Muziektheater / Circus

Terril Hendrik&Co

Twee stemmen, één verhaal

Iedere generatie zijn kloof. Of iedere generatie zijn schacht, zoals clown Danie Jordens zou zeggen. Zijn vader was mijnwerker in Winterslag en ging op zeldzame zomerdagen met zoonlief vliegeren op de steenberg. Verder was hun relatie troebel. Als man van weinig woorden laat de weemoedige maar gewiekste clown dat verhaal vertellen door zijn eigen zoon, de rappende komiek Jules Jordens. Clownerie en comedy over de zwarte heuvels van Limburg, een gewaagd en grotendeels geslaagd experiment.

Terril
Tom Permentier Oude Gevangenis Hasselt, tijdens Theater op de Markt
12 augustus 2026

De opgeschoten deugniet Danie, in grauwblauw werkpak, kan het niet laten zijn binnendruppelend publiek te begroeten met een blik die tegelijk schalks en wijs is. Alleen al uit die ontvangstroutines blijkt hoezeer Danie zijn clown tot in zijn botten beheerst. Een glimlach van elke voorbijganger is zijn deel, en hij moet maar draaien met een dopsleutel om van die glimlach een schaterlach te maken. Zelfs wanneer hij in de achtergrond werkt aan zijn ambitieuze bouwproject en Jules de aandacht op zich heeft, tilt hij het niveau van de voorstelling omhoog. Met die ingenieuze knutselarij à la Panamarenko heeft de clown een hoger doel voor ogen: nog één keer de zalving oproepen die hij als kind mocht ervaren tijdens het vliegeren met zijn vader, een gevoel waarbij troost en vergeving samenvloeien.

Voor de toeschouwer is het even knipperen met de ogen, maar vader noch zoon kijken raar op wanneer de humor verglijdt van clownerie naar comedy.     

Tegelijk lijkt Danie te hunkeren naar een ambachtelijk circusverleden, iets wat hij deelt met veel vakgenoten. Je zou dit typetje dan ook niet verwachten bij een hypermoderne drumcomputer, maar met wat spielerei krijgt hij toch de aankondiging waar hij naar zocht uit de geluidjesmachine: “Welcome to... Il grande spectaculo!” Nog voor ‘Terril’ de kans krijgt om de zoveelste mijmering over het klassieke circus te worden, kaapt Jules de show met een monoloog over zijn grootvader. Voor de toeschouwer is het even knipperen met de ogen, maar vader noch zoon kijken raar op wanneer de humor verglijdt van clownerie naar comedy. Er komt geen vingerwijzing bij aan te pas. Juist door standvastig zijn eigen ding te doen, overleeft de clown van Danie elke nieuwe situatie.

Eerst lijkt het nog gênant te worden voor Jules. Hij heeft nog maar net de mijnbouw ter sprake gebracht, of hij zet een rapnummer in over de menselijke evolutie van eencellige tot planeetvervuiler. Zijn begeleidende beat is wel erg fout (hopelijk intentioneel) en hij slooft zich verbaal en fysiek uit voor een lach. Even lijkt Danie de show te moeten redden met een onnozel dansje, maar Jules wint al snel zelf de sympathie van zijn publiek met zijn frisse persoonlijkheid en meeslepende betoog. Al landt niet elke mop, scoort hij gaandeweg met betere grappen. De enkele keer dat hij oog in oog met zijn vader de comedy spontaan verruilt voor clownerie, komt hij er zonder kleerscheuren door.

Rakkejak

Stilistisch contrast, wederzijds respect. Daarin zit de kracht van ‘Terril’. Daarin verschilt ze ook wezenlijk van die andere voorstelling met een vader en een zoon, want al spreken Danny en Pepijn Ronaldo dezelfde lichaamstaal, hun generatieconflict in ‘Sono Io?’ is groter dan bij de familie Jordens. Bij dat laatste duo primeert de samenwerking en ook al bezingt Jules die kwaliteit terwijl Danie als onvermoeibare solist doorwerkt, uiteindelijk kan de vader niet zonder de zoon. Op zijn beste momenten spreekt Jules, die zijn grootvader nooit gekend heeft maar wel naar hem is vernoemd, over het mijnwerkersleven alsof de toehoorder zelf in de onderaardse gangen op pad gaat.

Comedy is de humor van de ratio. Het spreekt de toeschouwer aan op zijn intellect. Clownerie heeft een intuïtief karakter en gaat recht naar het hart.    

Soms dreigt de getuigenis te belerend (“Wie kent zijn buren nog?) of te romantisch te worden (“Broederschap!”), maar prekerig of stroperig wordt de voorstelling nooit. Een zelfbewust en zelfrelativerend kantje bij de artiesten verhindert dat. Ook de foute muziek profiteert daarvan. Na een volstrekt idiote song over een rakkejak kondigt Jules fijntjes af: “Dit was mijn meest emotionele nummer van de avond.” Scherp gecounterd. Bovendien: hoe platter de beats, hoe interessanter het wordt om de oude clown Danie te zien functioneren buiten zijn natuurlijke habitat. Toch is Jules niet ongevoelig voor de circuswaarden van zijn vader. Hij zal zelfs vaker dan Danie naar applaus hengelen bij het publiek. Een aangenaam stil moment met een zachtgekookt eitje wordt daardoor gefnuikt.

Comedy is de humor van de ratio. Het spreekt de toeschouwer aan op zijn intellect. Clownerie heeft een intuïtief karakter en gaat recht naar het hart. Timing en persona zijn in beide disciplines van groot belang. Danie is op dat vlak een beslagen grootmeester, Jules een veelbelovend jong talent. Het is echter grootvader Jules die postuum de voorstelling zijn ziel verleent. Dat is geen clownerie en geen comedy. Dat is poëzie.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Zin in het beste van pzazz?
Schrijf je in voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief met telkens drie tips voor bijzondere voorstellingen.

inschrijven