On the way to you Miroslav Kochanek & Andreia Rodrigues
Verschil en herhaling
In ‘On The Way to You’ draaien Miroslav Kochanek en Andreia Rodrigues vrijwel onafgebroken met zware touwen om hun lichaam en om elkaar heen. Door hun concentratie raakt ook het publiek langzaam in hetzelfde ritme gevangen. Er zit schoonheid in die deinende, haast meditatieve toestand, die echter wijkt zodra de spanning te veel uit het spel verdwijnt.
Terwijl de eerste toeschouwers binnenkomen, zitten Miroslav Kochanek en Andreia Rodrigues diagonaal tegenover elkaar in de vierkante publieksopstelling rond de speelvloer. Terwijl een deel van het publiek nog een plaats zoekt en over de vloer loopt, staan eerst Kochanek en vervolgens Rodrigues op. Met een stevig touw beginnen ze naast hun lichaam tussen het binnenkomende publiek rondjes te zwaaien.
Niet iedereen heeft dat meteen door. Mensen die nog op hun telefoon kijken of wat met elkaar praten schrikken op wanneer ze bijna tegen een rondzwierend touw aanlopen. Had dit mis kunnen gaan? Deze beginsituatie roept het beeld op van een wereld die in verschillende ritmes wordt beleefd, waar ervaringen niet helemaal parallel lopen, zoals mensen op straat naast en langs elkaar kunnen bewegen zonder zich noodzakelijk in dezelfde werkelijkheid of tijd te bevinden. Maar in feite wordt de hele voorstelling in stelling gebracht, als een verhouding tussen de performers en het publiek, die vorm krijgt in een collectieve concentratie.
Een gezamenlijke workout
De voorstelling is gebaseerd op een kennelijk aan populariteit winnende workoutvorm (die ik nog niet kende). De zogenaamde ‘rope flow’ is een manier van bewegen of lichaamstraining waarbij je een zwaar maar flexibel touw in vloeiende cirkels, lussen en figuren rond je lichaam laat draaien. Je traint er zogezegd niet alleen je coördinatie, kracht en balans mee, maar je kunt er blijkbaar ook in een flow van raken. Een soort runner’s high zonder te hoeven rennen.
Het uitgangspunt van rope flow is dat het touw niet stilvalt. Ook in ‘On the way to you’ blijft het touw vrijwel voortdurend in beweging. De touwen hebben de vorm van grote lussen. Het zijn redelijk dikke touwen, als hele stevige leibanden, maar soepel genoeg om voortdurend te blijven draaien. Dat wil niet zeggen dat het zwaaien er echt makkelijk uitziet, laat staan dat het makkelijk is. Al houden beide performers er een stoïcijnse uitdrukking op na, alsof het makkelijk zou moeten lijken. In het begin zwaaien ze de touwen aan één kant naast hun lichaam, terwijl ze beide hun gewicht ritmisch, maar amper zichtbaar, heen en weer verplaatsen en vanuit hun polsen en romp steeds nieuwe cirkels in de lucht maken.
De zwaaiende bewegingen van de dansers volgen een ritme dat de voorstelling meteen iets muzikaals geeft.
De voorstelling is een duet. Dat is vanaf het begin wel duidelijk, al wordt die verhouding aanvankelijk eerder zichtbaar in hun voorkomen en verschijning dan in hun bewegingen. Rodrigues draagt een roze broek en een donker shirt; Kochanek draagt een roze hemd en een donkere broek. Ze lijken zo een beetje elkaars tegenbeeld of elkaars aanvulling.
Hun zwaaiende bewegingen volgen een ritme dat de voorstelling meteen iets muzikaals geeft. Dat ritme wordt nadrukkelijker – en daadwerkelijk ritmisch – wanneer de zaal stilvalt. Het zwiepen van de touwen door de lucht klinkt als wieken in de wind. Kochanek en Rodrigues werken bijna voortdurend synchroon, wat zowel het gevoel van ritme versterkt als een associatie oproept met een soort groepstraining. Af en toe wijken hun ritmes van elkaar af. Soms lijken ze het ritme of zichzelf kort te moeten herpakken. Bedoeld of niet, zulke kleine afwijkingen benadrukken dat de synchroniciteit op scène er een van inspanning is, wat een zekere spanning aan zowel de vorm van het bewegen als hun samenzijn geeft.
Onhoorbaar, onverstoorbaar
Kochanek en Rodrigues draaien telkens naar een andere zijde van de publieksopstelling. Ze staan zelden op exact dezelfde hoogte en richten zich zelden op hetzelfde moment tot dezelfde kant. Als toeschouwer wissel je daardoor voortdurend van perspectief en nabijheid: soms zie je de beweging van opzij, dan weer frontaal of van dichtbij. Ze draaien soms bewust dicht langs het publiek, wat ervoor zorgt dat enkele bezoekers hun hoofden instinctief naar achteren trekken, hoewel het touw hen niet raakt en vermoedelijk ook niet zou hebben geraakt. Opnieuw wordt onhoorbaar de vraag opgeworpen of het mis had kunnen gaan, maar de performers blijven onverstoorbaar doorgaan.
Die onverstoorbaarheid is belangrijk. De inspanning wordt almaar zichtbaarder en hoorbaarder, zeker wanneer het tempo stijgt, maar ze houden hun gezicht en lichaamshouding beheerst. Het is een duurvoorstelling en dus ook een uithoudingsslag. De spanning zit niettemin niet alleen in de fysieke belasting, maar ook in de verhouding tussen de spelers en dus in hun nabijheid tot het publiek.
Het is onmiskenbaar dans, met uithouding als voornaamste drijvende kracht.
De bewegingen worden langzaamaan diverser en ook het palet aan figuren dat daardoor ontstaat breidt zich geleidelijk uit. Soms doet het zwieren denken aan een soort eindeloze zijwaartse tennisbeweging, soms aan gevechtskunsten of een gecoördineerde groepsactiviteit. Tegelijk is het onmiskenbaar dans, met uithouding als voornaamste drijvende kracht. Door de snelheid verdwijnen de touwen op een gegeven moment bijna uit zicht en blijven vooral de ronde en ovale figuren over die ze in de lucht tekenen. Dat creëert een erg mooi beeld en samen met het ritmische geluid heeft dat een bijna hypnotiserend effect.
De performers lijken dan inderdaad in een soort flow te raken, maar zonder zich van het publiek af te sluiten. Ze maken oogcontact, met elkaar en met het publiek, en blijven zich bewust van de gedeelde ruimte. Dat moet ook, want de zwierende touwen vragen om een strakke controle. Daardoor ontstaat er in ieder geval dus geen afgesloten wereld, maar een gezamenlijke concentratie in de hele zaal; ook in het publiek bewegen hoofden soms ritmisch mee met de patronen op de vloer en in de lucht.
Weinig of juist te veel afwisseling?
Na een behoorlijke poos houden ze rust. Dat is niet onverwacht na een dergelijke inspanning, en hoewel de repetitieve bewegingen niet vervelen, is de pauze een goed gekozen moment van herkalibratie, zowel voor de spelers als voor het publiek, om even uit de geconcentreerde focus te stappen en ons opnieuw af te vragen waarnaar we eigenlijk kijken: een duet? Kochanek en Rodrigues blijven tegenover elkaar staan en kijken elkaar aan, maar al snel brengen ze de touwen opnieuw in beweging, nu dus niet voor het publiek, maar voor elkaar, als een manier om elkaar uit te dagen, te verleiden of wellicht simpelweg om zich opnieuw tot elkaar te verhouden. Ze bewegen naar elkaar toe en laten de touwen als pendels tussen hen in zwaaien.
Daaruit ontstaat in eerste instantie het sterkste beeld, wanneer ze dicht tegenover elkaar staan en hun touwen van rechts naar links langs elkaar laten gaan. Dat de touwen niet verstrengelen is op zich al opmerkelijk, en de snelle bewegingen tekenen twee ovale vormen in de lucht, als een soort vlinderbeeld. Het is opnieuw een mooi beeld dat nog meer intensiteit en fysieke inspanning lijkt te vereisen dan voorheen.
De spanning tussen schone beelden en fysieke inspanning wordt verder op de spits gedreven.
Die spanning, tussen schone beelden en fysieke inspanning ,wordt verder op de spits gedreven. De performers blijven met elkaar in de weer, dicht tegen elkaar aan, en draaien, bijna in elkaar gevlochten, hun touwen verder over de schouder van de ander. De zoektocht naar verbinding en wederzijdse ondersteuning komt vrij letterlijk tot uitdrukking wanneer ze eerst elkaars touwen overnemen en de ander even rust gunnen, en even later elkaar letterlijk afwisselend beginnen te dragen. Die dramaturgische ontwikkeling is helder, maar de helderheid is net wat de spanning een beetje uit de voorstelling haalt. Het contact dat het duet daarmee tot stand brengt, is een begrijpelijke, maar ook iets voorspelbare ontwikkeling van de voorstelling.
Als de lichten plots doven, betekent dat niet meteen het einde van de voorstelling. Zo lijkt de richting van ‘On The Way to You’ toch nog een iets andere wending te krijgen. In de bijna volledige duisternis wordt de aandacht als vanzelfsprekend getrokken naar het geluid. Het zwiepen van de touwen begint meer en meer door de ruimte te bewegen, wordt rustiger en zachter en vindt uiteindelijk een constant, pulserend ritme. De nadruk komt hiermee meer op de vorm en het sensorische te liggen dan op de symboliek. Een rustige en passende afwikkeling, vermoed je. Het blijkt, tenslotte, toch niet helemaal het einde. In schemerlicht komt het tweetal nog een keer terug voor een reeks rustige ‘beelden’ van vervlechting, die bij mij echter vooral de vraag oproepen of ze iets zichtbaar maken wat we niet al hadden gezien, of begrepen.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz