Confessie De Speelman / Raven Ruëll en Bruno Vanden Broecke
Portret van een succesvol kunstenaar
Een fictieve kunstenaar zo geloofwaardig neerzetten dat het publiek na afloop vraagt waar zijn werk te zien is: in ‘Confessie’ slagen Bruno Vanden Broecke en Raven Ruëll daarin. Ze vertellen het leven van schilder Lasse Vonck uit Zwartberg, van zijn moeizame band met zijn ouders tot zijn succes op de kunstmarkt. Het resultaat is een mild, geestig portret en een glansrol voor Vanden Broecke als verteller.
Op het toneel staan slechts enkele objecten. Het belangrijkste daarvan is een scherm. Er is geen ingenieuze scenografie die afleidt, alleen een acteur, Bruno Vanden Broecke, die in de huid kruipt van kunstenaar Lasse Vonck. In deze voorstelling is de acteur-verteller koning. Op het scherm toont hij de kunstwerken die een rol spelen in Lasses leven.
Het opzet is riskant: Ruëll en Vanden Broecke moeten gestalte geven aan een kunstenaar die niet bestaat. Ze slagen daarin dankzij de verschillende lagen die ze kundig door elkaar weven. De voorstelling is één lange oefening in geloofwaardigheid. Dat heeft niet alleen met de inhoud te maken, maar ook met het spel van Vanden Broecke. Ruëll, zijn oude kompaan, heeft ingezet op naturel, een register waarin Vanden Broecke uitblinkt. De toon van de monoloog is licht en de ernst wordt geregeld doorbroken door humor.
Genuanceerd zwart-wit
Het verhaal is opgebouwd uit elementen die uit het leven gegrepen lijken, zodat het herkenbaar blijft. Die subtiele keuzes moeten ons ervan overtuigen dat we met een echte kunstenaar te maken hebben. Lasse Vonck wordt geboren in Zwartberg en toont als kind al een grote begaafdheid als tekenaar. Onder invloed van de mijnstreek zweert hij bij zwart-wit. Je denkt onwillekeurig aan Rinus Van de Velde, de virtuoos van de houtskooltekening.
Met zijn vader, een lasser, heeft Lasse een warme band. Bij hem vindt hij steun. Wanneer hij na diens dood de urne in zijn bezit krijgt, maakt hij met de as een schilderij: een vreemde en verrassende hommage. Zijn moeder daarentegen is koel en afstandelijk. "Ze heeft het ijs uitgevonden", zegt haar zoon. Op het einde zorgen de makers voor een ultieme verrassing: Lasse ontdekt dat ook zijn moeder tekentalent heeft. Moeder en zoon vinden elkaar en maken samen een tekening. Kunst brengt verzoening en begrip. Toch blijft het voor Lasse een complexe vaststelling, want hij moet erkennen dat hij zijn talent van zijn stugge moeder heeft. De pijnlijke momenten in de familie staan overigens los van zijn creatieve drang.
Een scène raakt aan een probleem dat in kunstscholen maar al te vaak opduikt: streng is niet altijd rechtvaardig, streng kan ook vernietigend zijn.
De familiegeschiedenis is slechts één draad in het verhaal. Kunst en kunstenaars vormen een ander belangrijk ingrediënt. Lasse houdt van kunst en kan enthousiast uitweiden over lichtinval, die voor hem van kapitaal belang is. Hij bewondert ook andere kunstenaars en legt uit waarom hij zo van Van Gogh houdt.
Een kunstenaar moet zijn weg vinden in de kunstwereld, en Lasses eerste belangrijke contact loopt faliekant af. Op zijn eindexamen aan de Antwerpse Academie zetelt kunstpaus Jan Hoet in de jury. Die vindt dat Lasses tekeningen ‘geen verhaal’ hebben en dus waardeloos zijn. Het is een korte, hevige scène, de enige waarin een uitgesproken kritische noot klinkt. Hoets strenge oordeel komt hard aan en legt de jonge kunstenaar een tijdlang het zwijgen op. De scène raakt aan een probleem dat in kunstscholen maar al te vaak opduikt: streng is niet altijd rechtvaardig, streng kan ook vernietigend zijn. Lasse zal later bewijzen hoezeer Hoet zich vergiste.
Wanneer Lasse opnieuw begint te tekenen, ontmoet hij Gianni, een jazzbassist. Samen genieten ze van het artistieke leven in Antwerpen en dwepen ze met ‘Suds & Soda’ van dEUS. Ze vinden gelijkgestemden bij de Scheld’apen, een kunstenaars- en krakerscollectief, en Lasse leert Duvel drinken. Het hoort allemaal bij het wilde nachtleven. Zulke details versterken het realisme van de vertelling.
Blijft Lasse integer, of levert hij verkoopbare waar?
Een heel andere laag wordt aangesneden wanneer galerist Bob De Pretere Lasse ontdekt. Hij weet het werk te verkopen: het geld stroomt binnen en Lasse wordt bekend in Parijs en New York. Tussen beiden ontstaat een duivelspact. De Pretere is een coach die weet wat de markt vraagt, en Lasse wordt zijn gewillige instrument. De markt vraagt bijvoorbeeld kleur. Lasse laat zich ompraten, legt de houtskool weg en schildert een reeks gekleurde waterglazen: een Vlaamse variant op Andy Warhol.
Blijft Lasse integer, of levert hij verkoopbare waar? Het antwoord moet de toeschouwer zelf formuleren, want zulke vragen houden Lasse niet bezig. We volgen een brave, tevreden kunstenaar die zich weinig vragen stelt over de maatschappij of de kunstwereld. Dat maakt van ‘Confessie’ een mild portret, wat kan verrassen. Wie vandaag een voorstelling over beeldende kunst ziet, verwacht al snel een verhaal over de verstikkende rol van het kapitaal. Hier niet. Lasse vindt het heel fijn dat er liefhebbers zijn die grote sommen voor zijn werk willen betalen. Dankzij dat geld heeft hij onbekommerd alle tijd om te schilderen en te tekenen.
AI kunst
En waar zijn de schilderijen? Hier stuiten we op het merkwaardigste aspect van de voorstelling. Vooral Vanden Broecke heeft zich met Lasses fictieve oeuvre beziggehouden, en hij deed daarvoor een beroep op AI. Het resultaat is intrigerend: de tekeningen en schilderijen zijn zeer overtuigend. Als toeschouwer vraag je je af waar ze te zien zijn. Nergens dus: ze bestaan alleen in de virtuele wereld van de voorstelling.
Daarmee belanden we in het actuele debat over kunst en AI. De fundamentele vraag dringt zich op of Vanden Broecke deze beelden als ‘echte’ kunstwerken beschouwt, en of hij zichzelf als kunstenaar ziet, met AI als penseel. Ik heb de indruk van niet. De beelden maken deel uit van de scenografie. De voorstelling scheert langs de grenzen van nieuwe procedés en mogelijkheden. Tot nader order zijn de werken dus geen ‘echte’ of ‘volwaardige’ kunst, maar materiaal binnen een toneelvoorstelling. Toch zijn ze zo overtuigend dat toeschouwers na afloop op Vanden Broecke afstormen met de vraag in welke galerie of welk museum al dat moois te zien is.
Daarin schuilt de kracht van de voorstelling: talent, kunst, integriteit en commercie zijn met elkaar verstrengeld.
Daarin schuilt de kracht van de voorstelling: talent, kunst, integriteit en commercie zijn met elkaar verstrengeld. Dat dit samenspel geen tragisch of opstandig gevoel oproept, is een bewuste keuze van de makers. Ze houden een mogelijk tragisch universum op afstand.
‘Confessie’ toont Bruno Vanden Broecke als de virtuoze verteller die hij is. Zijn kracht ligt erin dat hij die virtuositeit als vanzelfsprekend behandelt. Ze verstopt zich zelfs, om plaats te maken voor doorleefde menselijkheid. Speels en met een ontwapenende juistheid schakelt hij tussen gevoelens. Het is een les in toneelspelen.
Eén element buiten de voorstelling zorgt soms voor verwarring. Volgens de flyer vertrokken de makers van Kafka’s ‘De gedaanteverwisseling’. Dat heeft sommige commentatoren ertoe aangezet in de voorstelling naar sporen van de Praagse meester te zoeken. Die wervende tekst blijkt echter terug te gaan op de eerste ideeën tijdens het maakproces. De pitch doet het goed in de publiciteit, maar al makende zijn Ruëll en Vanden Broecke een heel andere weg ingeslagen. In de voorstelling komt een schilderij voor dat langzaam verdwijnt, en zo is ook Kafka volledig uit de tekst verdwenen. De flyer leidt echter een eigen leven en heeft sommigen op het verkeerde been gezet.
‘Confessie’ tekent een boeiend portret van een succesvolle kunstenaar.
En de ‘Confessie’ uit de titel? Wie daarop wacht, moet geduld hebben: het woord valt pas in de laatste minuten. Na een lange periode van stilte heeft Lasse opnieuw een werk klaar dat hij fier aan zijn galerist wil tonen. De titel? ‘Confessie’. Hoe nieuwsgierig we als publiek ook zijn, we krijgen het werk niet te zien, want er volgt meteen een treiterige donkerte.
‘Confessie’ tekent een boeiend portret van een succesvolle kunstenaar. Via de vele beschouwingen over kunst en kunstenaars stap je de wereld van de scheppende mens binnen. Het leven zelf wringt wel eens, maar voor Lasse is zijn artistieke werk, gedreven en obsessief, een bron van geluk. ‘Confessie’ is een geslaagde samenwerking tussen een begaafd acteur, Bruno Vanden Broecke, en een interessante regisseur, Raven Ruëll, die hier een sterke comeback maakt. Het gaat over kunst, maar het is vooral boeiend theater.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz