Sobran Julia Färber Data / Théâtre de la Vie
Samen zoeken, eenzaam verliezen
‘Sobran’ begint als een feestje. Maar hoe dans je om iets wat in de kern niet te herstellen valt? In deze voorstelling zoekt Julia Färber Data samen met vier andere dansers naar een weg tussen verlies en levenslust. De muziek is aanstekelijk, de sfeer is saamhorig en uitgelaten en de dansende lichamen zoeken elkaar op, maar onder het feestgedruis schuilt een geschiedenis van verdwijning en rouw. Hoeveel kan de kracht van gezamenlijk bewegen helen?
De voorstelling begint buiten de zaal. In de inkomhal, waar het publiek zich heeft verzameld, komt Färber Data binnengereden met een geïmproviseerde, rijdende dj-set, gebouwd op een supermarktkarretje. Als een mc – of kermisexploitant – verwelkomt ze ons met fragmenten van aanstekelijke, luide deuntjes, terwijl ze ons tussendoor als Brusselaars aanspreekt en er ludieke tussenkomsten in gooit. Als er na enkele seconden weer een nummer wordt afgebroken, klinkt het bijvoorbeeld: dit is de plek waar geen liedje helemaal wordt afgespeeld.
Ze begeleidt ons de zaal in en gaat nog even op dezelfde manier door. Ze spreekt Spaans over de muziek heen, maar soms draait ze de muziek even zacht om verstaanbaar te zijn en spreekt ze Engels, in een poging om ons te bereiken. De sfeer is geanimeerd en uitnodigend, als op een avondje uit.
Een gezamenlijk gemis
Daarna volgt de eerste scène, of reeks scènes, die langzaam een andere toon introduceert, eentje van vertwijfeling. De Mexicaanse Färber Data lijkt iedereen kwijt, al weten we nog niet wie. Terwijl zij bijna wanhopig, al zoekend en roepend, om zich heen draait, komt de rest van het uiteindelijk vijfkoppige gezelschap geleidelijk vanuit alle hoeken de speelvloer op: Florencia Papaleo, Paz Moreno, Lola Vera en Florencia Martina.
Alle vijf zijn ze op vergelijkbare wijze gekleed: gympen, sportief ogende broeken en half doorzichtige shirts met vlakken in verschillende kleuren, zoals rood, paars of neutraal en kleurloos. De precieze vlakpatronen verschillen per shirt, en ook de broeken hebben uiteenlopende kleuren, van blauw tot beige en grijs. De kostuums van Emmanuel Cortés geven het vijftal een sterk collectief uiterlijk, met tegelijkertijd ruimte voor individualiteit.
Nu het vijftal compleet is, is het zoeken echter nog niet ‘opgelost’. Althans, er volgt een scène waarin de vijf afwisselend over de speelvloer lopen en rennen, in een choreografie van aandacht trekken. Ze gooien een hand in de lucht terwijl ze roepen, alsof ze willen zeggen: hier ben ik, vind me. Qua vorm heeft het tegelijk iets weg van een balspel, waarin de spelers roepen en proberen de aandacht te trekken om de bal toegespeeld te krijgen.
Je hoort de aanstekelijkheid en het plezier op de vloer door de zaal resoneren.
Vervolgens beginnen ze te dansen in een choreografie die betrekkelijk lang diagonaal over de speelvloer heen en weer beweegt, van voor naar achteren. Ze dansen samen, springen en draaien, met ruimte voor individuele momenten. In eerste instantie omdat ze weliswaar dezelfde choreografie dansen, maar duidelijk niet iedere pas op dezelfde manier uitvoeren. Het oogt vrij maar niet ongecoördineerd. Vervolgens volgen er ook, één voor één, solomomenten, waarbij de rest in een kringetje staat. Ze laten hun kunnen zien en dansen verleidelijk op een manier die onderling dansen kan hebben: uitdagend, maar niet competitief.
Ook het publiek begint wat mee te bewegen. Je hoort de aanstekelijkheid en het plezier op de vloer door de zaal resoneren. Toch houden de vijf vrouwen er een bijzondere verhouding tot het publiek op na. We worden niet heel direct betrokken bij de dans. Hun uitdagen, verleiden en uitnodigen is veel meer gericht op elkaar dan op ons – al heb ik wel het gevoel dat er niet alleen op de vloer, maar ook tussen het publiek en de dansers een gevoel van saamhorigheid ontstaat.
Ondraaglijk en uitgelaten
De voorstelling is, uiteraard, opgebouwd uit verschillende scènes, maar vooral uit verschillende spanningsvelden. Het is alsof er een kruis van twee assen door de dramaturgie en thematiek, of toon, van de voorstelling loopt. De ene as loopt van saamhorigheid naar individualiteit, met alle associaties die je daaraan kunt verbinden. De andere as loopt van een aanstekelijke, opgewekte energie naar een onbehaaglijke, ernstige sfeer.
Die eerder zware sfeer zat al kort in het openingsmoment, en volgt nog in meerdere scènes. Bijvoorbeeld in een lang intermezzo, waar de dansers de supermarktkar, omgebouwd tot muziek booth, er opnieuw bij rijden. Ze nemen achter een microfoon plaats en beginnen voor mij onverstaanbare stukken tekst te reciteren. Duidelijk wordt het op een gegeven moment als er een hele lijst met namen de revue passeert. Wie zijn deze mensen?
De voorstelling is opgedragen aan “alle moeders die op zoek zijn naar hun verdwenen familieleden”.
De contrasten en spanningsvelden zijn goed te begrijpen tegen de achtergrond van de voorstelling. De voorstelling wordt voorgesteld als een “ritueel van herstel waarin rouw en vreugde samenkomen”, gedragen door de “duivelse ritmes van de cumbia”. Cumbia is een muziekgenre en een volksdans die in de koloniale tijd ontstond aan de Caribische kust van Colombia. De muziek en de dans zijn een mengeling; ze brengen inheemse Amerikaanse, Afrikaanse en Europese culturele en muzikale tradities samen. Zie daar de levenslustige, uitgelaten teneur, de joie, al is die niet zonder meer vrolijk. Ze omschrijven haar zelf als een vorm van heling, als een “joie résistante”. De voorstelling is opgedragen aan “alle moeders die op zoek zijn naar hun verdwenen familieleden”.
Die verdwenen familieleden verwijzen naar een gruwelijke geschiedenis. Sinds de jaren 2000, en vooral na de militarisering van de drugsoorlog in 2006, zijn er in Mexico tienduizenden mensen verdwenen. Moeders die zoeken naar hun verdwenen kinderen, vaak dochters en zonen die slachtoffer zijn van ontvoering, femicide, mensenhandel of kartelgeweld, staan bekend als de Madres Buscadoras. In hun zoektochten zit een vorm van collectiviteit, doordat ze zich organiseren en met eigen middelen massagraven doorzoeken naar sporen van hun naasten, soms met gevaar voor eigen leven. Je kunt je het eigenlijk niet voorstellen.
Zulk ongelooflijk, collectief gemis, de onrechtvaardigheid evenals de verenigde kracht en het eindeloze zoeken; het zit in zekere zin allemaal in de voorstelling. De eerdere scène waarin de handen van het vijftaal om beurten omhoog gaan, in een poging gezien of, inderdaad, gevonden te worden, is dus moeilijk om niet te lezen als een verbeelding van die verschrikkingen.
Ieder een last
Maar de kracht en schoonheid van de voorstelling zit ‘m juist in het vermogen om los van deze geschiedenis of persoonlijke verbondenheid een beeldende wereld neer te zetten die op zich weet te boeien, en dat bovendien doet in verschillende visuele en dramaturgische registers. Niet iedere scène is perfect uitgevoerd. Soms is de spanningsboog wellicht net niet scherp genoeg of ontstaat er een beeld dat minder overtuigend is. Maar enkele beelden beklijven.
Iedere vorm van verdriet bezit tenslotte iets dat enkel toebehoort aan degene op wie het betrekking heeft.
De mooiste momenten draaien om zakken die op het toneel liggen. Ze lijken op aarde- of zandzakken, en dat blijken ze later ook te zijn. Op een gegeven moment beginnen ze de zakken aan elkaar door te geven, om ze zo van de zijkant richting het midden van de vloer te dragen. Het is een mooi beeld: ze dragen letterlijk een last van de ene naar de andere plek en dat doen ze gezamenlijk. Het is letterlijk dat: een collectieve last dragen. Tegelijk lijkt het doorgeven soms te haperen, alsof het doorgeven zelf iets achterlaat of blijft kleven, alsof iedere last of iedere vorm van verdriet tenslotte toch iets bezit dat enkel toebehoort aan degene op wie het betrekking heeft.
Uiteindelijk blijft ieder met een eigen last over, die ze na een tijdje in het relatieve donker binnenstebuiten beginnen te keren. Hoe dat er precies uitziet zal ik in het midden laten, maar het lijkt ze, in die langzame handeling, te lukken: een last in zijn tegenbeeld om te zetten, zelfs te begraven. Uit de zware zak ontstaat een berg aarde: grond waar iets nieuws op zou kunnen groeien. Of is dit de hoopvolle projectie die is voorbehouden aan iemand die zich op veilige afstand van dit Mexicaanse front bevindt?
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz