Muziektheater / Performance

Ronja Stichting Nieuwe Helden / Verkadefabriek

Kan kunst armoede de wereld uit helpen?

‘Ronja’ , een muzikale voorstelling van Stichting Nieuwe Helden en Verkadefabriek, behandelt prangende kwesties als armoede en ongelijkheid. Ze begint en eindigt met een maaltijd. Vooral  achteraf komen de tongen los. De avond grijpt immers sterk aan door haar gelaagde en vernuftige opbouw. De vragen die ze stelt blijven nazinderen. 

Ronja
Emma Meerschaert Conferentiezaal Stadhuis Oostende, Oostende
TAZ#19
09 augustus 2019

Een heerlijk diner, met wijn in overvloed en af en toe wat livemuziek gaat de voorstelling vooraf. Er zijn slechtere manieren om een verdiepend gesprek te beginnen. Toch wringt er iets. Het thema van de avond is armoede en ongelijkheid is, maar een ticket kost 30 euro. Sluit dat niet meteen veel mensen uit? Werkt die 30 euro ongelijkheid niet in de hand? Je ziet hier inderdaad overwegend witte ‘gasten’, velen chique opgekleed, terwijl de bediening gebeurt door mensen van kleur, vrijwilligers van Refu Interim. Die inconsequentie ligt er vingerdik op. Toch is de sfeer gemoedelijk. Het publiek zingt zelfs mee met de livemuziek van Veerle Delember, ook al gaan de songs over armoede en sociale uitsluiting.

In een interview las ik achteraf dat er elke avond veertig van de honderd tickets naar mensen in armoede gaan. Zodat we niet enkel over, maar met die mensen praten. Een nobel streven, dat ‘betrokkenheid’ bevordert. Maar in de praktijk pakt het anders uit: mijn tafelgenoten waren weinig ‘divers’, en blijkbaar ook niet arm. Hier schiet de opzet zijn doel dus voorbij.

Isil Vos, regisseuse van het stuk, verwelkomt ons dan met een woordje uitleg over ‘Ocharme’, het project van Stichting Nieuwe Helden, waar zowel ‘The Village’ als ‘Ronja’ deel van uitmaken. Anderhalf jaar lang deed ‘Ocharme’ onderzoek naar armoede en ongelijkheid. Ze lazen boeken, keken films en documentaires en volgden de actualiteit. Ze  interviewden ook meer dan honderd mensen in Nederland en Vlaanderen, van politici en wetenschappers tot maatschappelijk werkers en ouders die in armoede leven. Haar kernboodschap: armoede valt niet simpel te verklaren noch snel te verhelpen, en is dichterbij dan je denkt. Ze benadrukt ook hoe maatschappelijke afstandelijkheid onbegrip in de hand werkt. Enkel door meer verbinding kan er iets veranderen. Vandaar deze avond (en zo volgden er nog drie, op andere locaties).

Nog voor het voorgerecht opgediend wordt, gaat Vos met gastspreker Patrick Blondé, directeur van CKG ’t Kapoentje, een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning, in gesprek over de situatie in Oostende. ‘t Kapoentje verzorgt o.a. betaalbare kinderopvang na een noodkreet van moeders. Hij stelt dat kansarmen onterecht als slechte ouders afgeschilderd worden, zonder dat iemand de moeite neemt naar hen te luisteren. Ze worden uitgesloten, en de complexiteit van de huidige systemen maakt het moeilijk om terug mee te draaien in de samenleving. Zijn oplossing klinkt populistisch-simpel: herverdeling: ‘We hebben zeven regeringen, negen provinciebesturen en 308 gemeentebesturen, en dan zeggen dat er geen geld is. De oplossing: schrap de helft van de nodeloze dingen.’ Ook hij ziet verbondenheid als remedie voor het ‘collectief egoïsme’ in onze samenleving.

De oplossing: schrap de helft van de nodeloze dingen.’

Bij het voorgerecht krijg je twee kaartjes met vragen. ‘Wat is de mooiste plek waar je ooit bent geweest? en ‘Heb je liever het beste huis in de minste buurt of het minste huis in de beste buurt?’ Een mooie aanleiding om met elkaar in gesprek te gaan. Jammer dus dat aan mijn tafel wel veel politiek geëngageerde mensen aanschoven, maar geen ervaringsdeskundigen. Bij het hoofdgerecht geldt het principe ‘sharing is caring’, een subtiel maar duidelijk statement. Daarna krijgen we te horen dat er voor het dessert helaas geen tijd meer is, want de voorstelling zal nu echt beginnen. (Het blijkt achteraf een ‘leugentje om bestwil’).

In de zaal botsen we meteen op een hoge stoel en een rek vol brochures. Wat verderop bedient een man de technische installaties bovenop een buffetpiano, die deels verscholen is achter een groot scherm. Hij verwelkomt ons op de infoavond van ‘Ronja Village’ en vraagt applaus voor Clara, onze gastvrouw. Ze bedankt Francis als haar steun en toeverlaat bij deze avond, en stelt zich daarna voor als leefloon-moeder. Ze hoopt op een betere toekomst voor haar dochter Ronja, want deze avond luidt een nieuw hoofdstuk in haar leven in door het ‘Tiny House project’ ‘Ronja Village’. ‘Het is een nieuwe manier van samenleven. Een pilootproject waarin we mensen die in armoede leven proberen samen te brengen met mensen die iets kunnen missen’. De toeschouwers worden zo direct aangesproken op hun capaciteit om te delen.

Op een scherm volgt een promofilmpjvoor 'Ronja Village' , live op piano begeleid door Francis. We zien idyllische beelden van spelende kinderen of een kampvuur… Het dorp biedt ‘harmonie voor hart en geest, dichtbij de natuur.’ Het scherm staat echter zo laag bij de grond dat enkel de eerste rijen het kunnen zien. Alsof ze dat nu pas merkte, verontschuldigt Clara zich daarvoor. ‘Het waren nochtans mooie beelden’ -maar enkel de geprivilegieerden kregen ze te zien dus.

Nu getuigt Clara erover hoe ze in armoede verzeilde. Uit haar lotgevallen leer je hoe complex (kans)armoede is, hoe weinig er nodig is om alles te verliezen en hoe ongegrond clichés vaak zijn. Hoewel we een blik krijgen op de intiemste aspecten van het leven van een leefloon-moeder, wordt het stuk nooit voyeuristisch. De opzet blijft informatief. Het gaat erom de kennis die opgedaan werd bij het onderzoek mee te geven aan de kijkers.

Clara is trouwens niet op haar mondje gevallen. Sarcastisch en gevat bekritiseert ze systemen die ongelijkheid in stand houden. Ze verklapt bijvoorbeeld dat aanmaningsbrieven aanspreking noch groet bevatten, en ook geen ‘Jeetje Clara, wat klote dat je in deze situatie beland bent’ Meer weetjes volgen. ‘Wist je dat voetballer Kevin de Bruyne 400 000 euro per week verdient? en ‘Wist je dat als België twintig in plaats van veertig nieuwe gevechtsvliegtuigen had gekocht, er genoeg geld was geweest om alle armoede in België te laten verdwijnen?’ Het publiek lacht en applaudisseert geregeld, alsof dit een comedyshow was. Maar dan wel een vol harde waarheden.

Geen  ‘Jeetje Clara, wat klote dat je in deze situatie beland bent’ 

Het publiek wordt meermaals aangespoord om deel te nemen. Carla vraagt ons wie er al eens een schuld gehad heeft: ‘Je hoeft je niet te schamen hoor’. Enkele handen gaan de lucht in. Als Francis een lied aanheft over een kind dat opgroeit in kansarmoede, verzoekt hij het publiek om in te vallen bij het refrein: ‘Ocharme, ocharme, wil je lekker met me dansen in m’n armen. Ocharme, ocharme, wil je even zwijgen en me wat verwarmen.’

Ronja, de dochter van Carla, zien we enkel op het scherm. Het lijkt een heel gewoon meisje, dat zich bezighoudt met nagels lakken, sms’en en lezen. Wellicht is ze niet aanwezig omdat haar moeder haar wil afschermen van de harde realiteit en haar onmacht. Tevergeefs, want in een voicemail van Ronja verraadt dat het kind alles scherp aanvoelt, de schuld soms bij zichzelf zoekt en tegen beter weten in mee naar oplossingen zoekt.

Clara neemt er nu een microfoon bij, maar die blijkt niet te werken. Als om het er nog meer in te wrijven dat haar schreeuw om hulp niet gehoord wordt. Maar toch gaat ze door over haar onmacht en haar kwaadheid over een leven ‘onder regie van een ander’. Krampachtig claimt ze dat het anders kan en vraagt dan ongeduldig aan Francis waar de inschrijvingsformulieren voor Ronja Village blijven.

Plots volgt een onverwachte ‘coup de théâtre’. Francis reageert kwaad. Hij breekt ‘Ronja Village’ af als een utopische, onrealistisch droom. Zo valt hij uit zijn rol. Hij ontmaskert de hele vertoning als een charade. ‘Koen en Terry deden mee het onderzoek voor het project om er dan een toneelstukje over te maken’. Er volgt een lange stilte. Nu vernemen we dat Clara en Francis in het echte leven een koppel zijn dat muziek maakt met kinderen in kansarmoede.

Samen overlopen ze mogelijke oplossingen voor het armoedeprobleem, maar die lijken stuk voor stuk even onhaalbaar als de droom van een ‘Ronja Village’. Misschien kan een nieuwe generatie uitweg bieden opperen ze, met een verwijzing naar Astrid Lindgrens ‘Ronja de roversdochter’. Of moet de overheid het doen? Maar het beleid lijkt vaak meer kwaad dan goed te doen stellen ze vast, want de laatste tien jaar is kinderarmoede verdubbeld. Of moeten we overgaan tot burgerlijke ongehoorzaamheid, zoals de jonge mensen die “brossen voor de bossen”. Maar ook dat lijkt niet zo effectief. ‘Ronja’ drukt ons met de neus op de uitzichtloosheid van de problematiek.

Na afloop blijkt er toch nog een dessert te volgen. We keren weer naar de tafels. Ze zijn nu in een vierkant opgesteld zodat iedereen elkaar kan zien. Met een brok in de keel en verdeelde meningen, beginnen we aan het dessert. De ene is verontwaardigd omdat de kunstenaars een job creëerden voor zichzelf op de kap van mensen in armoede, zonder een realistisch antwoord te bieden: ‘Voor het konijn doet het er niet toe wat het motief van de jager is’. De andere voelde zich dan weer gehoord, gesteund en bevestigd, als ik mag afgaan op de tranen en omarmingen rondom mij.

Ik blijf zitten met de vraag of het wel aan kunstenaars is om oplossingen te bedenken voor een 'wicked problem' als (kans-) armoede. Is dat niet de opdracht van beleidsmakers, die daar voor betaald worden? Een ding is zeker, ‘Ronja’ slaagde erin een debat te openen en solidariteit aan te moedigen. Bij ons, deelnemers, allemaal. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz