Theater

Prendre soin Alexander Zeldin

Hoe realistisch moet je zijn?

 ‘Prendre soin’ van de Britse scenarist-regisseur Alexander Zeldin treedt in de voetsporen van een cineast als Ken Loach door de kantine van een vleesverwerkend bedrijf uiterst realistisch na te bouwen. Je ontmoet er arbeiders die ondanks het gore werk en de afmattende routine weinig verdienen en veel te verduren hebben. De realiteitszin is confronterend maar toch komen de ontboezemingen van de nachtploeg niet helemaal binnen. Zeldin dompelt je net niet hard genoeg onder in dat uitputtende fabrieksleven.         

Prendre soin
Lotte Ogiers DeSingel, Antwerpen
08 december 2025

Onder de witte, knipperende TL-verlichting volg je het nachtwerk van vier poetsers en hun teambaas. Anderhalf uur lang blijft ook het zaallicht aan, wat net zo vervelend en onnatuurlijk aanvoelt als hoe verstoord het dag- en nachtritme van ploegwerk moet zijn. Lichtontwerper Mark Williams speelt met die uitputtingsslag terwijl hij tergend langzaam het zaallicht zachter maakt tot er toch enkele momenten in het donker zijn. Samen met de arbeiders snak je naar die rustperiode tussen het werken door.

Bij het tegenpruttelende koffieapparaat vertrouwen de arbeiders (on-)gewild hun geheimen toe aan de nacht. Susanne (Charline Paul) wikkelt gestolen koeken in toiletpapier en bewaart ze in haar handtas voor later. De eenzame Philippe (Patrick d’Assumçao) leest detectiveromans over verloren paarden maar zou liever zijn eigen dochtertje nog eens zien. Ze werken onder toeziend oog van ploegbaas Nassim (Nabil Berrehil) die stiekem porno kijkt na zijn betoog over spiritualiteit en mannelijkheid. Dit zijn mensen die dromen onder druk.

Je hoort over de ongezonde werkomstandigheden maar ervaart die op dat moment niet.

Toen ik enkele jaren geleden de film ‘Sorry We Missed You’ (2019) van Ken Loach zag over een overwerkte pakjesbezorger was ik zo aangedaan dat ik prompt stopte met online pakjes bestellen. Dit dwingende moraliteitsbesef bereikt Zeldin voor mij nooit helemaal in ‘Prendre Soin.’ Natuurlijk zijn er scènes die binnenkomen. Zoals wanneer Patrick en Esther (Juliette Speck) in de nacht een kaarsje uitblazen voor de verjaardag van zijn dochtertje. Wanneer het gevoelsleven van de stoere Louisa (Lamya Regragui-Muzio) met mondjesmaat aan het licht komt via korte telefoongesprekken. Of Susanne die haar bed spreidt in de kantine omdat ze nergens anders heen kan.

Ondanks de uiterst realistische setting van ‘Prendre Soin’ voel ik niet de lichamelijke stress die ik zelf ervoer bij Loach’s pakjesbezorger in zijn claustrofobische camionette. In ‘Prendre Soin’ genieten de arbeiders in heel veel scènes van een welverdiende pauze. Je hoort over de ongezonde werkomstandigheden maar ervaart die op dat moment niet. Misschien wil Zeldin je ook niet overweldigen met al te expliciete miserie, maar ik heb die ontmenselijking paradoxaal genoeg wel nodig om deze underdogs ook echt te doorvoelen.

Vleesmachines schoonmaken

Pas tegen het einde van ‘Prendre Soin’ heeft Zeldin me dan toch beet. Er rollen vleesmachines binnen die de poetsers nog extra moeten schoonmaken voor een schamele 45 euro. Bloed en rot vlees kletsen in plassen op de vloer terwijl een uitgeputte Esther met haar zieke lichaam over de stalen constructie hangt. Als ik dit kapotte lichaam zie, dat zich staande probeert te houden tussen de machines die eruit zien alsof ze élk vlees zouden versnijden, moet ik denken aan hoe mijn papa vroeger thuiskwam na extreem lange werkdagen. Dat had hij volgens zijn baas geheel aan zichzelf te danken. Hij moest (1) sneller leren werken en (2) niet te behulpzaam zijn voor klanten. Zijn enige daad van rebellie bestond erin om steevast een driehoekje, in de vorm van zijn adamsappel, weg te knippen uit de kraag van elk nieuw werkshirt. Hij kon anders niet goed ademen. Ook hier is er van verzet geen sprake. Het is doordoen tot je er bij neervalt.

Eigenlijk is Zeldin (of DE SINGEL?) te lief voor het publiek dat, laat ons welwezen, voor de overgrote meerderheid bestaat uit mannen en vrouwen in heel nette, dure kleren. Bij binnenkomst krijg je Trigger warnings over harde geluiden. Er staan bakken met oordopjes die gretig genomen worden. En inderdaad, er klinken harde dreunen in ‘Prendre Soin’. Ze scheiden de opeenvolgende nachten van elkaar. Maar je hebt de luxe om je af te wenden van deze realiteit. Je kan dat geluid dempen in je rode zetel die best comfortabel aanvoelt. Ik voel een raar soort ‘sociaal exotisme’. ‘Prendre Soin’ lijkt soms last te hebben van zijn context. Zou deze voorstelling anders aanvoelen in een zaal als De Roma?

De woorden en vragen die de arbeiders elkaar toeroepen verdwijnen in de lawaaierige nacht.

Net die omgevingsgeluiden laten de constante werkdruk nog het sterkst inwerken. Daarom is het jammer dat Zeldin kiest voor gecomponeerde dreunen die te clean klinken om een galmende fabriek op te roepen. Die indringende fabrieksgeluiden zijn er gelukkig wel even wanneer Nassim zijn interim-ploegje toont hoe ze een grote poetsmachine moeten bedienen. De woorden en vragen die de arbeiders elkaar op dat moment toeroepen verdwijnen in de lawaaierige nacht. Die vermoeiende onverstaanbaarheid is cruciaal in een sociaal realistische voorstelling die geen oordoppen verdraagt. In een wereld van zachte stoelen, mag het best wel eens harder klinken. Ik moet denken aan de drilboren op bouwwerven, aan straatvegers die de bladeren uit de parken blazen. Zouden zij zo’n Trigger warnings krijgen wanneer ze hun schimmige contracten ondertekenen?         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz