Theater

Umunyana Cedric Mizero

Een gebed voor de koeien op de duizend heuvels

Umunyana is een mythologisch wezen op het Rwandese platteland, een kleine koe die geluk brengt. De voorstelling ‘Umunyana’ van Cedric Mizero brengt hulde aan deze geest, aan het landelijke Rwanda waar de koeien hoog aanzien genieten als tekenen van rijkdom en zegening. Drie performers zingen haast onafgebroken, in het Kinyarwanda, tegen een achtergrond van beelden van de duizend heuvels. Bijna geraak je in trance. Je beseft dat hier een diep trauma aangeraakt wordt, zelfs zonder rechtstreekse verwijzingen. Een ongemakkelijke en tegelijk weldoende ervaring, die lang natrilt.        

Umunyana
Klaas Tindemans La raffinerie, Sint-jans-Molenbeek, in het kader van het Kunstenfestivaldesarts
20 mei 2026

Er blijkt in Rwanda een project te bestaan dat ‘Cow for Peace’ heet. Het vormt het sluitstuk van een intensief en langdurig proces van verzoening tussen overlevers en daders van de genocide in 1994. Bij een succesvolle afronding van een traject waarbij het hele dorp betrokken is, krijgen de ‘geslaagden’ een koe, en dat heeft zowel een concrete economische als een symbolische betekenis.

Geluksbrenger

Of Cedric Mizero, bedenker en maker van de voorstelling “Umunyana”, bekend is met ‘Cow for Peace’ weet ik niet, maar dat de koe in de Rwandese volkscultuur een belangrijke rol speelt, dat maakt hij hier overduidelijk. ‘Umunyana’ betekent letterlijk ‘een zachtaardige persoon’, ook wel ‘een kalfje’, maar het is vooral een mythisch wezen, een kleine koe die, als je ze onverwachts tegenkomt, geluk of ongeluk kan brengen, afhankelijk van wie de ander het eerst opmerkt. Voor Mizero is het een geluksbrenger, en zijn voorstelling/installatie is een subtiel eerbetoon aan dit eenvoudige icoon van de Rwandese identiteit, met alle dubbelzinnigheid vandien. De recente geschiedenis heeft dat laatste meer dan genoeg laten zien. Dubbelzinnigheid is daarbij zelfs een understatement.

“Umunyana” begint op een benedenetage van La Raffinerie waar het plafond laag is en dragende kolommen de zichtlijnen beperken. In het midden van de vloer zit een man in een soort gebedshouding. Rondom hem staan koehoorns van uiteenlopende grootte. Hij zingt, hij beweegt, hij staat op, hij loopt stampvoetend rond. Hij blaast op de koehoorns waarna de klanken bewerkt worden tot echo’s, dichtbij en ver weg. Ook zijn stem krijgt andere timbres, maar blijft altijd menselijk klinken. Het publiek komt binnen en gaat weer buiten: dit is slechts de proloog.

In de theaterzaal op de hoogste etage wacht ons een monumentaler beeld. De biddende man komt binnen, het publiek volgt. Het gezang, uitvergroot tot een koraal, is nooit opgehouden. Twee schermen beheersen de scène, één op de volledige achterwand, een ander, iets kleiner, aan de zijkant. We zien filmbeelden van de duizend heuvels, met een kleurrijke massa die – vermoedelijk – de koeien vereert.

De eenheid van mens en dier, levend of geslacht.

De menigte gaat weg, en een man in zwart pak blijft achter, met twee grote koehoorns in zijn armen. Terwijl de film speelt bewegen drie performers (Dawidi, Sylvia Munyana, Ismael Nemeyemungu) zich, met eenvoudige, ritueel aandoende, gebaren over de vloer. Ze zingen onophoudelijk terwijl ze de zaal inwandelen. Het komt zo allemaal nabij, het heeft iets van bedwelming. Die spanning tussen filmisch beeld, sterk symbolisch, en rituele bewegingen zal aanhouden. Een precieze betekenis wordt niet duidelijk, maar dat hoeft ook niet.

Een off-voice haalt herinneringen uit Mizero’s kindertijd op. de stem vertelt over de geboorte van kalfjes, die even belangrijk was als de geboorte van een mensenkind. Maar ook over het slachten van koeien, waar de spreker eerst van wegkeek, tot het hem, tot op zekere hoogte toch, onverschillig liet. In de filmfragmenten zien we mannen die elkaar bezweren, alsof ze ziek of bezeten zijn. Ze herhalen twee vragen – “hoe heet je?” zegt de ene, “hoe voel je je?” zegt de ander – maar nooit komt er een antwoord. Tot je ziet hoe ze het versneden vlees, hangend aan een lange stok, over de heuvels dragen, tot bij een meer, waar een vrouw versieringen aanbrengt op het rauwe karkas. Ondertussen wast ze vele kleren, soms getooid met dezelfde decoratie: de eenheid van mens en dier, levend of geslacht.

Jonge mannen lopen de heuvels op, grote stofwolken ontstaan, de man in zwart pak staat weer stil, alsof hij de dood zelf is. In de film is nergens een koe te zien op een kort fragment na met een kleine, koppige koe, maar toch is het dier altijd aanwezig, vooral in die indrukwekkende koehoorns. Op de scène bouwen de performers kleine sculpturen met die hoorns. Er wordt water gemorst, ze dansen rond de bouwsels, ze vallen soms, en ook de hoorns vallen al eens om. Het ritme stijgt, het effect is steeds bezwerender. Als toeschouwer geef je het op een rode draad te zoeken in het verhaal. Je deint mee op de klanken die deze lichamen (en de koehoorns) voortbrengen. De film wordt afgetiteld, maar de gezangen gaan door, ook tijdens en na het applaus. Alsof de trance niet afgebroken kan worden. Dat laat ook sporen na bij de toeschouwer.

Trauma en mode

Cedric Mizero is vooral bekend als ontwerper van kleding. Zijn langlopende project “Fashion for All” probeert het leven op het platteland te vatten, dat enkele decennia nodig had om overeind te krabbelen na de volkerenmoord. Hij maakt mode die de rurale tradities respecteert en tegelijk de waardigheid en het zelfrespect wil versterken bij alle sociale groepen. Dat is iets helemaal anders dan catwalks in palazzo ’s of in verlaten fabrieken.

Veranderlijke sociale verschillen werden vastgelegd als etnische verschillen, sociale strijd werd rassenoorlog.

De verschuiving in zijn werk naar performance- en installatiekunst is erg organisch: hoe mensen, getekend door een ontzaglijk trauma, zich uitdrukken, in kleding, gezang en beweging, hoe ze hun verbondenheid met de natuur vormgeven, dat is wat Mizero interesseert. De keuze voor de ‘heilige koe’ (die in Rwanda wél geslacht mag worden) is niet vrijblijvend. Koeien waren, ook in het pre-koloniale Rwanda een teken van rijkdom en bijbehorende status. Toen Duitse en Belgische kolonialen hun macht oplegden, verdeelden zij de bevolking. Wie tien koeien of meer bezat was Tutsi, wie minder bezat Hutu: de bestaande sociale verschillen, die veranderlijk konden zijn, en redelijk mobiel, werden vastgelegd en als etnische verschillen bestempeld, sociale strijd werd rassenoorlog.

We kennen de gevolgen van dit Europese racisme, tijdens en na het koloniale tijdperk. De ‘heilige’ status van de koe heeft misschien bijgedragen aan de verabsolutering van het verschil. Mizero wil, vermoed ik toch, dit mythische gegeven een andere wending geven, zoals ‘Cow for Peace’ dat ook doet. Maar het trauma overheerst, niet als een donkere dramatiek, maar als een soort mist die over de voorstelling hangt, als een ondertoon in mineur die tekenen van veerkracht verzwakt. Hoe indrukwekkend de klank van de grote koehoorn ook weerklinkt, het is ook een doodsklok.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz