Dans

In relation to whom? مرتاحة؟ Marah Haj Hussein & Nur Garabli

Dans met een verhaal

Wanneer twee Palestijnse dansers vandaag beslissen om samen het podium te delen, is bezetting of bevrijding nooit ver weg. Marah Haj Hussein en Nur Garabli zoeken die grote thema’s niet in documentair materiaal of uitgesproken statements, maar in wat hen het meest vertrouwd is: hun eigen lichaam. Op een lege witte dansvloer worden ze hun eigen wereldtoneel. Hun gestage ‘ontlaging’, even gewrongen als gevleugeld, is absoluut ontwapenend – in meer dan één betekenis. 

Uitgelicht door Wouter Hillaert
In relation to whom? مرتاحة؟
Wouter Hillaert Monty, Antwerpen
11 mei 2026

Laat mij eerst bekennen: doorgaans is dans me te vluchtig, te efemeer, soms ook gewoon te ingekeerd. Veel dans doet veel, maar doet me weinig. Al gebruikt ze rond zichzelf graag grote woorden om er toch iets van te maken – ecology, geography, archiving – ze mist vaak betekenis. Dat ligt zeker meer aan mij dan aan de dans. Te veel hoofd, te weinig buik. Ik wil graag iets begrijpen, terwijl veel dans zich zelfs niet wil laten grijpen. Ze gaat maar door met bewegen. Doorgaans laat het me onbewogen.

 ‘In relation to whom? مرتاحة؟’ biedt daarom de perfecte dansvoorstelling voor grijpkranen als ik. Marah Haj Hussein en Nur Garabli kennen zelf betekenis toe aan hun bewegingen, door ze in te bedden in een web van korte uitwisselingen of commentaartjes in het Arabisch, een onbekende Hebreeuwse dansterm op de achterwand te projecteren als een lemma uit een woordenboek, of met hun mimiek extra gevoel toe te voegen aan hun fysieke exploraties.

Toch sluiten ze daarmee niets af. Ze openen juist een veld van betekenissen, in een weidse waaier van de kleinste persoonlijke anekdote tot de eeuwige menselijke bloedlijn van oorlog en geweld. In een voortdurende spanning tussen beweging en geschiedenis, tussen lichaam en politiek, laden ze de ruimte met mogelijke interpretaties. Beide dansers ‘vertalen’ hun dans, zonder ze daarom volkomen leesbaar te maken. Gek hoe intrigerend dat is. 

Opwarming in vertrouwelijkheid

De biografie van Marah Haj Hussein en Nur Garabli helpt natuurlijk bij dat hele spel van betekenisgeving. Allebei zijn ze Palestijns. Misschien loopt die afkomst daardoor zelfs het gevaar dat we hun dans gaan over-interpreteren door een actualiteitsbril?

Haj Hussein groeide op in Kofor Yassif, een Arabische stad in Israël zelf. Ooit zei ze daarover: “Ik ben opgegroeid binnen het systeem, spreek Hebreeuws, heb me altijd moeten aanpassen om te overleven tussen alle mechanismen van racisme.” Sinds haar dansstudies in Antwerpen woont ze hier, ver van huis. Haar vorige solovoorstelling ‘Language no broblem’ werd vorig jaar onderscheiden met de Beste Acteerprestatie in de categorie -35. 

Er zit maar één spierspanning verschil tussen speelse humor en ontmenselijkte stress.

Garabli daarentegen werkt nog steeds in Jaffa. Ze studeerde in Israël aan het Kibbutzim College in Tel Aviv en zet zich nu als choreograaf vooral in op het kruispunt tussen dans en gedeeld erfgoed, voor de eigentijdse herinterpretatie van tradities en folklore. Zo cureerde ze in 2022 en 2023 met Yasmeen Godder het Jaffaanse dansfestival ‘Moving Together’, met focus op vrouwen en creaties in zowel het Arabisch als het Hebreeuws. Net als Haj Hussein heeft ze altijd moeten navigeren in een Arabisch-Israëlische context.

‘In relation to whom? مرتاحة؟’ is hun eerste samenwerking, en dat voel je. Hun wederzijdse fysieke kennismaking is voor een groot deel de voorstelling zelf geworden. We kijken naar een ongedwongen uitwisseling van elkaars ervaringen in dans, alsof ze die aan elkaar demonstreren in de repetitiezaal, bij wijze van opwarming in vertrouwelijkheid. “Ik leerde ooit deze release in Tel Aviv”, zegt Garabli, waarop ze met de nodige ironie een wuivende beweging met haar armen demonstreert. “In Europa zag het er zo uit”, repliceert Haj Hussein met een minstens zo geinige release. Even later grijnzen ze allebei een ‘fake smile’ naar de zaal. Het ziet er meer uit als een bezeten grimas uit een horrorfilm.

Fysieke inscripties

Net die dubbelzinnigheid tussen ironie en kramp ademt hun hele bewegingsarsenaal in het begin van de voorstelling: er zit maar één spierspanning verschil tussen speelse humor en ontmenselijkte stress. Op hun vierkante dansvloer lijken hun bewegingen hen eerder te bezitten of zelfs te bezetten dan dat ze er zelf meester over zijn. Het is ook geen vloeiende choreografie, eerder een reeks geïsoleerde sequenties of dynamische poses: Garabli plompt in het rond met handen als klauwen, Haj Hussein wrijft met haar handen zo hard over de vloer dat die stil gaat krijsen.

Ze krijgen iets van poppetjes, zoals ze met één hand aan hun kruin en de andere aan hun staartbeentje hun ruggengraat recht houden. “Van de Middellandse Zee tot in het noorden”, zo duidt Garabli de strekking van haar rug. Het is hun hele culturele en geopolitieke balansoefening in één beeld.

Zo verbeelden ze hun lichaam als een canvas waarop zich een hele wereld heeft afgezet: niet alleen aangeleerde dansstijlen uit al hun opleidingen, maar ook de Israëlische bezetting zelf. Zo schuiven tussen hun meer esthetische bewegingen ook voortdurend militaire associaties. Ze sluipen en boksen, of richten al zittend hun gestrekte been als een mitrailleur op de zaal.

Dat is de getuigenis van twee kunstenaars uit een stuk werkelijkheid waar ‘gewoon vrij bewegen’ een utopie is. 

Als in een bodyscan gaan ze zo hun hele lichaam af. Hun adem in meditatie? Dezelfde ingehouden controle als bij een sniper, vlak voor z’n schot. Hun hielen? Semi-automatisch schiet hun verkapte choreografie in een gestrekte soldatenpas, vierkant de dansvloer rond. We zien twee dansers, getraind in opgelegde operaties, die die fysieke inscripties nu weer ritueel uitdrijven bij en voor elkaar. Alleen, hoe schrijf je je uit als je zélf de inschrijving bent?

Niet hun hele scène is leeg. Vooraan wordt ze bewaakt door een minsicuul bataljon groene speelgoedsoldaatjes – al kunnen het ook danspoppetjes zijn. Haj Hussein en Garabli gaan ermee dobbelen als kinderen, om er steeds nieuwe constellaties mee uit te zetten op hun speelvloer. Als choreografen. Als opperbevelhebbers. Als bevangen kleuters. Wanneer ze daarna heel traag hun dansvloer een kwartslag draaien, wordt dat in je hoofd meteen een hele utopische grondverschuiving op de bezette gebieden. Het zijn symbolen met een grote kracht, net omdat ze zo klein en simpel blijven. Ze hebben iets adembenemend.

Verstrengelde verlengstukken

‘In relation to whom? مرتاحة؟’ is dus niet zomaar dans. Het is dans met een verhaal. Pure liefhebbers zullen het misschien te illustratief vinden, te gewild bezwangerd met betekenis. Er leek alleen weinig keuze. De voelbare noodzaak achter deze voorstelling vertelt misschien nog wel meer dan wat ze daadwerkelijk laat zien. Dit is de getuigenis van twee kunstenaars uit een stuk werkelijkheid waar aan alles geschiedenis kleeft, waar ‘gewoon vrij bewegen’ een utopie is – om het geen privilege te noemen. Als Haj Hussein en Garabli iets helder maken, dan wel hoe dans net zo’n gekoloniseerde kwestie is als het hele Palestijnse land.

 De lichtheid van de voorstelling, dat is haar ware ontwapening. Dit is dans voor iedereen.

Het meest betekenisvolle aan de voorstelling is dan ook hoe de performers zich er gestaag van lijken te bevrijden. Niet alleen van hun kostuum gaan er laagjes af, ook van hun lichaamsvreemde bezettingen graven ze zich los. Aanzwellende Arabische songs spelen er een hoofdrol in, bijvoorbeeld wanneer ze hun leden ineens losschudden op dabke – de Palestijnse volksdans waar ‘Badke' van La Geste ook al een hele voorstelling aan ophing.

Hun ware ‘bevrijding’ vinden beide dansers evenwel bij elkaar, in een prachtig feminiene act waarin ze hun beider lange haren met elkaar verstrengelen en zo, als elkaars verlengstukken, samen tot een nieuwe gedeelde bewegingsruimte komen, hoe beperkt ook. In die double bind schuilt nog de grootste betekenis van deze dansvoorstelling: de breekbare kracht die je krijgt van samen geworteld te zijn, van samen te denken voor elkaar, van je vervlochten te weten. Het is een beeld dat vlot voorbij alle Palestijnse begrenzingen gaat. Waar ‘In relation to whom? مرتاحة؟’ zich verbindt met iedereen.

Intussen is hun dansvloer ook volledig gekeerd, tot een zilveren spiegel, een grond waarin ze zichzelf wel ten volle kunnen herkennen – hoe verwrongen ook. In die reflectie krijgt dans weer haar volle oorspronkelijke betekenis: het voelbaar maken van verdoken kwetsuren waarover moeilijk gesproken kan worden, door ze samen in beweging te brengen. De lichtheid waarmee dat hier gebeurt, is de ware ontwapening. Dit is dans voor iedereen.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz