Théâtre Royal des Galeries
De andere planeet (2)
Voor Brusselaars is de Galerie Saint Hubert, of nog de Galerie du Roi et de la Reine, een plek waar ze geregeld in en door wandelen. Na de oorlog werd de galerie nochtans nauwelijks betreden. Toeristen bestonden er toen nog niet in Brussel en Brusselaars bleken er niets te hebben verloren. Het was een van de weinige plekken in de stad waar je kerstbomen kon bewonderen. ‘Ja’ zei Ma, ‘het is een traditie die tijdens de Bezetting is ontstaan.’ Verder gaf ze geen commentaar.
Nu zijn de gaanderijen geen Ramblas en geen Zeedijk. We flaneren er niet in. We hebben een afspraak in de ‘Mokafe’. We hebben geleerd de ‘Taverne’ te mijden. Een Parijse vriend wil er nog steeds gaan eten, omdat je bij de kaaskroketten gegrilde peterselie krijgt! Dat hebben ze niet in Parijs, zegt hij.
De touristen fungeren als figuranten. Dat er zich een bioscoop bevindt, uiteraard de ‘Galeries’ genoemd weten we , omdat we er af en toe eens een film gaan bekijken. Het is in een voorzichtige Art Déco stijl opgetrokken, met Moorse accenten om het geheel toch iets aparts te geven. Voor mij heeft de zaal minder sediment dan de in de petite rue des Bouchers verdwenen ‘Le Stuart’, en vooral dan de ‘Arenberg’, nu ‘Cinema Nova’, maar voorheen de tempel van de Art et Essai-film.Voor mij zijn de galerieën voornamelijk toch de voortuin van mijn geliefde boekhandel ‘Tropismes’.
De Sint Hubertus gaanderij verbergt nog twee andere zalen. Twee theaterzalen die je niet meteen opmerkt, omdat ze door praline-zaken doodgeknuffeld worden. De ‘Vaudeville’ dateert uit 1886 en werd gebouwd op de plek waar zich de ‘Casino Saint Hubert’ bevond. Let wel, geen casino , wel een variété theater dat op kleurrijke wijze geëvoceerd werd in ‘Histoire anecdotique du Casino Saint Hubert’. De huidige zaal is en blijft een mysterie. In de jaren zestig nog intensief bespeeld, met het accent op frans boulevardtheater. Daarna? Twee seizoenen lang nam de BRT er een 13-delig programma op met Felice. In een periode dat de zender op verrassende wijze entertainment wist te koppelen aan …de herontdekking van het erfgoed!
Na een onduidelijke periode worden er momenteel aparte concerten - bij kaarslicht!- gegeven. Maar een tijd lang, in de jaren zestig, werd de zaal dus nog geregeld bespeeld. Ik herinner me dat de programmatie veel gelijkenis vertoonde met de Parijse boulevard-theaters. Ik was dus niet erg geneigd er heen te gaan, te meer dat er zovel boeiends te ontdekken viel in de ‘Rideau de Bruxelles’, het ‘Théâtre National’ en het ‘Théâtre de Poche’. In de meer ernstige theaterkringen werd over de directeur van de ‘Vaudeville’, Georges Mony een beetje meewarig gedaan. Tot men hem als fantastische acteur ontdekte in ‘De Drie Zusters’ van Tsjechow, bij de ‘Rideau de Bruxelles’. De start van de herontdekking (ja!) van de Russische auteur. Ook bij ons, in de Antwerpse KNS overigens, zoals in Parijs, in Nederland en de UK.
Wij op het I.A.D kenden Mony als bevlogen docent theatergeschiedenis. Hoe hij je in de theaterwereld van de Grieken dompelde en meesleurde, hoe hij het (nochtans toch eerder saaie?) Middeleeuwse theater tot leven bracht , maakte je ervan bewust dat (goed) doceren niet zo veel verschilt van (goed) acteren. Hij sprak alsof hij getuige was geweest van het Griekse toneel, of hij er in de middeleeuwen bij was geweest, de renaissance had meegemaakt...Gedrevenheid is het verbindingspunt. Kennis - nu eens van een theatertekst, dan van een brok geschiedenis - met passie verweven. In beide gevallen met een onstuitbare drang om mee te delen. Voor mij viel het doek jammer genoeg na één jaar.
Je hebt de indruk dat het altijd om hetzelfde stuk gaat.
De ‘Théâtre Royal des Galeries’ , hoe discreet ook, is voor mij een vaste blikvanger in de galerie. Telkens ik er voorbij kom, kijk ik naar de paar foto’s die aan de onopvallende ingang bevestigd zijn. Enkele decennia geleden waren ze nog in zwart-wit, nu zijn ze in kleuren. Hoewel er een vijftal stukken per seizoen worden opgevoerd, heb je indruk dat het altijd om hetzelfde stuk gaat. Ook de decors lijken weinig te veranderen. Nu ja: opgevoerd worden stukken die men in het Engels drawing room comedies noemt. Het equivalent hiervan in het Frans? Pièces de salon zullen we hen maar noemen. De titels van de stukken zeggen me niets. Ze zijn blijkbaar afkomstig van het nog altijd productieve Parijse boulevard-theater. Met echter wel als vast punt in het programma: de ‘Revue des Galeries’, dat telkens vanwege het grote succes, verlengd wordt van het oude tot ver in het nieuwe jaar.
Tot mijn verbazing ontdek ik een aangename, vrij grote, eenvoudige art-déco-achtige zaal aan, in mooi opgefriste staat. Prettig en op de avond dat ik er was, erg goed bezet. Ik moet toegeven dat ik het risico opzettelijk had beperkt. ‘Huit Femmes’, van Robert Thoma is stevig maakwerk - de film van Ozon bewees dit ook. Het stuk biedt een aantal vrouwelijke actrices van diverse leeftijd de kans om een bepaald vertolkingstalent voluit te demonstreren. Dames, dacht ik, daar gaan we dan! Jong of oud, grijp je kans
Helaas de bezetting brengt er om een of andere onverklaarbare reden niets van terecht. Radeloos bewegen de acht personages zich in een niet bestaande regie, en, inderdaad, bijzonder stofferige decors. Enig teken van leven: het publiek dat traditiegetrouw applaudisseert.
Als ik de nodige moed kan opbrengen, wil ik toch nog eens die eindejaarsrevue een kans geven. Het ooit geliefde genre overleeft hier blijkbaar nog. Ik neem het mezelf erg kwalijk dat ik, toen dat nog kon, nooit de verschillende Brusselse revuetheaters heb bezocht. De belangrijkste waren toen nog de ‘Gaité’ en de (Vlaamse) ‘Folies Bergère’. In de immense ‘Alhambra’ op het de Brouckèreplein was ik enkel voor een kindermatinee, zoals overigens ook in de - althans in mijn herinnering - de elegante ‘Luna’, nu omgebouwd tot de no nonsense zaal van het Kaaitheater.
Het is geen heimwee, maar treurnis over kansen die ik heb gemist. Rendez-vous manqués… zoals die met Judy Garland, Marlène Dietrich en Maria Callas. Getwijfeld of ik hen toch maar eens in live, een laatste kans zou geven… en dan toch maar niet.
Gelukkig heb ik dank zij mijn tante nog meegemaakt wat echte variété betekende, bij enkele bezoeken aan de ‘Ancienne Belgique’. (Had men de huidige zaal toch maar niet beter omgedoopt? Die schijnheilige posthume hulde is toch een beetje wrang. ‘Nouvelle Ancienne Belgique’?). Maar niet getreurd, want er is veel verrassends te ontdekken in de Franstalige Brusselse theaterwereld. Dat Brussel zo’n veelzijdige en overweldigende rijke theaterstad is, beseft de stad zelf niet. Ik bedoel zalen of zaaltjes die geregeld bespeeld worden, want er zijn heel wat zalen die slechts af en toe worden gebruikt. En er verdwijnen er weinig, en elk seizoen komen er een paar nieuwe bij.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz