Toneel / Performance

Lullaby for scavengers Kim Noble / Campo

Als dieren de enige vriend van de mens zijn

Kim Noble nodigt ons in ‘Lullaby for Scavengers’ -slaapliedje voor aaseters- uit op een absurde, maar ook kwetsbare zoektocht naar manieren om samen te leven. Zelf brengt hij daarvoor zijn vrienden de vos en de eekhoorn mee. Zijn vraag lijkt echter vooral hoe hij met zichzelf kan samenleven of hoe te kan overleven in een wereld waar niemand op hem wacht. Wat betekent het als dieren de enige vriend van een mens zijn? 

Lullaby for scavengers
Siebren Nachtergaele Campo Nieuwpoort, Gent meer info
24 januari 2022

De Britse performance- en videokunstenaar Kim Noble werd al vaak gelauwerd om zijn provocatieve en humoristische benadering van existentiële thema’s. ‘Lullaby for Scavengers’ is zo het sluitstuk van een trilogie over eenzaamheid en vriendschap, na ‘Kim Noble Will Die’ en ‘You’re not Alone’. ‘Lullaby’ is het eerste werk dat ik van hem zie.

Als ik de zaal binnenkom speelt ‘The Only One I know’ van The Charlatans in de bewerking van Deewee (David en Stephen Dewaele). Op het projectiescherm achter het podium verschijnt in witte letters op paarse ondergrond: ‘But one day, she went away. I Love her so’. Vooraan op het podium ligt een dode vos op de grond. Pijn en eenzaamheid staan zo meteen op de agenda.

Veel attributen zijn er verder niet. Een tafel met pc, met ervoor een camera, staat midden op het podium. Links ervan liggen enkele groene plastic zakken verspreid op de grond naast een kleinere tafel. Rechts staat een magnetron.

Noble komt op met een lange ijzeren buis over zijn hoofd. Die heeft iets weg van omgekeerde vuilbak, was het niet dat ze onderaan zo uitgesneden is dat ze precies over zijn schouders past. Als Noble’s gezicht verschijnt op het scherm achteraan begrijp je dat er een camera in de buis verstopt zit. ‘I’m just a cleaner, I’m doing this performance’,  zegt Noble. ‘Anyway, it would be nice to be close to you’, vervolgt hij terwijl hij dichter bij het publiek komt. Meteen ontdoet hij zich van de koker.

Noble neemt nu plaats achter de centrale tafel. Hij laat Squirrel, een opgezette eekhoorn, als een handpop de besturing van de podiumtechniek bedienen. Ondertussen vertelt hij dat de eekhoorn bij hem op zolder woonde, maar overleed. Hij haalde er een ongedierteverdelger bij, maar beschouwt het dode beest nu als zijn enige vriend.

Dat is niet zijn enige eigenaardigheid. Hij zou ook een ouderrol willen opnemen, maar voorlopig bleef het bij de adoptie van een made. ‘This is my maggot, she is my daughter’, zegt hij, terwijl hij de made toont aan het publiek. ‘Over there is the emergency door’, vervolgt hij. ‘That’s the most important’. Het verlangen om te vluchten is een rode draad in het stuk. Het weerklinkt in de zin ‘There must be some kind of way out of here’ in Jimi Hendrix’ ‘All Along the Watchtower’.

Terwijl hij een toeschouwer de made aanreikt vraagt hij: ‘Would you like to hold my daughter?’. Hij draait de camera voor de tafel naar het publiek toe, zodat die kijker in beeld komt. Het publiek lacht ietwat ongemakkelijk. Noble zelf negeert de absurditeit van de situatie. ‘Maybe I can learn her contemporary dance?’ vraagt hij zich af. Hij voegt de daad bij het woord met filmbeelden op een scherm op de tafel links van hem. Later toont hij zo ook een video over een autoritje met zijn ‘dochter’. Hij hing ze met plakband tegen de voorruit zodat ze kon kennis maken met het verkeer. Hij confronteert haar -en dus ook het publiek- ook nog met bric-à-brac seksfilmpjes met zijn ex-lief. Die absurde opvoedingskeuzes verraden zijn ambivalente verhouding tot het ouderschap: zou je dat een kind aandoen als je het graag ziet?

Ze delen het gevoel dat de samenleving hen overbodig acht en worstelen daarmee. 

Toch prijst hij zijn ‘dochter’. ‘The maggot is the cleaner of life’, stelt hij. Ze ruimt resten van dode dieren op. ‘Nowadays, cleaners become more important than artists’, vervolgt hij. Plots slaat hij zo een maatschappijkritische toon aan: hij wijst op de precaire situatie van freelance kunstenaars. Zelf moet hij bijvoorbeeld bijklussen als schoonmaker om rond te komen. Hij poetst het huis van P. Samuels, een gepensioneerde bankier. Op de centrale tafel zien we een miniatuurversie van de man. Hij duikt ook op in een filmpje. Mister P. Samuels, bekent Noble, heeft maar weinig respect voor hem. Toch is hij de enige mens die de bankier in een hele week ziet…. Ze delen zo het gevoel dat de samenleving hen overbodig acht. Ze zijn allebei eenzaam, en worstelen daarmee.

Noble toont in een volgende video nog een oude man. Het is zijn terminaal zieke vader. Op bezoek in het ziekenhuis vraagt Noble hem om respect. Hij spreekt over zijn ‘echte vrienden’ en vraagt of ook zijn vader van hem houdt. Die zegt “yes” op een droge, weinig overtuigde toon. Dat maakt het extra treurig. Vlak voor hij de geest geeft vraagt de vader om een slaaplied, maar dat weigert Noble. In ruil stopt hij de camera bijna in de mond van zijn zopas overleden vader. Je voelt je erg ongemakkelijk bij dat brutale beeld: Noble schuurt hier, niet voor het laatst, tegen de grenzen van wat sociaal en ethisch aanvaardbaar is.

Zo ook als hij erkenning en respect zoekt bij vossen. Als hij een dode vos aantreft, gaat hij op zoek naar de rest van de roedel. ‘To a different world. The world where the fox is’ verkondigt hij. We zien hem in een video vertoeven tussen afval in het struikgewas, vlakbij een vossenhol. Hij smeert zich zelfs in met vossengeur. Als kleine vosjes op hem afkomen voelt hij zich eindelijk erkend en aanvaard.

Op het eerste zicht verbeeldt ‘Lullaby for scavengers’ zo vooral het leven van een excentrieke kunstenaar. Noble bekent immers dat hij niet alleen worstelt met het verlangen om erkend en aanvaard te worden, maar ook lijdt aan een manisch-depressieve aandoening. Als hij zijn liefde wil delen, stoot hij voortdurend op grenzen. Als hij zijn ‘dochter’, de made, wil inschrijven in een kinderdagverblijf krijgt hij te horen dat een kind minstens twee jaar oud moet zijn. Hij reageert kwaad dat zijn dochter dan al dood zal zijn. Het werkt op de lachspieren, maar roept tegelijk de vraag op wat normaal is. Kan je ook van dieren, of zelfs van een made houden als je eigen kind?

Het gaat erom, volgens Noble, dat je, zoals die vossen, uit je hol kan komen. ‘Being an artist is a kind of escape’ bekent hij, een vluchten uit een onhoudbare situatie. Hij bespeelt meesterlijk de spanning tussen escapisme uit een (maatschappelijk) kwetsbare positie en de zoektocht om (alleen) met jezelf te kunnen zijn. Ondanks de kwetsbaarheid die het gevolg is van een brein dat op een atypische manier functioneert[SN1] .

‘Lullaby for Scavengers’ confronteert ons zo op een eigenzinnige absurd-humoristische manier met de kwetsbaarheid van de condition humaine, met eenzaamheid en de dood. Doordat hij voortdurend het onderscheid negeert dat de westerse samenleving maakt tussen mens en dier legt hij ook de vinger op het arbitraire onderscheid tussen normaal en abnormaal. Uiteindelijk leeft bij iedereen het existentiële verlangen om gezien en aanvaard te worden.

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Abonneren Login