Jeugdtheater / Muziektheater

Atman! Leonard Evers / Bart Moeyaert / De Nationale Opera

Waar verzonnen

Eens flink in paniek slaan! Wat kan je als kind genieten van zo’n opwelling, ondanks alle traantjes. De verbeelding de vrije loop laten, alom vreemde meneren en vervaarlijke piraten ontwaren. En tegelijk stiekem hengelen naar de aandacht van die volwassenen die altijd zo druk druk zijn. Zo’n jongetje is Atman. Leonard Evers maakte er de heerlijke kinderopera ‘Atman!’ over, op een libretto van Bart Moeyaert. Theater stemt hier precies overeen met de manier waarop kinderlijke fantasie werkt.         

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Atman!
Pieter T’Jonck Boekman Studio van de Nationale Opera, Amsterdam
23 december 2025

Atman (het lijkt niet toevallig op Batman) is zo’n jongetje van een jaar of negen dat altijd een beetje met zijn hoofd in de wolken loopt. Fantasie te over. Daardoor vergeet hij wel eens op te letten. Zo komt het dat hij de weg naar huis niet meer vindt als hij om brood gaat. De stad lijkt plots een oerwoud vol gevaren, en niemand die hem wil helpen. Die haastige meneer niet, en die éénogige piratenvrouw Plien nog veel minder. Die sleept hem zonder pardon mee naar haar piratenschip.

Gelukkig ontsnapt Atman door een wonder, maar nog is de ellende niet voorbij. Een rare robot met rode handschoenen wil zijn brood aftroggelen. Tot overmaat van ramp duikt Plien weer op. Haar zeventien kornuiten willen Atman meteen verorberen, maar deze keer toont Plien haar goede hart. Als Atman weer aan wal staat botst hij eindelijk op een meisje dat de weg kan wijzen: het kind is immers meer bij de pinken dan Atman: ze heeft een plattegrond van Amsterdam op zak. Eind goed, al goed: Atmans vader en zijn kat verheugen zich over de terugkeer van de verloren zoon, die eindelijk zijn boterham met hagelslag kan eten. Maar wat gebeurde er met dat brood, vraagt vader zich af.

De tekst van ‘Atman werd ondertussen uitgegeven bij Querido. Als je het door Mark Janssen geïllustreerde boekje leest valt de subtiele dubbelzinnigheid van de tekst pas echt op. Regels als deze bijvoorbeeld: “Weet jij waar het heimwee blijft / als het nergens nodig is? / Ligt het te slapen onder je hart / onder een laken van gemis?” Moeyaert zinspeelt hier al op Atmans laatste zinnen: “Is alles wat ik heb meegemaakt / bedacht door een merkwaardig kind / dat af en toe wat aandacht wil, / en daarom iets verzint?” Liep Atman wel echt verloren, of liep hij enkel een paar straatjes om? Sprak hij echt iemand aan of verzon hij zijn belagers, met zijn speelgoedfiguurtjes als voorbeeld? Dat suggereert de laatste scène van de voorstelling toch.

Die voorstelling doet namelijk veel meer dan alleen maar de tekst illustreren. De muziek voor accordeon van Leonard Evers, de regie van Annemiek van Elst, het spel van Isabel Pronk (spel en zang) en Kaat Vanhaverbeke (accordeon) en het decor van Douwe Hibma brengen dat libretto lillend tot leven.

Een hoge toren van houten blokken, als een reusachtig uitvergrote speelgoedtoren domineert het podium. Er hangt een reuzenrad aan vast, dat de toren laat rondwentelen, maar soms ook dient als windturbine. Een paar relingen en een plateautje boven maken van het hoogste punt van de toren een kraaiennest van de piratenschuit.

Alles wat het kind ziet kan zijn gewone functie verliezen om deel te worden van zijn fantasie.

Met een ruk aan haar accordeon opent Vanhaverbeke met een dreun de voorstelling. Pronk, in een groen manteltje en een wat verfomfaaide oranje pofbroek kijkt ons verschrikt aan. ‘Ben ik verdwaald?’ zeggen haar grote ogen nog voor ze de woorden uitspreekt. Het is het begin van een intense dialoog tussen de accordeon en de zangeres. De accordeon zet met korte, hoge loopjes, met gekreun en gepiep of plotse dissonante akkoorden vraag- en uitroeptekens bij de woorden als in een stripverhaal. Pas later volgt een vrolijke wals of het dreigende lied van de vraatzuchtige piraten.

De zangeres wisselt op aangeven van de accordeon telkens weer in een oogwenk van rol en register als ze nu eens de vreemde heer met zijn glazen oog, Plien of de robot speelt. Even vanzelfsprekend gaat tekst over in zingen: als de opwinding het hoogst is, gaat Pronks stem naar de hoogste regionen zonder dat dat ooit gekunsteld lijkt. De toren achter haar kan daarbij de hoogste mast, de donkerste straat of het diepste water voorstellen.

Dat vernuftige samenspel van muziek, spel en zang, scenografie en tekst is de grote kwaliteit van deze voorstelling. Het drukt treffend uit hoe de verbeelding van een kind werkt: alles wat het ziet kan zijn gewone functie verliezen om deel te worden van zijn fantasie. Precies zoals theater werkt eigenlijk: ook daar kan een stoel een boot kan zijn en een tafel een berg of een toren. Zonder dat het er werkelijk zo uitziet. Helemaal mooi wordt het als de accordeoniste op het einde van het verhaal de rol van het meisje met de kaart van de stad gaat spelen.

‘Atman!’ is bedoeld voor kinderen, maar ik wed dat ook ouders hier hun hart aan ophalen. Even stiekem.

De voorstelling wordt afwisselend gespeeld door het duo Isabel Pronk en Kaat Vanhaverbeke en het duo Liza Vjera Lozica en Erica Roozendaal. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz