Dans / Performance

The Power (of) The Fragile Mohamed Toukabri / Caravan Production

Over grenzen en verbindingen

Hoe persoonlijk kan je worden op een podium? Als je je eigen moeder opvoert? Dat doet Mohamed Toukabri in ‘The Power (of) The Fragile’, een voorstelling die inderdaad ontwapenend is in zijn kwetsbaarheid, maar ook raakt aan brandend actuele thema’s over grenzen en verbindingen.

The Power (of) The Fragile
Pieter T’Jonck Beursschouwburg Brussel meer info
27 oktober 2021

Terwijl een rap-song over geldgebrek en andere miserie wegsterft stap Toukabri met een wat oudere vrouw het podium op. Hij legt haar in het Arabisch, doorspekt met Franse woorden, uit hoe zo’n een podiuminstallatie in elkaar zit. Achtertoneel, middentoneel, voortoneel, belichting, gordijnen (‘quelle belle qualité, stelt de vrouw vast), zijtoneel, hij wijst het allemaal aan. De vrouw kijkt verwonderd en opgetogen rond en probeert alle nieuwe begrippen te memoriseren.

Daarna demonstreert Toukabri meer abstracte begrippen uit de theaterwereld. Hij vleit zich neer op zijn buik en laat zijn arm traag over de vloer zweven. ‘Conceptuele dans’, legt hij uit. Dat gaat er bij de vrouw niet goed in. Als hij enkele dramatische gebaren omschrijft als ‘expressionistische dans’ vindt zijn het alweer een beetje raar. Toch drukt dat voor haar de pret niet.

Het licht in de zaal is op dat moment nog steeds aan, zodat het erop lijkt alsof het publiek een repetitie bijwoont. Dat wordt best grappig als Toukabri het concept van de ‘vierde wand’ wil uitleggen. Hij stelt zelfs zeer letterlijk voor hoe je die moet doorbreken. Maar in figuurlijke zin speelde hij natuurlijk al de hele tijd met de grens tussen publiek en spel. Daardoor kwam je er ondertussen  trouwens ook achter dat de vrouw op het podium zijn moeder is, Mimouna Latifa Khamessi, of gewoon Latifa zoals ze zelf zegt.

Hij legt haar nu ook uit dat er een rangorde bestaat onder het publiek. ‘Die hier vooraan betalen 50 euro, hoger is het 30 of 20 euro en de laatste rijen zijn voor armoedzaaiers zoals studenten en artiesten’. Ook dat doet, in de Beursschouwburg, nogal komisch aan, want dat theater kent sinds mensenheugenis geen vaste plaatsen meer, en tickets kosten er nooit 50 €. Maar het is inderdaad de gewone gang van zaken in veel theaters.

Moeder en zoon doorlopen daarna die lange introductie nog eens op een drafje, deze keer als een ‘echte’ scène. Ook dat is voor Toukabri maar een aanloop om het te hebben over de reden waarom deze voorstelling twee keer uitgesteld werd. Het eerste uitstel lag, uiteraard, aan COVID 19. De tweede keer ging het feest echter niet door omdat zijn moeder geen visum kreeg om van Tunis naar België te reizen. De administratie vond dat geen ‘essentiële verplaatsing’, ook al moest ze optreden. .

Toukabri vertelt het een beetje terloops, maar het is daarom niet minder schokkend. Dat wordt het nog veel meer worden als je later het hele verhaal van zijn moeder verneemt. Hij klaagt dit ‘privilege’, waar hij zelf, als genaturaliseerde Belg, ook van geniet, aan. Waarom mogen Europeanen zomaar grenzen over, en Noord-Afrikanen niet?

Hij ervoer aan den lijve hoe frustrerend dat is toen hij zijn danscarrière begon als B-Boy. Hij trok toen op zijn vijftiende naar Frankrijk  voor een dansopleiding. Hij vertelt ook over zijn eerste auditie, voor een rol in Maurice Béjarts ‘Sacre du printemps’ en hoe ruw het er daar aan toeging.

Het publiek is duidelijk in zijn schik met deze openhartige en onbevangen vrouw

Ook dat lijkt een valse start van de voorstelling. Toukabri stelt zijn moeder voor om samen een stuk van die ‘Sacre’ te dansen. Het is alweer alsof je naar een ‘making of’ van de voorstelling keek. Latifa amuseert zich kostelijk terwijl het duo zich door het stuk worstelt, en oogst er ook veel applaus mee, maar het is natuurlijk maar wat het is: een poging van een amateur om ‘echt’ ballet na te doen. Na een minuut of zes houden ze het voor bekeken. Latifa bekent achteraf dat ze helemaal niet houdt van dit soort muziek. Ze valt erbij in slaap.

Toukabri komt dan aanzetten met ‘Images’ van Nina Simone. De song sluit aan bij zijn eerdere bedenkingen over ‘privileges’: ‘She does not know her beauty, she thinks her brown body has no glory. If she could dance naked, under palm trees and see her image in the river, she would know. But there are no palm trees on the street, and dishwater gives back no images’. De voorstelling komt nu plots wel van de grond met een mooi, teder duet. Hij tilt haar op, laat haar zweven in de lucht maar draagt haar ook voor zich uit, als een kind bijna. Waarna ze samen over de vloer rollen.

Ondertussen verklapte Latifa dat ze zelf danseres wilde worden. Maar ook deze muziek is niet echt haar ding. Ze kickt nog steeds op muziek van Madonna, Mireille Matthieu (!) of Chic. Op ‘Le freak’ van Chic krijgt ze het podium om haar kunnen te tonen. Daar volgt alweer een opendoekje op. Het publiek is duidelijk in zijn schik met deze openhartige en onbevangen vrouw.

Ze wordt nog veel openhartiger als ze op een stoel gaat zitten om haar hele levensverhaal te vertellen. Je komt aan de weet waarom ze nooit danseres werd (‘dat kon je niet maken in de familie van mijn vader’) en dan naar Italië trok, waar ze tien jaar werkte. Dat was toen geen probleem…. Met een schok besef je dat genadeloze grensbewaking inderdaad pas een ‘verworvenheid’ van de laatste twee decennia is. Pas toen ze terugkeerde, trouwde en beviel van haar zoon Mohamed, klapte de val dicht. Dat pakte tragisch uit. Nadat haar zoon naar Europa ging op zijn vijftiende zag ze hem nauwelijks terug. Ze mocht zelfs niet afreizen naar Brussel voor de afstudeerplechtigheid aan PARTS.

Tijdens dit lange, ontroerende verhaal, danst Toukabri rond zijn moeder. Hier kan hij zijn kunnen laten zien als danser die elke stijl aankan met zijn rubberen lichaam. Het gaat hem echter niet om een demonstratie van zijn kunnen. Zijn dans is, met zijn eigen term, bijzonder ‘expressionistisch’. Hij belichaamt zijn eigen verhaal en dat van zijn moeder met soms zeer ongewone beelden zoals een zwangerschap die een nieuwe plant voortbrengt (meer vertel ik niet, je moet het zelf zien). Het is op de duur bijna alsof er een mystieke twee-eenheid ontstaat tussen moeder en zoon, tussen verhaal en dans.

De voorstelling neemt daarna nog een nieuwe wending: de moeder groeit boven zichzelf uit als Toukabri haar erg fantasierijke kostuums aanmeet. Ze verschijnt als een godin met trekjes van zowel Europese als Noord-Afrikaanse mythologische figuren, met nog een hoop nationale en religieuze symbolen erop. Waarna een banier ontrolt met de boodschap: ‘Statue of integration’.

In die slotbeelden overspeelt Toukabri zijn hand echter een beetje. Het is geestig en intrigerend om te zien, maar het maakt het verhaal van moeder en zoon, dat wellicht model kan staan voor vele verhalen van gefrustreerde passie en moeilijke migratie, niet sterker. Ook de lange aanloop van het stuk haalt daar nogal wat aandacht van weg. ‘The power of the fragile’ biedt veel mooie beelden en n ideeën, maar het potentieel ervan is ver van uitgeput. Een strakkere dramaturgie en regie zou de kracht ervan, die nu soms wegsijpelt in dwaalsporen, veel meer kunnen laten uitkomen. Maar er is zo ook al genoeg. 

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Abonneren Login