Dans

Vertiges Guilhem Chatir

Ringen van Saturnus

Als je ‘Vertiges’ -duizelingen als bij hoogtevrees – als titel kiest voor je voorstelling mik je heel hoog. Dat doet Guilhem Chatir ook in de gelijknamige “virtuoze conversatie tussen danser en violist”, zoals het Concertgebouw deze dansvoorstelling op live gebrachte vioolmuziek van J.S. Bach omschrijft. De dans is inderdaad soms ook virtuoos en duizelingwekkend, maar ‘conversatie’ is een groot woord voor de relatie tussen de dans en de muziek.         

Vertiges
Pieter T’Jonck Kamermuziekzaal Concertgebouw Brugge, in het kader van December dance 2025
09 december 2025

De kamermuziekzaal van het Concertgebouw bleek al vaker een plek die zich bijzonder goed leent voor een dansvoorstelling: waar je ook zit, er is altijd een heel directe zichtrelatie tot de speelvloer en er heerst een buitengewone akoestiek. Daar maakt Chatir slim gebruik van. Zijn voorstelling berust op een eenvoudig principe: de vloer van de zaal is bedekt met een flinterdunne laag zwart poeder, als grafiet, waar de witte dansvloer nog doorheen schemert. Een paar vegen in dat veld van gruis verraden al meteen als je binnenkomt dat elke beweging op deze vloer zijn sporen zal laten, zodat dansen een vorm van tekenen in de ruimte wordt, met de vloer als spoor en getuige.

Chatir geeft dat gegeven echter meteen als hij – langs de rand – de vloer betreedt een tweede betekenis. Hij gaat op zijn buik liggen, met zijn hoofd net boven de vloer en blaast omzichtig het gruis weg in een cirkel net zo groot als zijn hoofd. Gruis wordt hier zo gruizigheid, vuil, iets dat je niet aan je hoofd wil hebben. Zoals muizenissen. Een hele tijd laat hij zijn armen onrustig in schokjes heen en weer schuiven rond zijn romp, als iemand die maar niet de juiste houding weet te vinden om tot rust te komen. Als iemand in pijn misschien ook. Daarna maaien zijn armen met plotse daadkracht in grote zwaaien over de vloer, en laten daar cirkels op na, maar als Chatir zich wil opdrukken lukt dat hem eerst toch niet. Het enige wat hem wel lukt is de borst licht opheffen om zijn armen zijdelings te laten zweven, opzij en dan achterwaarts, als een buiklanding die hij beëindigt door zijn handen onder zijn buik te vouwen.

Dat gebeurt allemaal in de grootste stilte, tot ergens hoog in de zaal de ‘Partita nr. 2’ voor viool van J.S. Bach weerklinkt. Ze klinkt onwerkelijk dichtbij, alsof de violist vlakbij was, maar tegelijk komt de klank uit steeds andere hoeken op je toe, alsof ze om je heen draaide. Dat is ook werkelijk zo, omdat violist David Perlik langzaam de hellingbaan rondom de ruimte afloopt, maar waar ik zit, aan de rand van de speelvloer, blijft hij onzichtbaar tot hij vlak bij de ingang van de zaal al spelend opduikt.

Dat saturnische, zwartgallige gevoel zit ook in de manier waarop Chatir zijn hoofd laat tollen als een planeet op drift

Die muziek brengt ook een grote verandering teweeg bij de danser. Plots vindt hij de kracht om zich aan zijn handen op te trekken tot in hurkzit, en vervolgens op te veren. Die nieuwe positie vraagt aanvankelijk gewenning. De man tast in het rond en  ademt nadrukkelijk in en uit. Zijn zelfzekerheid groeit echter snel, en voor je er erg in hebt laat hij zichzelf, met zijn armen als vliegwiel, rondtollen over de vloer. In zijn vaart trekt hij steeds meer strepen dor het gruis op de vloer, waar zo allengs een grillige geometrische figuur, een kruising tussen Cy Twombly en Franz Kline verschijnt.

Een nieuw motief in de voorstelling duikt op als Chatir terug door zijn knieën zakt en op zijn achterwerk ronddraait over de vloer. De motieven die daar zichtbaar worden zijn nu cirkels. Onvolkomen cirkels, met donkere en lichte zones, als de ringen van Saturnus. Het kan inbeelding zijn, maar dat saturnische, zwartgallige gevoel zit ook in de manier waarop Chatir zijn hoofd nu mee laat tollen als een planeet op drift.

Stilaan valt me echter op dat er weinig relatie bestaat tussen die drift in de dans en de onmiskenbare cadans in de muziek van Bach. Dans en muziek lijken in twee parallelle werelden te evolueren, ook als de violist de ene hoek van de zaal voor de tegenoverliggende verruilt. Dat blijft zo in de doorwerking van de dansmotieven die volgt. Die heeft haar eigen logica, die uitloopt op een lange reeks bewegingen over de vloer, met steeds nieuwe, overlappende cirkels als resultaat, lang nadat de violist stopte met spelen.

Dat is een beetje teleurstellend. Hoeveel kracht zou er niet te halen zijn uit een preciezer samenspel tussen de lichte melancholie én de sterke drive van de muziek en die van de dans. Al moet ik daarbij meteen zeggen dat Chatir blijkbaar goed beseft dat zijn materiaal verdere ontwikkeling behoeft. Hij stopt na een half uur, precies de lengte die dit werk nodig heeft. Het maakt me benieuwd naar zijn verdere werk.         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz