Hoppa! Johnny MUS
Beste varkens, het leven is een feest!
Ze lijken wat op Boheemse circusartiesten, het viertal olijkerds dat ‘Hoppa!’ van jeugdtheater Johnny MUS bevolkt. Het feest is al voorbij wanneer de muzikale voorstelling van wal steekt, maar zindert nog na in de hoofden van de personages tijdens hun pogingen om de boel op te ruimen. Dat leidt tot aanstekelijke chaos waarin fysiek theater, tekst en muziek in de mixer gaan, tot groot jolijt van de vierplussers voor wie ‘Hoppa!’ bedoeld is, én hun ouders.
Tekenen present voor deze aandoenlijke afterparty: actrice Mieke Laureys, die de hoofdbrok van de tekst op zich neemt, danseres Ehren Verrelst, die zich meer van fysiek spel bedient (tot acrobatie toe) en multi-instrumentalisten Nele Paelinck op viool en accordeon en Ben Van Bortel op gitaar en contrabas. De muzikanten zijn bevoorrechte getuigen van de interessante dynamiek tussen Verrelst en Laureys, die met wat verbeelding een moeder-dochterrelatie hebben, al lijkt me dat bewust vaag gehouden.
Sta eens op je kop en kijk of de wereld er beter uitziet!
Het podium ligt er eerst nog bij als een rommelige kinderkamer, met een half opgerold tapijt, een slordig gestalde serveerwagen, een verdwaald rek voor kleren, een rondslingerende contrabas en wat nog meer. Alles is nog duf na het feestje. Een onzichtbare viool plukt de verstopte personages een voor een wakker, in een gesofisticeerde variant van kiekeboe waar niet alleen de kinderen in het publiek vocaal op reageren. Dit vloeit over naar een slaapdronken hoempa op de contrabas, waarop het malle kwartet stilaan op gang komt.
Het loopt al mis in het welkomstwoordje dat Laureys, gekleed als een verfomfaaide ballerina, richt aan het publiek: “Beste varkens, het leven is een feest!” De versprekingen stapelen zich op, maar de boodschap aan de kinderen is klaar en duidelijk: sta eens op je kop en kijk of de wereld er beter uitziet. Verrelst voegt de daad bij het woord met een kopstand: “Beter!” In een kindervoorstelling die het verder vooral moet hebben van vrolijke lariefarie, is een subtiel binnengesmokkelde levensles toch een meerwaarde. Is theater in zijn geheel niet een plek waar de realiteit op zijn kop wordt gezet opdat we onze eigen realiteit beter leren begrijpen? Jong geleerd is oud gedaan!
Ook als de oplopende drukte de bovenhand neemt – waarbij fysieke slapstick het vaak overneemt van tekst – is ‘Hoppa!’ een amusant kijkstuk waar iedereen vrolijk van wordt. Elk nieuw initiatief om de boel wat te fatsoeneren ontaardt in hetze onder de opgefokte Balkanmuziek van Nele Paelinck en Ben Van Bortel. Het jonge publiek, voor wie opruimen in het echte leven wellicht niet altijd een feest is, zal toch veel herkennen in de situaties die zich op het podium voltrekken. Welk kind heeft bijvoorbeeld nooit gelogen dat ‘het pijn doet’ in de hoop iets lekkers te krijgen? Een glaasje water was alleszins niet de beloning waar Laureys op hoopte nadat ze een zware doos op haar teen kreeg.
‘Hoppa!’ proeft als een kermistaart.
De muzikanten zitten geenszins in een hoekje mee te spelen, maar worden actief betrokken bij bijna elke handeling. Paelinck heeft haar accordeon nog niet om de rug gebonden, of ze tolt al mee door de ruimte met het hysterische duo Laureys en Verrelst. Door haar samenwerkingen met Jan De Smet en Kapitein Winokio zal ze zeker al getraind zijn in muzikale knolligheden, maar het moet nogal een repetitieproces geweest zijn voor haar en Van Bortel, om in zee te gaan in de avontuurlijke fantasie van eindregisseur Merel Denie. Beide muzikanten lijken zich oprecht te amuseren in hun participerende rol. Hun muzikale bijdrage zapt tussen dansbare nummers die iedereen op het podium kinetisch maakt, sluipmuziek die de personages dan weer niet lijken te horen en klankeffecten zoals die ook soms in stille films de komische acties in de verf zetten.
De hoofdbrok van ‘Hoppa!’ bestaat uit scènes die verwant zijn aan elkaar en een gelijkaardig verloop kennen. Door toenemend conflict ontspoort elke onderneming tot de muziek plotsklaps stopt en iemand, doorgaans Laureys, beteuterd naar het publiek staart. Kind noch volwassene heeft zich maar een seconde gestoord aan de voorspelbare opbouw van elk segment, en ook ik was voldoende opgezweept door de uitbundige poeha om er niet zwaar aan te tillen. Toch komt de enige scène waarin de muziek niet van de muzikanten komt, en die op alle vlakken afsteekt van het voorgaande, geen seconde te laat. Ook de bescheiden flarden van volwassenenhumor en een occasioneel miniatuurmoment van verstilde poëzie zijn telkens erg welkom.
‘Hoppa!’ lijkt soms meer op een tekenfilm dan op een podiumproductie, waarbij de bewegingen zich evenzeer visueel als muzikaal manifesteren. Het geheel proeft als een kermistaart, die des te beter smaakt omdat de makers niet nalaten om, tussen de aanstekelijke bombarie door, iets te vertellen.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz