Muziektheater / Performance

APHASIA Jelena Jureša

De rol van het publiek

‘APHASIA’ van Jelena Jureša ziet er op papier fantastisch uit: belangrijk thema, sterk concept, een mix van muziek, beeld en acteren, prima vertolkers, een sterke relatie met het publiek… kortom: al wat de dramaturg in mij graag wil. Het pakt anders uit. De voorstelling vinkt alle vakjes aan. Alles piekfijn in orde. Maar het doet me niets. Het skelet van de dramaturgie priemt overal hinderlijk door de voorstelling heen. Dat levert saai theater op. ‘APHASIA’ mist ‘dung’, een onmisbaar ingrediënt van theater, wist Peter Brook al.

APHASIA
Pieter T’Jonck KVS Box, in het kader van Kunstenfestivaldesarts meer info
14 mei 2022

Je komt binnen in een net niet pikdonkere zaal, met links en rechts, op een verhoog, een gitarist en een bassist (Alen en Nenad Sinkauz). De setting lijkt sprekend op een nachtclub met live muziek. De oordopjes die je krijgt bewijzen hun nut, want de muzikanten produceren veel decibels. Maar wat doen ze hun job goed! Boven een obsederende baslijn plaatst de gitarist een repetitieve loop met een schriele klankkleur, dat vaag doet denken aan dansmuziek uit de Balkan of Klein-Azië.

Het past perfect bij de folkloristische filmpjes van mannen die in groep dansen die kort daarop verschijnen op schermen rondom de zaal. Je merkt dat de films een soort dance battles avant la lettre laten zien. Om beurten laat elke man zijn kunsten zien terwijl de anderen het ritme klappen. Ook zo’n filmpjes zouden perfect passen in een nachtclub.

Het publiek komt echter nauwelijks in beweging. Het deint wel wat mee, maar het wacht vooral af. Zou het anders reageren als een paar voortrekkers een dansfeestje lieten losbreken? Misschien. Duidelijk is vooral dat dit publiek niet goed weet wat zijn rol hier kan zijn. Het verwachtte een stuk over oorlogsmisdaden in Bosnië, maar verzeilde in een techno-party. En nu?

Pas dan neemt Ivana Jozić het woord. Ze keek al de hele tijd in het schemerduister toe vanaf een derde platform. Zij zegt waar het hier om zal draaien. Om kort te gaan (je  kan het van a tot z lezen in het programma op de website van het Kunstenfestivaldesarts): in een nachtclub herkent ze in de dj de oorlogsmisdadiger die op 2 april 1992 de halfdode ‘Tifa’ tegen het hoofd schopte. Hij werd nooit veroordeeld. Hij kwam ermee weg ‘omdat het toen zo was’ en hij ‘zelf een slachtoffer was’. Les excuses sont faites pour s’ en servir. Dat is bekend.

Jozić daarentegen herinnert zich vooral ongewoon elegant die dj Max, als een danser, zijn aanloop nam en met een perfecte draai van zijn heupen de vrouw molesteerde. Je stelt je moeiteloos de schok voor die zo’n ontmoeting moet teweegbrengen. Is die playboy, die leuke dj werkelijk het monster dat een lijk onteerde? Wat doe je dan, als het niet eens ondenkbaar is dat je met hem een glas drinkt of zelfs het bed induikt?

Het probleem van de voorstelling is vanaf nu niet dat Jozić die schok niet tastbaar maakt -ze doet al wat ze kan- maar dat de regisseur, Jelena Jureša de regie over het publiek totaal kwijt raakt. Ze verliest zich niet alleen in oeverloze herhalingen van steeds weer dat ene feit, ze esthetiseert het met filmbeelden die een soms ronduit cryptisch verband vertonen met het thema.

Waarom je beelden ziet van een Fred Astaire als dansende dirigent, of de aftiteling van de film ‘Top gun’ , of oude filmopnames van atleten die halsbrekende duiksprongen doen, Joost mag het weten. Met enige denkcapriolen kan je natuurlijk altijd een verband bedenken. Het gaat dan altijd om de elegantie van het gebaar waar een misdadige opzet achter schuilt. Het brengt je helaas geen stap dichter bij de schok van de vrouw die staat voor een man die ze oorlogsmisdaden heeft zien plegen. Het nachtclubgevoel is ondertussen helemaal weg.

Zo ontstaat een compleet misverstand tussen publiek en spelers. Als de muziek verstomt, en Jozić gaat zitten op de rand van haar verhoog voor een laatste uitspraak denkt iedereen dat het gedaan is en volgt er meteen een applaus. Mis poes! Er is een epiloog. Op de filmschermen lees je -tergend traag- een interview met die DJ Max, die zichzelf voor de eeuwigheid beitelt als ‘gewone volksjongen’.

Ik moet toegeven dat ik nooit gedacht heb dat elegant molesteren tot de gebruiken van gewone volksjongens behoorde. Hoogstwaarschijnlijk wilde Jureša aantonen dat dit echt onacceptabel is. Helemaal mee eens. Maar het programmablad vertelt dat duidelijker en op veel minder tijd dan deze voorstelling. Jureša  had een slim idee: plaats het publiek in de positie van de vrouw die een schokkende vaststelling doet. Maar ze was te snel tevreden: ze dacht niet door hoe je dat publiek dan werkelijk zijn rol geeft. Jammer van de sterke vertolkingen wel.

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Abonneren Login