen geen dramatische kleur toe aan de actie. Dansacts ontbreken ook al. Verbazend is bovendien dat er -op enkele seconden na- muzikaal nooit verwezen wordt naar de Velvet Underground, de band van Lou Reed en John Cale met Nico als ‘superster’.

Over Warhol kom je in deze productie van de BoCa Biennial uit Lissabon zo nagenoeg niets te weten, zeker niets dat al niet lang bekend is. Maar als toneelstuk, laat staan als musical stelt dit ook niets voor. Het gevolg van één en ander is dat ik me al snel verveelde. Dat is wel het ergste wat je Andy Warhol kon aandoen: een vervelende voorstelling maken. 

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren