Bernard Van Eeghem expo Bernard Van Eeghem
Bernard Van Eeghem 1953-2024: een voetnoot van belang
Bernard Van Eeghem overleed op 18 augustus 2024, op 71-jarige leeftijd, na een jarenlange strijd tegen kanker. Hij liet een verbijsterend groot een veelzijdig artistiek oeuvre na: schilderkunstig en grafisch werk, literaire teksten en een aantal grensverleggende theatervoorstellingen. Tot 28 juni kan je in De Markten in Brussel kennis maken met dit indrukwekkende oeuvre.
De vernissage van de tentoonstelling in De Markten had iets van een vergadering van oud-strijders. De opkomst was enorm: honderden mensen wilden dit meemaken, al is Bernard Van Eeghem dan, zoals hij zelf in een van zijn teksten opmerkt, misschien slechts een voetnoot in de geschiedenis. Een voetnoot waar veel mensen echter dierbare herinneringen aan koesteren.
Van Eeghem deed in de Beursschouwburg in Brussel , na zijn studies architectuur en kunstgeschiedenis, burgerdienst als gewetensbezwaarde. De wat schuchtere, nerveuze en dromerige jongeman uit Brugge bleek als kunstenaar van alle markten thuis. Hij schreef, schilderde, maakte affiches, bouwde decors en ontpopte zich steeds meer ook tot een performer ‘hors catégorie’. ‘Inclassable, fou, formidable’ noemde Le Soir hem ooit.
Hij kan niet acteren… maar het is wel authentiek
Wim Van Gansbeke zag het anders. ‘Hij kan niet acteren’, beweerde hij. ‘Maar het is wel authentiek’. Voegde hij eraan toe. Daar gaat het bij Van Eeghem ook om: we kunnen weinig, we falen voortdurend en we laten wellicht geen sporen na, maar we hebben het wel geprobeerd, met volle inzet en met al wat we kunnen inbrengen.
Die inbreng is in zijn geval onwaarschijnlijk groot, en al te weinig erkend. Arthur Van Eeghem, Lola Dirkx en Hanneke Broucke, zijn levensgezel, spanden zich na zijn dood in om alle werk dat her en der verspreid was samen te brengen in een tentoonstelling die de volle breedte van het oeuvre toont.
Verwacht geen uiterst zorgvuldig gecureerde tentoonstelling. Een catalogus ontbreekt ook. Toch verrast de tentoonstelling om vele redenen. Een ervan is dat ik me met een schok realiseerde dat Van Eeghem een sterke stempel zette op de grafiek van de theateraffiches van de jaren 1980 en vroege jaren 1990. De affiche van het jaarprogramma van het Kaaitheater in 1985, met die gekke figuurtjes die wat aan Keith Haring doen denken, was bijvoorbeeld van zijn hand. Net als de affiche van Bruzzle '91 of nagenoeg alle affiches van Dito’Dito, het gezelschap van o.m. Willy Thomas, Guy Dermul en Mieke Verdin.
Het werk is onmiskenbaar verwant aan de portretten van beroemdheden van Gerhard Richter, maar haast met nog meer durf in de abstrahering.
Daarnaast is er echter veel autonoom werk. Zo is er een hele muur met portretten van zowel bekende kunstenaars als geliefden en vrienden, geschilderd met gouache op karton, die door hun krachtige, spaarzame kleurvlakken in enkele penseelstreken treffend een beeld van de geportretteerde oproepen. Het is werk dat onmiskenbaar verwant is aan de portretten van beroemdheden die Gerhard Richter schilderde, maar haast met nog meer durf in de abstrahering.
De verwantschap met Richter zie je trouwens ook in de series berglandschappen. Het zijn pure vorm- en kleurexperimenten: hoe roep je een overtuigend beeld op van een berg met niets anders dan soms opmerkelijk plastisch aangebrachte verf. Als tegengewicht hangen pal daarnaast ook ‘natuurgetrouwe’ zichten op bergdorpen, maar die krijgen dan weer een eigen draai door de ‘onnatuurlijke’ kleur van bijvoorbeeld daken.
Abstractie en verhaal
Een deel van het oeuvre is zonder meer abstract, en ook daar weer op de manier van Richter: monochrome doeken (maar nooit het grijs van Richter) of doeken die een patroon van willekeurige nevengeschikte monochrome vlakken vormen. Op het einde van zijn leven raakte Van Eeghem echter, als ik afga op zijn schilderijen van Lissabon, ook sterk in de ban van fauvisme à la Matisse én van een soort figuratieve abstractie zoals in ‘Dorp op doek’. Het meest interessante werk is echter een reeks van twaalf kleine doeken met telkens enkele witte strepen op een bloedrode ondergrond. Als je goed kijkt kan je er met een beetje verbeelding de twaalf staties van de kruisiging van Christus in herkennen, maar dan herleid tot zijn meest naakte essentie.
Dat bewijst alvast twee dingen. Een: Van Eeghem wist wat er te koop was in de wereld, van de kunst dan toch. Hij had alles gezien en bestudeerd, niet alleen door te kijken, maar ook door te proberen hoe dat in zijn werk ging. Het zowel indrukwekkende als licht komische werk ‘Van Altamira tot Liechtenstein’ is daarvan het beste bewijs. Met viltstift tekende Van Eeghem in rake trekken alle afbeeldingen uit ‘Van Altamira tot heden’, in zijn jeugd een standaard schoolboek over kunstgeschiedenis , over in één lang fries. Hij voegt er echter Roy Lichtenstein aan toe – daar hadden scholen toen nog geen kaas van gegeten.
Het ging hem uiteindelijk altijd om de vraag hoe je levenservaringen en inzichten kan omzetten in beelden
Het bewijst echter ook dat het hem uiteindelijk altijd ging om de vraag hoe je levenservaringen en inzichten kan omzetten in beelden. Daar begint, tussen alle schilderkunstige verkenningen door, een ander verhaal. Een verhaal van bijna naïeve schilderkunst. Spontaan, vanuit de losse pols, noteren wat er in je opkomt. Alsof je hand een verlengde van je wild woekerende gedachten was.
Bloederige processie
Het is de essentie van ‘Bloedsomloopworst’. Als grafisch werk is het een eigenzinnige, licht blasfemische lezing van de Heilig Bloed Processie in Brugge, de stad waar hij opgroeide. Het was echter ook een solovoorstelling in 2012. Op een drafje vertelde hij daarin over zijn kinderlijke fascinatie voor die processie. Ondertussen schilderde hij dat gebeuren ook na op een groot plastic zeil. De apotheose was een tekening van een vagina, waar de kunstenaar dan zijn hoofd door stak.
Wellicht hadden bisschoppen daar aanstoot aan genomen als hij dat met een koor van honderd man en een heel orkest had gedaan, maar Van Eeghem had lak aan dat soort bombarie. Zijn vraag daarentegen was bijzonder authentiek: waar komen we vandaan en waar gaan we heen, en wat betekenden we ondertussen? Mogelijk niets? Die vraag was sterk gekleurd door zijn persoonlijke geschiedenis. Als vondeling wist hij nooit wie zijn ware ouders waren. De (onmogelijke) zoektocht naar zijn ware moeder bleef hem bespoken.
Qua opzet hebben zijn voorstellingen veel gemeen met de performance cultuur van de jaren 1970.
Zowat alle podiumwerk dat ik van hem zag draait op één of ander manier om die vragen. In een aantal video’s krijg je een beeld daarvan. Het zijn voorstellingen die, met een afstand van ondertussen minstens tien jaar, nog steeds referentiepunten zijn. Het zijn, qua conventies, theatervoorstellingen , maar qua opzet hebben ze vaak meer gemeen met de performance cultuur van de jaren 1970.
In al zijn voorstellingen stelt Van Eeghem zichzelf immers , doorgaans in de confrontatie met een begeerlijke vrouw, op het spel, als hij zichzelf al niet te kijk stelt als een potsierlijke stoethaspel. Hij doet dat op een manier die je als kijker niet onberoerd kan laten. Doorgaans duikt in zo’n voorstelling dat tekenen uit de losse pols als vanzelf op, of zingen uit volle borst zoals in ‘If’. Hij steekt nooit onder stoelen of banken dat hij geen enkele training heeft als acteur of zanger, maar net daardoor raakt hij het publiek direct, want aan zijn bezieling valt geen moment te twijfelen.
Mijlpaal
Twee van zijn fetisj actrices, Katja Dreyer en Dolores Bouckaert, brachten bij de vernissage een ontroerend eretribuut aan de kunstenaar met een reenactment van zijn manier van werken. Johan Wambacq, uitgever van zijn literair werk en vriend van het eerste uur bij de Beursschouwburg voegde daar een doorvoeld verhaal over zijn oeuvre aan toe. Ans Persoons, vandaag staatssecretaris van het Brussels gewest maar ook dochter van een kunstenaar, sprak haar bewondering uit voor de archivering waarvan deze tentoonstelling blijk geeft.
Bernard van Eeghem heeft een periode zo artistiek getekend en betekend. Hij kreeg daarvoor niet de erkenning die hij verdiende, ondanks occasionele onderscheidingen zoals een selectie voor het Theaterfestival. De reden was wellicht echter ook dat hij zelf lak had aan erkenning. Het ging hem om het werk dat moest gedaan worden. Aan anderen om dat te benoemen en te erkennen. Wat ik bij deze heel graag doe. Ga kijken. Het is een mijlpaal.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz