Performance

Cadence Zhana Ivanova

Mannen (z)onder controle

Afgelopen weekend toonde Zhana Ivanova de performance ‘Cadence’ in het Stedelijk Museum Amsterdam in het kader van de tentoonstelling ‘Beyond the manosphere. Masculinities today’. De expo peilt naar andere vormen van mannelijkheid dan ‘toxische’ maar verheldert weinig. De performance daarentegen toont een intrigerende staalkaart van ‘gewone mannen’. Die lijken allerminst toxisch. De gemene deler is hooguit dat ze soms slecht passen in de houdingen en handelingen die hen opgedrongen zijn. Echte mannen dus.        

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Cadence
Pieter T’Jonck Stedelijk Museum Amsterdam
16 juni 2026

Op de vloer en de muren van de grote zaal waar de performance zich afspeelt, maar ook op een paar stoelen voor bezoekers zijn witte stickers met zwarte cijfers, van 1 tot 22 gekleefd. Die cijfers organiseren het protocol dat de performers volgen. Ze krijgen immers aanhoudend instructies via een oortje. Instructies als ‘Ga naar nummer 15, hurk neer en raak het cijfer aan’.

Zonder leidraad

Wat die handeling betekent binnen het geheel zeggen de instructies er niet bij. Hoe ze die moeten uitvoeren – haastig of traag, gespannen of rustig, secuur of nonchalant moeten ze zelf bepalen. De instructies laten ook niets los over hun betekenis in het geheel. Die moeten de performers zelf verzinnen. Hun enige leidraad is wat de anderen ondertussen doen. Daardoor bevinden ze zich structureel in dezelfde positie als de bezoekers. Niemand weet meer dan een ander.

Dat die instructies zo summier zijn weet ik niet doordat iemand het me zei. Het is iets wat je gewoon kan zien. De tweeëneenhalf uur durende performance herneemt dezelfde reeks instructies immers een zestal keer. Al bij de tweede ronde merk je dat dezelfde handelingen in ongeveer dezelfde volgorde weerkeren, maar dat niet altijd dezelfde performer ze uitvoert. De verschillen in die uitvoering zijn soms opmerkelijk groot. Enige uitzondering zijn signature handelingen die slechts bij één man horen. Een van hen bevochtigt bijvoorbeeld als enige geregeld zijn lippen met balsem. Wat het nog wat geheimzinniger maakt is het zachte gekraak en geruis als van een oude radio, af en toe onderbroken door een luid waarschuwingssignaal.

De zes mannen die ‘Cadence’ uitvoeren spelen geen toneelstuk. Ze voeren niets anders op dan zichzelf.

De zes mannen die ‘Cadence’ uitvoeren spelen dus geen toneelstuk. Ze voeren niets anders op dan zichzelf terwijl ze opdrachten uitvoeren. Ze proberen ook niet om direct contact te leggen met de toeschouwers. Ze glimlachen soms wel naar de één of andere bezoeker, fixeren die een enkele keer of werpen iemand een wat zorgelijke of argwanende blik toe. Ze verschillen daarin echter hoogstens gradueel van gewone bezoekers die ook al eens naar elkaar staren of elkaar een glimlach schenken. Het enige onderscheid is dat deze mannen daarin een instructie volgen.

Ze zien er trouwens heel gewoon uit. Hun kledij is niet bijzonder hip of sjiek. Hun leeftijd loopt uiteen, pakweg tussen 25 en 45 of 50, de ene is wat jonger of forser dan de andere, met meer of minder haar, wit of van kleur, maar geen van hen zou je bijzonder opvallen, in positieve of negatieve zin, mocht je ze ergens tegen het lijf lopen. Ze vallen zelfs minder op dan veel mannelijke museumbezoekers die zich wel willen onderscheiden door hun looks. Ze hebben daardoor meer gemeen met de suppoosten dan met het museumpubliek. (Blijkbaar merken de suppoosten dat zelf, want ze maken allemaal wel heel vaak een rondje door de zaal).

Kleine verschillen

Het bijzondere, en daarmee ook de betekenis, van ‘Cadences’ zit daarmee uitsluitend in de selectie en de volgorde van de instructies én in de keuze van de performers. Om met dat laatste te beginnen: ze lijken me gekozen omdat ze samen een soort representatief staal van volwassen Nederlandse mannen vormen.

De handelingsinstructies daarentegen wijken af van wat je van zo’n standaard man verwacht, maar slechts een klein beetje. Net genoeg om duidelijk te maken dat deze zes de performers zijn, en anderen niet. Het (wellicht onverwachte) gevolg is dat bezoekers zich geregeld geroepen voelen om zich tussen de zes performers te mengen en te manifesteren. Meestal gelukkig maar voor even.

Een groot aantal gebaren lijken sterk op de clichés over mannelijkheid die films en series eindeloos herhalen. Zo stappen performers een paar keer, na enige aarzeling, met besliste tred op een ander toe om stevig handen te schudden, met een air van “we gaan het hier doen”. Of ze geven elkaar met vingers signalen alsof iets hen belet om te spreken, als in een thriller. Argwanende blikken heen en weer en naar de omstaanders maken ook deel uit van dat repertoire. Zonder plot krijgen zo’n handelingen echter het licht potsierlijke karakter van een opvoering door slechte acteurs. Het toont hoe acties als ‘stevig de hand schudden’ mannelijke daadkracht conventioneel oproepen maar een lege huls blijven, een opgelegde figuur, waar mannen zich – ook buiten dit werk – naar (moeten) schikken.

Ivanova maakt de leegte van conventionele gebaren subtiel duidelijk door ze als een cadavre exquis te verbinden met hun tegengestelde.

Ivanova maakt de leegte van zo’n gebaren ook subtiel duidelijk door ze als een cadavre exquis te verbinden met hun tegengestelde. Op een argwanende blik volgt als bij toverslag een glimlach of een blik van verstandhouding naar de kijkers of een vage blik richting plafond. De stoere handenschuddende man veegt even later zorgvuldig een stofje van zijn schouder, of doet dat plots bij een ander. Gebaren die we veeleer als vrouwelijk herkennen. Maar waarom? Ze drijft de paradox ten top als een performer met zijn handpalm de wang van een ander raakt. Doen mannen dat dan?

In één scène zet Ivanova je verwachtingspatroon helemaal op zijn kop. Twee performers krijgen de instructie om pal tegenover elkaar te staan, met hooguit tien centimeter tussen hen in. Je denkt het begin van een conflict te zien, tot ze plots allebei een stap opzij doen. Een confrontatiescène lijkt nu eerder een scène in een overvolle bus die twee mensen met hun neus op elkaar duwt tot er ruimte vrij komt.

Ongemakkelijke intimiteit

Tegenover al die gecodeerde en conventionele gebaren/verwachtingen zet Ivanova ook andere die we als tics of onwillekeurige uitingen van ongemak of ongeduld herkennen en als zodanig buiten het stereotiepe mannelijke repertoire vallen. Zo friemelt de meest stoere en oudste man vaak met een elastiekje. Hij niet alleen trouwens. Zo steunen de performers om beurt op hun ene been tegen de muur om het andere in de lucht te laten wiebelen. Dat doen ze allemaal anders. Vaak steken de performers hun handen ook al te diep onder hun ellebogen als ze hun armen kruisen zodat hun schouders omhoog komen. Een zelfverzekerde pose slaat dan in een oogwenk om in een onwillekeurig defensief, onzeker gebaar.

De kernscène van het protocol, die ook de titel van de performance verklaart, is het moment dat de zes één na één ter plaatse beginnen te trappelen. Niet heel snel. Ze verplaatsen hun gewicht van de ene voet naar de andere, maar laten die dan met enige kracht hoorbaar landen. Eens ze alle zes trappelen komen hun voeten steeds harder en luider neer. Het is alsof ze elkaar aanvuren. Terwijl ze aanvankelijk zo’n beetje alle kanten uitkeken, staan ze nu ook met de neuzen in dezelfde richting. In het gelid, met een zweem van militaire discipline. Ook daar zet ‘Cadence’ je echter op het verkeerde been, want plots, eerst bijna onmerkbaar, beginnen de mannen met hun heupen te wiegen bij het stappen. Hun gezichten verraden ook besmuikt plezier. Terwijl dat gebeurt, wordt de slagorde bovendien verbroken. Ze komen in een kring te staan, gezichten naar elkaar.

Het is alsof de performers soms niet goed weten welke rol hen hier nu weer opgedrongen wordt.

Als het geluid van de stappende-stampende voeten wegvalt, volgt de meest verrassende ontwikkeling. Een van de zes, maar niet altijd dezelfde, steekt zijn arm uit en raakt zijn buur aan, en daarna ook zijn andere buur. Een tweede doet hetzelfde, maar een derde stapt net dan achteruit, alsof hij de aanraking schuwt. Finaal drummen ze echter toch als een hechte groep dicht tegen elkaar aan, als voetballers die elkaar omhelzen na een gewonnen wedstrijd. Aan kleine details zie je nochtans dat niet alle performers zich bij zo’n opgelegde intimiteit op hun gemak voelen. Alsof ze niet goed weten welke rol hen hier nu weer opgedrongen wordt.

‘Cadence’ maakt je er zo van bewust, op een manier die haast onder je huid kruipt, dat de gebaren die mannen (verondersteld worden te) stellen een altijd weer te onderhandelen en te interpreteren mix zijn van opgelegde figuren en onbewuste uitingen van wat ze werkelijk ervaren. Mannen spelen rollen, net als vrouwen trouwens, en ze doen dat niet altijd zo goed. Ze hebben er dan ook, zoals hier, zelden voor gekozen, en er is geen regisseur om te vragen wat het wil zeggen. Er zijn alleen instructies. Het lijkt wel het leven zelf. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz