Future Self Wayne Mc Gregor / Random Company

Beweging in kaart gebracht

De Biennale van Venetië draait niet enkel om kunst en Architectuur maar kent ook elk jaar een theater-, muziek- en dansfestival. Om de vier jaar kiest de biënnale voor elk van die festivals een nieuwe artistiek directeur. Vanaf dit jaar neemt de Brit Wayne Mc Gregor voor de ‘Danza’ deze rol over van Marie Chouinard. Hij pakt het systematischer aan dan zijn voorgangster: elk jaar wil hij focussen op een ander aspect van de dans. Dit jaar gaat het over de ‘first sense’: de ‘sense of touch’ of tastzin. Zijn eigen ‘Future self’ is alvast een prikkelende voorzet tot dat onderzoek. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Future Self
Pieter T’Jonck Ca' Giustinian Venetië
Biennale Danza
meer info
27 juli 2021

In een inleidend essay bij de somptueuze catalogus van deze biënnale legt filosoof Matthew Fulkerson helder uit dat de tastzin niet alleen het eerste zintuig is omdat het voor alle andere zintuigen ‘ontwaakt’ bij een kind, maar in zekere zin ook het belangrijkste. Hij toont aan dat ‘voelen’ veel complexer is, en meer determinanten kent dan we doorgaans denken. Bovendien bepaalt de tastzin niet alleen onze zelfwaarneming maar determineert ze ook hoe we tegenover anderen staan.

Meteen begrijp je waarom McGregor het dit jaar over de tastzin wil hebben. Als er een kunstvorm is die zelfwaarneming en aanraking als materiaal én thema heeft, dan is het uiteraard dans. Na 16 of meer maanden waarin het verboden was, of toch bijna, om elkaar aan te raken, is de vraag wat we dan zo gemist hebben, waar onze ‘huidhonger’ vandaan komt, zelfs brandender dan ooit.

Toch is de keuze voor de installatie/performance ‘Future self’ daarom nog niet evident. Het werk ontstond in 2012 als het geesteskind van Random International. Die organisatie, opgericht in 2005 door Hannes Koch en Florian Ortkrass, wil naar eigen zeggen de menselijke conditie onderzoeken in een wereld die in toenemende mate gemechaniseerd en gedigitaliseerd is. Een hele mondvol voor iets wat in het geval van dit project in elk geval uitmondde in een fascinerende installatie.

Ze bestaat uit een vierkant raster van ongeveer 16 * 18 strings van drie metaaldraden, opgehangen aan een ‘zwarte doos’. Op geregelde afstanden zijn lichtdiodes gemonteerd op die strings, zo’n 35 per string. Zo ontstaat een ruimtelijk raster van zowat 16*18*35 lichtpunten, zo’n tienduizend in totaal dus, die allemaal afzonderlijk kunnen oplichten of doven. Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat je met zo’n massa lichtpuntjes de meest fantastische figuren kan suggereren.

Het bijzondere van ‘Future self’ is echter dat de sturing van al die lichtjes niet gebeurt door één of ander slim programma, maar door twee levende dansers. Aan twee zijden van de lichtinstallatie hangt een sensor die bewegingen in zijn bereik vertaalt in licht. Als iemand beweegt voor die sensor dan zie je in het lijnenraster van de installatie dus dezelfde figuur opduiken in spijgelbeeld. Van tastzin is er dus in eerste instantie geen sprake.

Je kan die installatie zelf uittesten. Dat is ook expliciet de bedoeling, maar tijdens de performance ‘Future self’ doen twee dansers van Mc Gregors compagnie die oefening voor. In Venetië gebeurde dat in de verduisterde, sompteuze ‘kolommenzaal’ van het Ca’ Giustinian, de thuisbasis van de Biënnale. Deze ‘demonstratie’ duurde slechts een tiental minuten, maar die volstonden om heel wat vragen op te roepen over hoe en wat we waarnemen als we kijken naar bewegende mensen.

Je herkent alleen maar menselijke figuren zolang er beweging is

Om te beginnen: de dansers van Mc Gregor zijn gepokt en gemazeld in de meest halsbrekende configuraties van lichaamsdelen, die soms louter theoretisch, als de uitkomst van een programma ontstaan. Daarin is Mc Gregor een erfgenaam van Merce Cunningham, die op het einde van zijn carrière choreografeerde met computerprogramma’s. Het wonderlijke bij deze oefening is, dat de vraag haast meteen rijst of de dansers de suggestie van de lichtinstallatie volgen of dat omgekeerd de lichtinstallatie hen volgt. Het duurt een hele tijd voor je daar uit bent.

Eigenlijk ben je daar maar helemaal zeker van als de installatie niet langer het spiegelbeeld weergeeft van de dansers. Naar het einde van de performance vertoont de installatie plots een horizontaal lichtvlak dat omhoog en omlaag beweegt. Die beweging wordt veroorzaakt door wat de dansers vanop de vloer met hun benen en hun lijf aangeven. Ze ‘spelen’ met een hypothetisch plateau dat ze aan virtuele touwtjes laten stijgen en dalen.

Een tweede merkwaardige vaststelling is dat je in de lichtvlekken eigenlijk maar menselijke figuren herkent zolang er beweging is. Als de dansers stilballen, worden de herkenbare figuren gewoon lichtvlekken. Dat wordt vooral duidelijk als de spiegelbeelden van de dansers in de lichtzuil gaan versmelten: zonder de beweging ervoor zou je alleen een heel grillige vorm zien. Maar met de -strikt afzonderlijke- bewegingen van de dansers erbij zie je hoe ze elkaar virtueel benaderen. Het laat merken dat zoiets als ‘kinesthesie’, het vermogen om je te ‘verplaatsen’ in de beweging van iemand anders, bijzonder belangrijk is, als een uitgebreide vorm van ‘tastzin’.

Dat is dan ook het aanknopingspunt met het algemene thema van deze dansbiënnale. Daar komt nog een verwant thema bovenop: hoe ‘dingen’, en in dit geval zelfs een puur virtueel fenomeen als een lichtinstallatie, een uitbreiding van ons lichaam kunnen vormen. Het is iets wat we allemaal onbewust elke dag ervaren. Als je fietst bijvoorbeeld, wordt je bij wijze van spreken één met je fiets. Maar hier zie je het op een wonderlijke manier gebeuren als de dansers versmelten met of spelen met hun spiegelbeeld.

Fascinerend tenslotte is dat installaties als deze tonen hoe digitale technologie toelaat om een concrete dans volledig te beschrijven. Geen enkel notatiesysteem van dans slaagde daar tot nog toe in. Bestaande notaties werken doorgaans enkel als je de achterliggende logica van motoriek en dynamiek begrijpt. Ze zijn dus maar leesbaar voor iemand die thuis is in een bepaalde danstechniek zoals ballet of release etc. Ze verhouden zich tot de echte dans zowat als een landkaart tot een landschap. Maar een installatie als kan ‘onthouden’ wat er zich afspeelde.

Dat een performance/installatie die slechts tien minuten duurt zoveel gedachten en waarnemingen tegelijk kan uitlokken, dat mag je wel best uitzonderlijk noemen. 

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren