Musical

Evita Andrew LLoyd-Webber / Tim Rice / Jamie Lloyd

Evita: de popprinses en de macht

Deze zomer is de Londense West End in de ban van een nieuwe productie van ‘Evita’: de musical over de Argentijnse first lady Eva Peron van componist Andrew Lloyd Webber en tekstschrijver Tim Rice. Dat heeft alles te maken met regisseur Jamie Lloyd, de nieuwe ster binnen het Angelsaksische theater. Zijn pulserende productie houdt het midden tussen een popconcert en een politieke rally. Met een échte balkonscène.

Evita
Wilfried Eetezonne The London Palladium, Londen
17 augustus 2025

Met zijn vierenveertig jaar leidt Jamie Lloyd een generatie regisseurs die binnen het Britse en Amerikaanse theater breekt met tradities. Bij hem geen grote decors, historische kostuums en rekwisieten, maar uitgepuurde abstracte ruimtes waarin hij inzoomt op de essentie van het stuk. Hij kijkt daarbij zeer goed naar wat regisseurs op het continent doen. Zijn voorliefde voor het gebruik van (live)video heeft hij ongetwijfeld van Ivo Van Hove. Zijn minimalisme doet denken aan de regies van Michael Thalheimer en zijn vaste choreograaf Fabian Aloise kent duidelijk het werk van Sidi Larbi Cherkaoui en Anne Teresa De Keersmaeker.

In zijn ‘De Meeuw’ van Tsjechov voor The National Theatre, bijvoorbeeld, zette hij zijn personages op rijen stoelen. In een strakke stoelendans verwisselden ze van plaats. Voor ons Vlamingen klinkt dat niet bijzonder, maar voor dit grote repertoiretheater was het ongezien. In zijn regie van de musical ‘Sunset Boulevard’ stond er zelfs maar één stoel op scène en schrapte hij de twee komische nummers uit de partituur. Het is nochtans één van de beste musicalregies die ik de afgelopen jaren zag. In de wereld van het Britse (commerciële) theater zorgt hij zo voor verfrissing, maar hij houdt de hand van het grote publiek vast. Bij mezelf roept dat herinneringen op aan de eerste Robert Carsen-producties bij de toenmalige Vlaamse Opera.

Carsen kreeg toen, net als Lloyd nu, de kritiek dat hij stijl boven inhoud verkiest. Maar één ding staat vast: over elke Jamie Lloyd-productie wordt gepraat. Ook over deze Evita.

Na hun doorbraak met Jesus Christ Superstar vormden componist Andrew Lloyd Webber en Tim Rice opnieuw een tandem. Rice was gefascineerd geraakt door het leven van de Argentijnse Eva Duarte, een ambitieuze soapactrice die het zou schoppen tot de echtgenote van de populistische – en later autoritaire – president Juan Peron. Eva Peron werd als first lady de lieveling van het volk dankzij haar liefdadigheidswerk, maar ze werd ook het symbool van corruptie, hypocrisie en politieke manipulatie. Haar man spiegelde zich aan Mussolini en liet het land achter in een puinhoop. Eva stierf jong – op haar drieëndertigste – en tot vandaag raakt ze een gevoelige snaar bij een deel van de Argentijnen. Haar beeltenis staat er nog steeds op een bankbiljet, dat van haar man niet.

Het was een slimme zet om Evita en Che tegenover elkaar zetten. Zo wordt het een verhaal dat waarschuwt voor ambitie, populisme, dubbele moraal en autoritaire leiders.

In de musical wordt haar opmerkelijke levensverhaal verteld door de figuur van de verzetsstrijder Che. De historische Che en Evita hebben elkaar nooit ontmoet, maar ze zijn aan elkaar gewaagd. Het beeld van Che is eveneens geromantiseerd en verdoezelt een erfenis van geweld en economische rampen. Het was een slimme zet van de makers om deze twee personages tegenover elkaar zetten. Zo wordt het een verhaal dat waarschuwt voor ambitie, populisme, dubbele moraal en autoritaire leiders. Geen slecht moment om dat vandaag nog eens te vertellen.

In zijn muziek combineert Lloyd-Webber rock met invloeden uit de tango, paso doble en milonga. Het zorgt ervoor dat deze musical vandaag – de wereldpremière dateert van 1978 – het minst gedateerd klinkt van de vroege Lloyd-Webber-musicals.

Zijn partituur bouwde hij op volgens drie grote leidmotieven voor Evita die constant worden onderbroken door een disruptief Che-motief. Muzikaal haalt Che Evita telkens onderuit. Als publiek moet je hierdoor constant op je hoede zijn, want ook auditief word je meermaals een hak gezet. Dat steekspel tussen de muzikale motieven van Che en Evita is de grote kracht van deze partituur en daardoor is Evita misschien ook wel de beste Andrew Lloyd Webber-musical tot nu toe. Ook Tim Rice zou nooit betere lyrics schrijven dan voor Evita en de songs zitten vol slimme rijmen en bijtende humor. (“I come from the people, they need to adore me, so Christian Dior me” is een vaak geciteerde klassieker.)

Hoe gaat die Jamie Lloyd daar nu mee om? Hij regisseerde ‘Evita’ ooit al eens voor het compacte openluchttheater in Regent’s Park in 2019. Deze productie in het enorme London Palladium is een uitgewerkte versie ervan. Het decor is een grote zwarte trappenpartij over de hele breedte van de scène met daarin doorgangen voor de acteurs. Bovenop de trappen zien we de schimmen van een groot, twintig man sterk orkest, voortreffelijk en dynamisch geleid door Alan Williams. Onder de trappen en in de toneeltoren zit genoeg belichting voor – zo lijkt het wel – twee Tomorrowland-weekends. Blauw en wit – de nationale kleuren van Argentinië – zullen de hele voorstelling overheersen in de belichting en de kostuums. Ook brandt op de trappen in grote letters de naam van het idool waarvoor we gekomen zijn.

Dat idool wordt vertolkt door Rachel Zegler, die we kennen als Maria uit de Spielberg-versie van ‘West Side Story’ en als Sneeuwwitje in de recente Disneyfilm. Ze heeft de juiste leeftijd voor Evita en bovendien een voortreffelijke, soepele stem – de rest van de cast is misschien wat té jong. Met haar zwarte vlechten is ze zeker niet het beeld dat we van de blonde presidentsvrouw hebben. Ze verschijnt in zwart lederen sportondergoed. Als ze straks aan de macht is, draagt ze dezelfde outfit maar dan in glitter. Met microfoon in de hand zal zij de hele voorstelling strak leiden. Zij is de ster en niemand anders. Haar Che (Diego Andres Rodriguez) zal die microfoon trouwens vaak afnemen in hun steekspel. Rond hen een groot ensemble – negentien dansers – van beeldschone jonge mensen die weinig motivatie nodig hebben om hun torso’s te tonen in een atletische choreografie van Fabian Aloise, vaak unisono met de passen van Evita. Het ensemble speelt ook de aristocratie en het leger, die door de komst van Evita vrezen voor hun machtspositie.

Deze Evita bruist, bubbelt en danst haar weg naar de top. Ze geniet er zichtbaar van.

Samen met de pulserende belichting, een stevige rookmachine en een zeer hoog tempo krijgen we zo een sexy popconcert met Evita als de prinses die haar verhaal vertelt. Deze Evita bruist, bubbelt en danst haar weg naar de top. Ze geniet er zichtbaar van. Dat er onderweg politieke tegenstanders vermoord worden, lijkt ze amper te merken. Wel raakt ze meer en meer geïrriteerd door de aanwezigheid van Che. Als ze Juan Peron (Lucas Koch) ontmoet, zet ze zich meteen een trapje hoger dan hij. Dat zal zo blijven.

Als de twee samen de vakbonden toespreken in het krachtige ‘A New Argentina’, knallen op het einde de confettikanonnen met wit-blauwe confetti. Plots zijn we beland in een mediagenieke politieke rally met een opgehitste menigte op het toneel, maar ook in de zaal, want tegen dan joelt ook het publiek na elk nummer. Die visie op Evita als een popprinses die een strak geregisseerde show leidt waarin ze zich hult in holle politieke slogans is zeer verdedigbaar. Maar door het hoge tempo en alle power sneuvelt de subtiliteit. De scherpe kritiek van Che gaat soms verloren in het gedruis van Evita, waardoor het steekspel tussen de twee in het gedrang komt.

Net dan komt Lloyd met een meesterlijke zet tijdens de grote speech aan het begin van het tweede bedrijf – ‘Don’t Cry for Me Argentina’. De grote hit uit de show waarin Eva haar volk toespreekt om te tonen dat ze eigenlijk maar een simpel meiske is gebleven. Op een scherm ziet het publiek Evita door de foyers van het theater wandelen. Ze heeft geen zwarte vlechten meer, maar ze is het cliché van Evita zoals we haar kennen: met blonde haren in een chignon, een witte baljurk en behangen met diamanten. Zo gaat ze het balkon van het theater op. Niet het balkon in de zaal, maar aan de buitengevel van het theater. Ze kijkt nog eens even schalks in de camera – ze heeft het onder controle – en begint aan haar speech.

Op de afgezette straat beneden heeft zich intussen een indrukwekkende menigte gevormd. Bij elke voorstelling komen immers honderden mensen met de smartphone in de aanslag voor het Palladium staan. Sommigen staan uren te wachten om Rachel Zegler ‘Don’t Cry for Me Argentina’ te horen zingen en jawel, er zijn fans die daar elke voorstelling staan. Bij het videobeeld van de grote massa gaat een golf van verbazing door het publiek in de zaal. In de menigte buiten bevinden zich ook acteurs die in close-up op het scherm te zien zijn terwijl ze met tranen in de ogen de speech volgen. Alles wordt live gefilmd met multicamera. Het is technisch knap werk. En het klopt ook. Zei Che in het begin niet: “The best show in town was the crowd outside the Casa Rosada (het presidentieel paleis, red.) crying Eva Peron”?

Het volk op straat krijgt zo uiteraard een figurantenrol. Ze zijn het machteloze volk dat de politieke retoriek ondergaat. Ook zij kunnen immers niet deelnemen aan de echte voorstelling, krijgen geen toegang tot de plek waar het allemaal gebeurt en waar wij in het pluche van genieten. Ze worden door de makers net zo gemanipuleerd als ‘het volk’ in de tekst, gedwongen om mee te gaan in deze adoratie voor een moreel corrupte vrouw. En omdat het volk gedwee komt opdraven voor deze scène, lijkt het alsof ook de makers de kuddegeest hekelen van een menigte die niets liever wil dan te komen adoreren.

Maar dat volk buiten kaatst de bal ook terug, want komen ze wél voor dat dramaturgische concept of voor een selfie met een Hollywoodster? Wie gebruikt hier wie, is een vraag die opborrelt. Zelfs het gebouw zelf speelt hierin een rol, want het Palladium was ooit de tempel voor het variété en vandaag nog altijd voor pantomimes. Een volkse tempel dus, zeker geen presidentieel paleis. Alles in deze scène zet een megafoon op de dubbelzinnigheid en de schijnvertoning die in de kern van Evita zit. Het legt een vette, satirische meta-laag op de song en accentueert zo de hypocrisie van de tekst.

Het bruisende popprinsesje is verdwenen en maakt plaats voor een berekenende politicus.

Op het toneel kijkt Che het met lede ogen aan. Juan Peron zit er wat ongemakkelijk bij. Hij had daar moeten staan, zie je hem denken. Het is kortom een spectaculaire coup de théâtre, maar tevens een slimme scène. Ook wat erna komt. Want dan zien we, nog steeds op videoscherm, Evita in een kleedkamer. Het publiek op straat is wellicht aan het afdruipen, blij met de selfie. De blonde pruik gaat af, de show is over en ze barst in snikken uit. Is de rol van moeder van de natie, die ze zichzelf heeft opgelegd, te groot? Walgt ze van zichzelf? Moeten we medelijden hebben met haar en haar schijnheiligheid? Ze veegt al snel de tranen weg en komt terug op scène met een stalen blik.

Het bruisende popprinsesje is verdwenen en maakt plaats voor een berekenende politicus. Dat misten we in het eerste bedrijf onder alle glamour en confetti bij Zegler, maar ze blijkt in het tweede bedrijf ook dat register te kunnen bespelen met nijdige blikken en abrupte bewegingen. Dat bedrijf is – ook in de partituur en de choreografie – gelukkig iets rustiger, maar niet veel.

Uiteindelijk verlaat je ietwat overdonderd het theater met een dubbel gevoel. Jazeker, Lloyd is erin geslaagd om een nieuwe, relevante en zinderende visie op de musical Evita te brengen en één die resoneert met onze wereld. De machtsdans die zijn personages opvoeren en de vragen die ze oproepen, zullen blijven hangen. Bovendien is de cast, ook in de bijrollen, op hoog niveau. Maar stijl boven inhoud? Van die kritiek kan hij zich met deze productie ook niet helemaal verlossen.

Niettemin: als je de kans hebt om een Jamie Lloyd-productie te zien, niet twijfelen, het is altijd interessant. De balkonscène zorgde in de Britse pers overigens voor controverse. Een deel van het publiek vindt het niet kunnen dat je dure tickets betaalt om dan het grote nummer uit de voorstelling te zien op een scherm, terwijl mensen buiten een gratis show krijgen. Schande! Lloyd heeft in zijn tocht naar vernieuwing nog werk voor de boeg.


Extra: gerommel in de coulissen…

De reden waarom Andrew Lloyd Webber iemand als Jamie Lloyd zijn werk laat regisseren, is omdat hij een nieuw publiek zoekt. Zijn laatste grote succes als componist was ‘Sunset Boulevard’ en dat werk dateert van 1991. De zes musicals die erna zouden volgen, flopten aan de kassa en in de pers, met als dieptepunt ‘Love Never Dies’, een abominabele sequel op zijn monstersucces ‘The Phantom of the Opera’.

Dus zit er, in afwachting van een nieuwe hit, niets anders op dan zijn vroegere successen te blijven hernemen. Doorgaans worden zijn musicals hernomen volgens de originele productie en mag er niets veranderen aan het concept. Maar daar komt Lloyd-Webber nu van terug: hij laat regisseurs meer vrijheid. Dat is zeer welkom. Zo komt het dat er in New York momenteel een versie van ‘Cats’ loopt die zich afspeelt in de wereld van de ballrooms uit de jaren tachtig met dragqueens in plaats van katten in de hoofdrol. ‘The Phantom of the Opera’ krijgt in datzelfde New York een immersieve spinoff met de productie ‘Masquerade’ maar ook een animeverfilming. Jamie Lloyd maakte furore met een donkere maar adembenemende versie van ‘Sunset Boulevard’. Die productie leverde een rist awards op en even leek Lloyd Webber terug zijn gloriedagen te beleven. En in promofilmpjes in aanloop naar ‘Evita’ lijken Jamie Lloyd en Andrew Lloyd-Webber de beste vrienden.

In het programmaboek van ‘Evita’ staat dat Jamie Lloyd ook de nieuwe Andrew Lloyd Webber-musical ‘The Illusionist’ zal regisseren, voorzien voor 2027. Maar dat klopt niet meer. In een recent interview met Variety liet Lloyd- Webber weten niet opgezet te zijn geweest met deze ‘Evita’, die hij te luid vond. Hij heeft geen plannen om deze productie elders op te voeren. “Bovendien moet ik bij een nieuw werk als ‘The Illusionist’ een regisseur kunnen vertrouwen,” klonk het niet bijster vriendelijk aan het adres van Lloyd. Daarmee lijkt de vriendschap tussen de componist en de regisseur voorbij. Benieuwd of ‘The Illusionist’ het tij voor Lloyd-Webber kan keren.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz