Theater

Medka STOET

De beer is overal

In ‘Medka’ laat collectief STOET een vrouw herstellen van een berenaanval die haar lichaam en haar verhouding tot de natuur ingrijpend veranderde. In koortsdromen waarin herinnering en verbeelding zich vermengen met de werkelijkheid, blijft de beer haar op de hielen zitten. Met een sterk fysieke en beeldende theatertaal volgt de voorstelling hoe de vrouw langzaamaan opnieuw grip probeert te krijgen op haar trauma.        

Medka
Robbe Beheydt De Nieuwe Zaal, Hasselt, in het kader van Theater op de Markt
19 augustus 2026

Voor ‘Medka’ inspireert collectief STOET zich op het boek ‘Geloven in het wild’ van de Franse antropologe Nastassja Martin. In dit autobiografische verhaal beschrijft Martin hoe ze tijdens een onderzoeksreis in Kamtsjatka, een schiereiland ten oosten van Siberië, een bijna fatale ontmoeting had met een beer. Het dier beet haar in het gezicht, waardoor ze een stuk van haar kaak verloor en maandenlang moest herstellen in Russische en Franse ziekenhuizen. Het voorval verandert niet alleen haar verhouding tot haar eigen lichaam, maar ook die tot de natuur. De grens tussen haar en het wilde dier vervaagt. Haar lot is dat van een medka: een wezen dat volgens de Russische animistische cultuur half beer, half mens is.

De bewerking van STOET legt de nadruk vooral op de ziekenhuisperiode, het trauma en de vervreemding van het eigen lichaam. De gewonde vrouw (Linda Lugtenborg), gehuld in een strak vleeskleurig kostuum dat enkel haar gezicht blootlaat, ligt als de voorstelling begint uitgestrekt op de grond en meet de schade op. Twee dokters (Alice D’hondt en Emiliano Cedillo) in zwarte pakken en blauwe latex handschoenen rijden een operatietafel binnen. Ze leggen de vrouw erop, naaien blauwe en rode draden door haar benen en knippen daarna de laag ‘huid’ errond weg. Terwijl ze het knip- en plakwerk aan haar lichaam ondergaat, probeert de vrouw met de dokters te praten, maar die laten geen enkel contact toe. Zelfs wanneer ze het hoofd van een van hen tussen haar handen klemt, geeft die geen kik.

Je ziet vooral een vrouw die worstelt met zichzelf, zich ontregeld voelt.

De vrouw probeert dan maar met grapjes en cynische opmerkingen grip te krijgen op haar situatie. Ze stelt zich voor hoe de dokters straks met popcorn naar de beelden van haar operatie zullen kijken terwijl ze met elkaar tongen of somt allerlei supermarktproducten op alsof het opdringerige gepiep van een hartmonitor het geluid van een kassa is. Je ziet vooral een vrouw die worstelt met zichzelf, zich ontregeld voelt, ‘knip- en plakwerk’ aan haar lichaam moet ondergaan en met wrange grapjes probeert vast te houden aan wat ze kende.

Fysieke ontregeling

De voorstelling laat de toeschouwer vervolgens steeds meer meekijken vanuit die ontregelde blik. Op het eerste gezicht onschuldige voorvallen kunnen elk moment omslaan in een herinnering aan de aanval. Zo wordt het geluid van de dokters die koffiezetten versterkt door een microfoon. Plots gaat er zo een dreiging uit van het openen van een melkcupje en het roeren met een koffielepeltje. Ook visueel kan de werkelijkheid omslaan: tijdens de operatie beginnen de twee dokters te vechten als mens en beer, om vervolgens samen te smelten tot één dreigend wezen dat zich naar de vrouw richt. De toeschouwer wordt zo meegezogen in een wereld waarin elk geluid, elke beweging en elk beeld een trigger voor het trauma kan worden.

Zelfs buiten de directe herinneringen van de vrouw blijft de beer alomtegenwoordig in de wereld rondom haar. Hij duikt op in de beelden die haar omringen, als een figuur die diep verankerd zit in de menselijke verbeelding. Op haar televisie verschijnen allerlei filmscènes van (knuffel)beren in de populaire cultuur, van Winnie de Poeh en Baloe tot Ted en een fietsende circusbeer. De beelden maken zichtbaar hoe ver de culturele verbeelding van de beer verwijderd is van het dier zelf. Terwijl haar beer een onvoorspelbaar en gewelddadig wild dier is, kennen wij hem vooral als knuffel, tekenfilmfiguur of circusattractie: een wezen dat we naar onze eigen maat hebben gevormd.

De vrouw moet leren leven met het dier dat zich blijvend in haar heeft genesteld.

Die beelden dringen vervolgens ook de verbeelding van de vrouw binnen. In een reeks koortsdromerige scènes ziet ze twee knuffelberen die samen broodjes smeren, voert een performer in berenvel allerlei circusstunts uit op een fiets en komt een beer haar een cadeautje brengen met daarin een wassen beeld van haar eigen verminkte hoofd. De circusachtige beeldtaal maakt de beer tegelijk speels en dreigend: de verbeelding waarmee we het dier onschadelijk maken, keert zich hier tegen de mens. Hoe meer de beer in allerlei gedaanten terugkeert, hoe meer ook blijkt dat de vrouw haar trauma niet eenvoudig achter zich kan laten: ze zal moeten leren leven met het dier dat zich blijvend in haar heeft genesteld.

Trip op het trauma

De beer laat zich niet verdrijven, maar enkele momenten verraden dat de vrouw toch steeds meer vat krijgt op haar trauma. Zo maakt ze haar verminkte gezicht na door de charcuterie van haar ziekenhuismaaltijd als plakjes huid over haar voorhoofd te plakken en er een met bloedrode confituur besmeerde boterham overheen te leggen. Vervolgens roept ze de hulp in van een dokter, die alles netjes laag per laag verwijdert. Ze ensceneert zo haar eigen lichaam als een object van geweld, maar neemt dit keer zelf de regie waar.

Iets gelijkaardigs gebeurt wanneer een performer in berenvel bij haar op ziekenbezoek komt. Hij overhandigt haar een jachtgeweer waarmee zij hem mag neerschieten, zodat ze het gevecht alsnog kan winnen. Na het schot komt de beer naast haar zitten, vlijt de vrouw zich tegen hem aan en komt het tot een verzoening. Ze bekent zelfs dat ze hem gemist heeft sinds die ‘kus van haar leven’, zelfs al heeft die haar kaak gekost. De angst maakt hier plaats voor een soort onvermijdelijke verbinding: de beer is zowel haar vijand als een deel van haar.

De vraag wordt hoe ze verder kan met een lichaam en een identiteit die fundamenteel veranderd zijn.

Gaandeweg begint dat besef ook in de woorden van de vrouw door te schemeren. Ze rechtvaardigt haar keuze om alleen de berg op te gaan en een beer in de ogen te kijken als verzet tegen een bestaan waarin een nieuw postpakket haar grootste plezier zou zijn. De eenwording met de natuur waar ze misschien altijd al naar op zoek was, heeft zich nu, zij het met geweld, in haar voltrokken. Haar lichaam is bezet gebied geworden: terugkeren naar haar oude lichaam, her-stellen in de letterlijke betekenis van het woord, is onmogelijk. Ze berust in haar nieuwe bestaan als medka; het is niet langer de vraag hoe ze terug kan worden zoals ze was, maar hoe ze verder kan met een lichaam en een identiteit die fundamenteel veranderd zijn.

Die verschuiving krijgt in ‘Medka’ treffend vorm in de combinatie van fysiek en beeldend theater, circus en een zorgvuldig opgebouwde klankwereld. Soms wringt het voortdurende commentaar van de vrouw wat met de immersieve kracht van die beeldtaal, maar de zintuiglijke en fysieke kracht van de voorstelling is groot genoeg om de toeschouwer in haar ontregelde universum mee te trekken. Sterk is vooral ook hoe de verwijzingen naar populaire cultuur en circus een kritische blik werpen op onze omgang met wild. We maken van beren personages, symbolen, speelgoed en entertainment, precies om het dier op veilige afstand te kunnen houden. De voorstelling draait die verhouding om: hoe meer de mens probeert het wilde te beheersen, hoe moeilijker het wordt om de grenzen tussen mens en dier vast te houden. Hoe moeilijker ook de toeschouwer het krijgt om aan de beer te ontkomen. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz